Vrouwen in Hilversum praten niet

Hilversum was al geen links bolwerk, en door WNL en PowNed is de verhouding nu naar rechts verschoven.

Vrouwen zijn nog altijd schaars, behalve als slachtoffer.

In onze mediacratie is het van groot belang wie hoe vaak in de populaire praat- en actualiteitenprogramma’s verschijnt. Want daar speelt zich voor een groot deel het publieke debat af; wie daar niet zichtbaar is, bestaat bijna niet.

Ik besloot het eens drie maanden consequent bij te houden. Want vanaf het moment dat ik leerde schrijven en rekenen ben ik gefascineerd door lijstjes. Hitparades, autokentekens, burgemeesters, verkiezingsuitslagen, routebeschrijvingen: ik heb er dozen vol schriftjes van gehad. Het zal wel een afwijking zijn, gevoed door de onstilbare behoefte om orde aan te brengen in de chaos van een vaak ondoorzichtige wereld.

Voorjaar 2008 hield ik voor het eerst lijstjes bij van gasten en andere sprekers in televisiepraatprogramma’s. Er werd in die tijd veel geklaagd over het gebrek aan representativiteit van de Publieke Omroep, die een links bolwerk van de grachtengordel zou zijn. De resulterende top 100-lijst was toen inderdaad weinig representatief voor de Nederlandse samenleving. Er stonden maar zeventien vrouwen op, weinig jongeren en het maatschappelijk middenveld was zo goed als onzichtbaar.

Alleen de verdeling van de sprekende hoofden naar politieke voorkeur bleek representatief. De spreiding over links, rechts en middenpartijen viel nagenoeg samen met de toenmalige zetelverdeling in de Tweede Kamer. Alleen het CDA zou recht hebben gehad om te klagen over ondervertegenwoordiging.

Tweeënhalf jaar later is het politieke en medialandschap veranderd. In de Tweede Kamer heeft rechts een krappe meerderheid, en de Publieke Omroep werd verrijkt met twee nieuwe zendgemachtigden. WNL en PowNed zouden de boze rechtse burger meer herkenning moeten bieden.

Vanaf 1 september begonnen de twee nieuwe omroepen met een bescheiden aantal uren televisie- en radiozendtijd – het ideale moment voor een nieuwe meting. Als televisierecensent is het toch mijn taak om in kaart te brengen hoe de maatschappij op de buis weerspiegeld wordt.

Elke nacht zette ik de namen en streepjes, gemiddeld zo’n veertig per dag, over in een spreadsheet. Zo zou het mogelijk zijn om niet alleen uitspraken te doen over de sprekers in de top-100, maar over het hele bestand. Dus ook al die politiemensen, weduwen, ouders en professoren met slechts één enkel mediaoptreden.

Ik gunde mezelf de eerste week van de nieuwe programmering om tot een nieuwe selectie te komen van talkshows en actualiteitenprogramma’s, waarin het nieuws van de dag belangrijker is dan het entertainmentgehalte. Van de nieuwe programma’s viel De MaDiWoDoVrijdagshow (BNN/VARA) af, omdat de actualiteit vooral een alibi leek voor de show. Andere twijfelgevallen als Ochtendspits (WNL) en PowNews (PowNed) bleken wel van belang, en zouden zelfs een doorslaggevende invloed gaan uitoefenen op de resultaten. Ook de nieuwe achtergrondrubrieken Uitgesproken (EO/VARA/WNL), Altijd wat (NCRV) en Brandpunt (KRO) telden mee. Ik heb alleen naar programma’s van de Publieke Omroep gekeken. Die streeft expliciet naar representativiteit, in tegenstelling tot de meer in economische doelgroepen geïnteresseerde commerciële zenders.

Ten slotte ontwierp ik een fijnmaziger stelsel van categorieën om de Talking Heads in onder te brengen.

De gekozen periode van 1 september tot en met 30 november 2010 was niet helemaal gelukkig. De eerste week van september liepen de oude rubrieken Nova, Netwerk en Knevel & Van den Brink nog door. We zaten middenin de kabinetsformatie, zodat de toch al dominante categorie ‘politici’ nog geprononceerder zou worden. De perikelen in het CDA vormden een garantie dat die partij nu geen aandacht tekort zou komen.

