Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

'We versmelten tot één geluid'

Het trio Borbetomagus bouwt met saxofoons en gitaar sculpturen van geluid. Dit weekend spelen ze samen met saxofonist Thomas Ankersmit.

Een concert van het Amerikaanse trio Borbetomagus is een fysieke ervaring. Met twee saxofoons en een elektrische gitaar maakt het drietal muziek die het best te vergelijken is met de vroege Sonic Youth. Op hoog volume en met een keur aan effectpedalen vormen ze stekelige sculpturen van geluid.

Borbetomagus treedt deze week op in dubbelconcerten met een Nederlandse geestverwant, saxofonist en elektronicus Thomas Ankersmit. Eenendertig jaar bestaat het trio nu. Grootste invloed op hun muziek was aanvankelijk de Europese improvisatie-scene. De vrije benadering van het eerste uur is gebleven, maar werd gekoppeld aan experimenten met speeltechnieken en versterking. „We hebben in onze repetitieruimte uitgeprobeerd wat voor het effect het had als we de bekers van onze saxofoons tegen elkaar plaatsten”, zeg saxofonist Jim Sauter. „Het bleek dat de instrumenten hun trillingen aan elkaar overdroegen. De tonen die we speelden, gingen met elkaar in de clinch. We gingen onze adem op elkaar afstemmen, vulden elkaar op zodat er geen onderbrekingen waren in het geluid.”

De volgende stap was dat ze niet meer met de instrumenten voor microfoons gingen staan, maar dat ze die in de bekers hingen. Zo wordt het geluid niet alleen versterkt, maar krijgt het ook een ander karakter. De trillingen van het metaal werken in op de microfoons. Het resultaat is een metalige, massieve klank van wild door elkaar warrelende lijnen en langs elkaar schurende multiphonics.

Het feit dat Borbetomagus als jazztrio te boek staat, heeft wel geleid tot misverstanden. In hun beginjaren werden ze soms gevraagd als achtergrondbandje voor feestjes, en bezorgden de gasten dan de de schrik van hun leven.

Belangrijk was een tournee die de groep in 1992 maakte in Japan. Sauter: „We wisten al wel wat we wilden, maar hechtten ook aan het publiek. In Tokio traden we op met Merzbow, een van de belangrijkste exponenten van dat circuit. Voor de ingang van het theater stond een onafzienbare rij mensen. Dat enthousiasme was als een volmacht om er nog een paar tandjes bij te zetten. Daar zijn we niet meer van afgeweken.

„Als de omstandigheden optimaal zijn, met een goede zaal en een ontvankelijk publiek, wordt het één geluid waarin we onszelf verliezen. Dan kunnen we zelf niet meer uitmaken wie precies wat speelt.”

9/12 Bimhuis, A’dam. 11/12 Paard van Troje, Den Haag