Sahar woont hier al tien jaar

Een „Hollandse puber” die arts wil worden, dreigt weer in Kabul te moeten wonen. Het asielverzoek van haar ouders is afgewezen.

Sahar Hbrahimgel is geen gemiddelde leerling van het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden. Ze is niet alleen de beste van de klas, ze is ook enige die al zo’n tien jaar in een caravan in het asielzoekerscentrum in St. Annaparochie woont. Eind vorige maand, op de dag van haar veertiende verjaardag, kreeg ze te horen dat zij, haar broertjes en haar ouders moeten vertrekken. Hun asielaanvraag is voor de derde keer door de IND afgewezen. Ze zullen Friesland moeten verlaten voor een enkele reis Kabul.

Sahar’s vader Farid, een ingenieur, vluchtte in 2000 met zijn vrouw en drie kleine kinderen voor de Talibaan. Via een opvangcentrum op Vlieland, kwam het gezin Hbrahimgel in St. Annaparochie terecht. Vier jaar later werd hun verzoek afgewezen. De familie week uit naar Zweden, maar mocht niet in een ander Europees land asiel aanvragen. Door het uitstapje was bovendien de kans op deelname aan het generaal pardon verkeken. Maar terug in St. Annaparochie begon wel een nieuwe procedure om een verblijfsvergunning. De psychische problemen van haar moeder Farida zouden daar aanleiding voor kunnen zijn. Net als de situatie in Afghanistan, die er sinds de Amerikaanse invasie niet vrouwvriendelijker op is geworden.

Dat is volgens Paul Stieger, de advocaat van het gezin, ook de reden dat Sahar nu het gezicht is geworden van de schrijnende zaken van asielzoekers die al jaren in Nederland zijn. Een vriendelijk rond gezicht met grote bruine ogen en een lange bos haar. Een pienter meisje dat foutloos Nederlands spreekt en op televisie en in kranten vertelt dat ze in Nederland chirurg wil worden. Dat ze niet eens weet hoe Afghanistan er uit ziet en bang is om terug te gaan. „Het hele gezin loopt een risico als ze terugkeren. Mensen die zijn verwesterd worden gezien als zedeloos”, zegt Stieger. „Maar Sahar wordt het zwaarst getroffen als ze teruggaan. De situatie in Afghanistan is voor meisjes uitermate moeilijk. Ze zal zich daar nooit zo kunnen ontwikkelen als hier.”

Wat dat betreft spreken haar broertjes Nawid (16) en Nawab (11), net als vele andere asielzoekers, iets minder tot de verbeelding. Sahar lijkt op de mensen die zich haar lot aantrekken. „Ik herken iets van mijn dochters in die tante: een lekker eigenwijze, Hollandse puber”, zegt Stieger.

Haar klassementor, Bart Pander, verklaart Sahar’s plotselinge bekendheid met de heuse campagne die haar klasgenoten in Leeuwarden in gang hebben gezet. Zodra haar medeleerlingen hoorde van de afwijzing, belden ze naar het Jeugdjournaal, Hart van Nederland en lokale media. De school werd behangen met spandoeken en er is een campagnelied voor Sahar gecomponeerd. Op Hyves, Facebook en Twitter bepleiten scholieren dat Sahar een toekomst in Nederland verdient. Dat heeft in ieder geval uitgericht dat minister Leers (Immigratie) haar zaak nog eens zal bekijken.