Het publiek optillen en omsluiten

Met Arthur Millers ‘Al mijn zonen’ voltooit regisseur Thibaud Delpeut een drieluik van bijna zes uur theater. „Aan deze voorstelling wilde ik iets troostrijks geven.”

Haarlem, 02-12-2010. Beeld van de repetitie van Arthur Miller's "Al mijn zonen" bij de Toneelschuur Producties onder regie van Thibaud Delpeut, met o.a. Leon Voorberg, Marieke Heebink, Janni Goslinga, Alwin Pulinckx en Fred Goessens. Foto Leo van Velzen NrcHb.
Haarlem, 02-12-2010. Beeld van de repetitie van Arthur Miller's "Al mijn zonen" bij de Toneelschuur Producties onder regie van Thibaud Delpeut, met o.a. Leon Voorberg, Marieke Heebink, Janni Goslinga, Alwin Pulinckx en Fred Goessens. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Thibaud Delpeut regisseert zijn acteurs: hij loopt naar de rand van de speelvloer, speurt naar de zichtlijnen, gebaart alsof hij de hemelkoepel omvat. Dan draait hij zich om en richt zich tot de geluidstechnicus. De dreigende muziek die opklinkt moet zachter. „Alles gedempt graag”, zegt Delpeut, „een geluid van niets, bijna onhoorbaar.” Vlak daarvoor klonk muziek van Sam Cooke, later jaagt All Along The Watchtower in de versie van Jimi Hendrix door de theaterzaal.

De voorstelling waaraan regisseur en acteurs werken is Al mijn zonen (1947) van de Amerikaanse schrijver Arthur Miller (1915-2005). Ik woon een cruciale scène bij in de Haarlemse Toneelschuur, waar de voorstelling door Toneelgroep Amsterdam in première gaat. De muziek is er niet voor niets, hoe zachter, des te indringender. Zoon Larry van echtpaar Joe en Kate is als oorlogsvlieger aan de Chinese kust omgekomen. Zijn geliefde Ann bezit zijn afscheidsbrief, die ze lang verborgen hield. Nu laat zij die lezen aan Larry’s moeder Kate. Tot dat moment weigert zij in de dood van haar zoon te geloven.

Actrice Marieke Heebink als moeder en Eline ten Camp als geliefde Ann staan tegenover elkaar. De eerste is het toonbeeld van verdringing, de ander haalt de waarheid naar boven. Delpeut geeft als aanwijzing aan Ten Camp: „Laat Marieke als de moeder naar je toekomen, dan heb je haar helemaal in je macht”. Om het beeld van het noodlot te verhevigen, stromen de lijnrechte kieren die de speelvloer als een kruis in vier vlakken verdelen langzaam vol met water; het water vloeit over de witte bühne.

Bij eerste lezing van het stuk was Delpeut meteen gegrepen. Hij houdt al jaren een „beursnotering” bij van toneelstukken die hij wil regisseren. Na afloop, in de foyer, legt hij uit dat zijn definitieve keuze berust op twee momenten: de ontwikkelingen in de wereld en Delpeuts eigen ontwikkeling als regisseur. Dat klinkt pretentieus, maar zo bedoelt hij het niet: „Als theatermaker heb ik verbinding met alles in mijn omgeving, zelfs als ik een glas bier drink, heeft dat invloed op de loop van de mensheid. Ga maar na: de serveerster schenkt mijn glas. Daarmee verdient ze geld. Dat geld besteedt ze weer. De brouwer brouwt het bier. Enzovoort. Er is een Afrikaanse uitdrukking „ubuntu”, dat betekent zoiets als „ik besta omdat jij bestaat”. Dat vind ik prachtig. De westerse wereld zegt „ik denk dus ik besta”. Dat is een egocentrische houding. Je bent altijd deel van een groter geheel. Daarom ook boeit Al mijn zonen me. De gezinsverhoudingen staan op scherp. En wat in de beslotenheid van de familie gebeurt, weerspiegelt de maatschappelijke verhoudingen.”

Na die eerste lezing schreef Delpeut met grote letters boven het script: „Exorcisme.” Duiveluitdrijving. Delpeut: „De herinneringen aan de vermiste zoon Larry moeten uitgedreven worden. Zijn geest leeft voort en elk gezinslid zoekt een eigen methode om met zijn dood om te gaan. Het is een fatale, onmogelijke constructie. Vooral de ontkenning door moeder Kate is traumatisch. Maar het is niet alleen Larry’s geest die uitgebannen moet worden, ook symboliseert zijn dood Millers kritiek op de Amerikaanse samenleving.”