Maar zo zijn er altijd actuele variaties, zoals in 2008 de opkomst van Rita Verdonk en de verborgen camera-acties van Peter R. de Vries. Beiden halen nu de top-100 niet eens.

Over de verschillen tussen en binnen categorieën valt te lezen op de volgende pagina’s. Ik beperk me nu tot de grote lijnen. Ik wilde vooral drie dingen weten; de representativiteit van de Talking Heads naar geslacht, politieke voorkeur en maatschappelijke relevantie. Om met de vrouwen te beginnen: er staan er nu achttien bij de eerste honderd. Geen echte vooruitgang ten opzichte van de zeventien in de vorige telling. Bovendien stonden er de vorige keer twee vrouwen in de top-10, Rita Verdonk en Femke Halsema. Dit keer geen. Onder de minder frequente sprekers waren nu wel iets meer vrouwen te vinden. Van alle sprekers was 23,8 procent vrouw. Er zijn maar twee categorieën waarin vrouwen de meerderheid vormen: de gedupeerden en de familieleden.

In politiek opzicht is de verdeling over de partijen minder representatief geworden, in de richting van een overweldigende rechtse meerderheid. Als je de 66 mensen in de top-100 met een partijpolitieke achtergrond zou vertalen naar een fictieve samenstelling van de Tweede Kamer, dan had de huidige coalitie geen 76 maar 95 zetels (CDA 41, VVD 36 en PVV 18). Van de oppositiepartijen zijn GroenLinks (9 zetels) en ChristenUnie (5) min of meer representatief in beeld, de andere te zwak: PvdA 25, SP 9 en D66 7. Het viel te verwachten dat partijen die een hoofdrol speelden in de kabinetsformatie de meeste aandacht zouden krijgen. De dominantie van het CDA wordt nog sterker als je de complete lijst bekijkt (zie pag. 6-7)

Het maatschappelijk middenveld is nog onzichtbaarder geworden: FNV-voorzitter Agnes Jongerius verdween uit de top-100, evenals alle andere vertegenwoordigers van het poldermodel. Ook in de complete lijst zijn vakbonden en ondernemers relatief weinig zichtbaar.

Wel lijken er iets meer jongeren in beeld. Ook komen voor het eerst structureel vertegenwoordigers van banken en andere financiële instellingen voor – wat vrijwel uitsluitend te danken is aan het nieuwe programma Ochtendspits, dat dagelijks een beursanalist of bankeconoom uitnodigt. PowNews lijkt echter grotendeels in dezelfde vijver van politici en Bekende Nederlanders te vissen als de andere rubrieken.

Veel is er dus niet veranderd door de poging om de Publieke Omroep representatiever te maken.

Om de oorzaken vast te stellen van het gebrek aan representativiteit zou nader onderzoek nodig zijn. Het lijkt onzinnig om te denken in termen van complotten en moedwillige oogkleppen. Het is zeker dat de redacties van de talkshows hun uiterste best doen om meer vrouwen aan tafel te krijgen, maar dat lukt niet goed.

Beweerd wordt dat veel vrouwen die wat te vertellen hebben, geen zin hebben in Jeroen, Paul en Matthijs, omdat ze zich slecht thuis voelen in de competitieve, snelle sfeer van die programma´s. De poging van Net5 (De tafel van 5) en de VARA (Vrouw & Paard) om talkshows met alleen vrouwen aan tafel te maken, liepen stuk op teleurstellende kijkcijfers. Kennelijk is de wat hanige toon van de huidige talkshows toch wat de kijker het liefst ziet.

Misschien helpt nog het beste om de minder goed gerepresenteerde groepen, zoals vrouwen, ondernemers en middenvelders, op te roepen om uitnodigingen voor televisieverschijningen minder snel af te wimpelen. Bewustwording van een mogelijk probleem is de eerste stap.

In ieder geval kan met deze telling de misvatting weerlegd worden dat de dagelijkse rubrieken van de publieke omroep ‘drie keer de Volkskrant’ zouden zijn. Er is een duidelijke stap gezet in de richting van ‘drie keer De Telegraaf’, zoals blijkt uit de keuze voor journalisten van die krant en de gratis dagbladen.