Een dolende 'vazal in het land van de zielenknijpers'

Daan Heerma van Voss: Een zondagsman. Atlas, 176 blz. € 18,50

‘Hier gebeurt het, het Museumplein, op de kaart van Amsterdam het midden van het midden. Links het Concertgebouw, rechts Keyzer.’ Dit denkt de hoofdpersoon van Een zondagsman, de debuutroman van Daan Heerma van Voss (24), vlak voordat hij op zijn Van Bommelschoenen brasserie Keyzer binnenstapt.

Op het omslag zien we een foto van het Museumplein, genomen op een mooie, zonovergoten winterdag. Her en der zijn mensen aan de wandel. Een bofferd dus, deze Oscar van Bohemen, zoals hij wat artiesterig heet. Hij woont en werkt in de Concertgebouwbuurt, waar alles gebeurt. Hij kan zich bij de brasserie, waar iedereen gezien wil worden, een ‘sole meunière’ permitteren. Of is hij toch niet zo’n geluksvogel, zoals de titel suggereert? Nee, zo blijkt al snel.

Alles lijkt hier frisser en mooier dan het in werkelijkheid is. De sole meunière smaakt niet, de Van Bommels bezorgen hem zere voeten, zijn carrière als psychiater zit in het slop, zijn poging om zijn conditie op te vijzelen in een sportschool loopt op niets uit, en met Sophie, zijn stiefdochter, heeft hij een moeizame verstandhouding.

Het leven van Oscar staat stil sinds zijn vrouw, Ellen Zondag – ook al geen toevallige naam – na een val van de trap in coma is geraakt. Alles wat hij doet, staat in het sombere teken van haar uitgedoofde brein. ‘Mijn leven wordt neergedrukt door iemand die er niet meer is’, verzucht hij, ‘door iemand die er misschien wel nooit geweest is.’ En dus ziet hij zich gesteld voor een dubbele opdracht: zorgen voor de vrouw in het ziekenhuisbed en zich zoveel mogelijk proberen te herinneren van de vrouw met wie hij was getrouwd. We zien hem langzaam toewerken naar een afscheid. Dat levert een onverwacht mooie en spannende slotepisode op, waarin ineens van alles gebeurt.

Minder geslaagd zijn de trage hoofdstukken die aan de pittige ontknoping voorafgaan. Daarin leren we Oscar, ‘vazal in het land van de zielenknijpers’, kennen als een narrige, uitgebluste man van middelbare leeftijd, met een wel erg zuinige blik op het leven. Zijn patiënten ziet hij als vermoeiende, chaotische types op wie hij ‘onwetenschappelijk gokwerk’ loslaat. Over zijn vrouw, de vrouw althans van voor het ongeluk, laat hij zich weinig wervend uit: koppig, opdringerig, onberekenbaar, overspelig misschien ook wel. Hun huwelijk omschrijft hij als ‘hun laatste kans op de illusie van hartstocht’. Over zijn woonomgeving merkt hij lichtjes smalend op dat het een buurt is ‘waar je moeite moet doen om je onveilig te voelen’. En zo rijgen degelijke, vaak iets te grijze zinnen zich aaneen tot een roman over een eenzame man, ergens tussen de vijftig en zestig. Heerma van Voss stond kennelijk zodanig in de seniorenstand dat ook het pubermeisje Sophie een vroegrijpe indruk maakt en op haar 15de al toe is aan een leesbril en een sabbatical. Ouwelijk, onpersoonlijk, saai: dat is de indruk die Een zondagsman nalaat. Er rijst een verdoolde ziel uit op, die zich niet op zijn gemak voelt op het Museumplein, ook al gebeurt het daar allemaal. Een tragische figuur, maar geen man om iets voor te voelen.