Delpeut heeft de uitvoerige tekst van Miller fiks besnoeid en vaak ingekort tot de essentie. Al mijn zonen speelt zich af in de jaren veertig. Het is een echt period piece. Maar Delpeut wil dat niet letterlijk nemen, eerder abstract, als een flirt met de tijd. Verwijzingen naar de cinema van Alfred Hitchcock en Orson Welles’ Citizen Kane zijn verborgen aanwezig, als filmmuziek en in de sfeer.

Met Al mijn zonen voltooit Thibaud Delpeut een drieluik van bijna zes uur theater. Op Terschelling regisseerde hij een heftige toneelbewerking van de film Schaamte (1968) van Ingmar Bergman onder de titel Nacht. Een kunstenaarsechtpaar probeert zich aan oorlog en geweld te onttrekken, maar wordt er onherroepelijk onderdeel van. Eerder maakte hij Blasted van Sarah Kane. „Ook een voorstelling die weinig troost bood,” zegt Delpeut. „Aan het slot ratelt geweervuur. En toch flakkert ergens nog een kaars van de hoop.”

Met de naderende première van Al mijn zonen vroeg Delpeut zich af: wat wil ik de toeschouwer aan het slot van deze trilogie laten weten? Uiteindelijk vond hij het antwoord: „Wij zijn verantwoordelijk voor de buitenwereld. Dat klinkt hoogmoedig. Zo is het niet bedoeld. Ik geloof echt dat wij als mens verantwoordelijkheid hebben jegens onze omgeving. Toch maken we er, met alle kwaliteiten die we hebben, keer op keer een puinhoop van. In Al mijn zonen speelt de Tweede Wereldoorlog een beslissende rol. Met mijn regie verwijs ik niet onmiddellijk naar de oorlog, het is niet één op één. Maar toch. Wij kiezen niet voor bijvoorbeeld de strijd in Afghanistan. En toch vindt die oorlog plaats. In Al mijn zonen probeert een familie na de oorlog om te gaan met schuldvragen. Dat gegeven in het tijdsbeeld van toen gebruik ik als metafoor voor de ontwikkelingen van nu.”

Na de horror van Nacht en het redeloze geweld in Blasted was het voor hem van belang het vergrootglas op de familie te leggen. Tijdens de repetitie roept zoon Chris, vertolkt door Roeland Fernhout, uit dat hij „praktisch” moet zijn. Alleen op die manier kan hij de beladen erfenis van Larry’s ongeval verwerken. Hij acteert als een Christusfiguur, de armen ten hemel geheven en de polsen geknakt. Ook het kruis in de speelvloer is van een grote symboliek. Delpeut: „Die beelden zijn voor mij wezenlijk. Zij behoren tot de redenen waarom ik theater maak.”

Zolang Delpeut zich herinnert , speelt hij toneel. Van kind af. Hij zegt: „Spel is een belangrijk facet om een onderwerp uit te diepen en vorm te geven aan de vele kanten van een personage.” Delpeut werd in 1978 in Haarlem geboren, en groeide op in Breda en Oosterhout. Naast toneel deed hij aan muziek, componeren, literatuur, filmmaken en schilderen. In Nijmegen begon hij aan de studie psychologie. Hij wilde „in alles het hoogste niveau halen”. Maar op een gegeven moment ontdekte hij dat het onmogelijk is aldoor op dat ambitieus hoge niveau te presteren, „dan kun je opeens helemaal niets meer. Ik heb structuur nodig om mijn innerlijke versplintering tegen te gaan”. Hij was er op een keer bijna aan onderdoor gegaan: „Nu weet ik: voor mezelf moet ik een horizon creëren, een begrenzing. Anders raak ik verloren in de veelheid die ik wil doen.”

Toen hij voor studenten Een bruid in de morgen van Hugo Claus regisseerde, wist hij dat toneel zijn grote vervulling zou zijn. Delpeut: „Ik was niet langer een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Het denken over een voorstelling en daarbij het componeren van muziek, dat ligt allemaal op dezelfde lijn. Theater is alles tezamen: tekst, muziek, beeld, personages, literatuur.” Delpeut wil de mensen „optillen en omsluiten”. Bij Nacht droegen alle toeschouwers een koptelefoon. Dat veroorzaakte isolement. Toch ervoer iedereen op dat moment hetzelfde. „Het was een intense totaalervaring”, aldus Delpeut. „De magie van het toneel is dat een voorstelling zich in dezelfde ruimte afspeelt, in dezelfde tijd en op dezelfde plaats. De gemeenschappelijkheid die dan ontstaat is het mooiste wat een regisseur het publiek kan bieden.”

Voor de familiebanden in Al mijn zonen die Delpeut onderzoekt, gaat hij terug in zijn persoonlijke leven, zonder een autobiografisch regisseur genoemd te willen worden. Tot aan zijn zeventiende had hij twee fysieke handicaps. Hij hoorde slecht door een aandoening aan de buis van Eustachius en hij sprak moeizaam. „Door dat defect aan kaak en lippen kwam ik kort terecht op een school voor doven en slechthorenden. In die tijd had ik het niet zo op met de mensen. Ik vluchtte in een wereld van muziek, toneel, literatuur. Dat klinkt allemaal traumatisch, maar het tegendeel is waar, ik had een enorme drang dat te doen waarin ik slecht was, namelijk praten en luisteren. Mijn beperking zorgde voor kracht en werklust. ”

Hij vervolgt in helder geformuleerde zinnen: „In Nacht vroeg ik me af wat de mens kan doen als de pleuris van de oorlog uitbreekt. Waartoe dient dan kunst? Wat is je morele ijkpunt? De mens begint altijd weer opnieuw, hoeveel ellende er ook in de wereld is. Dat gold ook voor mij: ik kreeg zelfvertrouwen simpelweg omdat ik mens ben. Dat telkens opnieuw beginnen is volgens mij de sleutel tot Al mijn zonen. Ieder neemt een andere houding aan tot het noodlot. Moeder verdringt het. Vader Joe liegt. Chris is de naïeve idealist die tijdens het stuk een coming of age beleeft. Ik herken mezelf in hem.”

Zoon Chris symboliseert de Christusfiguur. Delpeut: „De vergelijking met de Christusfiguur is natuurlijk verregaand, maar dat is juist wat ik beoog. Met de noodlottige dood van Larry begint een nieuw verhaal. Dat van zijn geliefde en familie. Hoe gaan zij verder? Het mooiste is als mijn werk de mensen inzicht geeft. Ik heb psychologie gestudeerd, niet om mensen te helpen, maar om de mensen nieuwe plekken in hun geest te tonen. Ik streef ernaar een vertelling te maken die de toeschouwer uitnodigt in streken waar ze zelf niet zo snel komen.”

Thibaud Delpeut is niet een regisseur die in de psychologie van het personage gelooft. Het begin ligt bij het beeld. Zo zegt hij tegen Eline ten Camp in de cruciale scène waarin ze de dood van Larry onthult dat ze de handen van Marieke Heebink als de moeder niet alleen moet vasthouden, maar eerder moet „omvatten”. Tijdens het repetitieproces spreekt hij elke acteur op zijn of haar individuele kwaliteiten aan en dan ontstaat vanzelf een grote samenhang, een saamhorigheid. Hij kan ook weleens boos zijn op een tekst, zoals die van Miller: „Dit is zo’n well-made play dat ik dacht er nooit tussen te kunnen komen. Alles lijkt dichtgetimmerd. Miller construeert zijn toneelwerk zo geniaal en strak, dat een regisseur nauwelijks ruimte heeft voor zijn eigen concept. De rol van Kate is vaak onderschat, ik heb haar groter gemaakt. Zij behoort tot de indrukwekkendste personages uit het toneelrepertoire. Ik heb er belang bij dat haar rol op de voorgrond treedt. Een moeder die weigert te geloven dat haar zoon dood is , is in theatraal opzicht een indringend gegeven.”

Tijdens de speelperiode van Blasted bezocht Delpeut elke avond de theaterzaal. Ging tussen de toeschouwers zitten. Hij wilde weten hoe mensen reageren op deze heftige voorstelling die niemand onbewogen liet. Een keer ging het fout. Mensen waren meer geshockeerd door de uitbeelding van extreem geweld dan ontroerd of aangeslagen. Delpeut: „Shockeren kan niet het doel zijn van toneel. Dan zondert de toeschouwer zich af, sluit hij de luiken en zoekt geen toenadering tot de voorstelling. We hebben er hard aan gewerkt om het element van de schok te verzachten en aan de voorstelling iets milds te geven, iets troostrijks. Ook in Al mijn zonen zoek ik naar het mooiste wat je in theater kunt bereiken: empathie. Al is de weg erheen geëmotioneerd en soms onthutsend, empathie is wel de crux.”

Al mijn zonen door Toneelgroep Amsterdam. Toneelschuur Haarlem, aldaar te zien t/m 22/12. Blasted van Sarah Kane door Toneelschuur Producties. Te zien: 6/1 t/m 6/2. Inl: www.toneelschuur.nl