Wie wil nog op de foto met Wellink?

President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank verging het eigenlijk net als u en ik.

Op 15 september 2008 ging onverwachts de Amerikaanse zakenbank Lehman failliet en u en ik vonden onszelf opeens terug in een financiële maalstroom die de kredietcrisis heette.

Prompt hing het snel. Je zag de hilarische foto van die topman van Fortis die door Brussel liep met de concepttekst van een van de grootste steunacties ooit. En nog geen week later, op vrijdag 3 oktober 2008, nationaliseerde Nederland à 16,8 miljard euro de Nederlandse activiteiten van Fortis en ABN Amro.

Opeens stond Wellink die vrijdagmiddag naast minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) en minister-president Jan Peter Balkenende (CDA). In de hal van het ministerie van Algemene Zaken gaven zij een persconferentie. Hier stond het logische ‘supertrio’ dat vitale functies voor geldautomaat en koninkrijk had gered.

Maar met de kennis van nu zegt Wellink: sorry. Op de foto van de aankondiging, zo vertelde hij deze week in een NRC-debat, sta ik te dicht bij het politieke circuit. Dat was niet goed voor mijn onafhankelijkheid. „Ik werd erin gezogen.”

Tja.

Erin gezogen.

Dat klinkt als tv-commentator Herman Kuiphof na het tweede Duitse doelpunt in de verloren WK-finale 1974. „Zijn we er toch ingetuind.”

Erin gezogen.

Dat klinkt alsof de nationalisatie van Fortis en ABN Amro een moeras was waar Wellink nooit meer uitgekomen is. Maar heeft iemand hém voor de voeten geworpen dat de 16,8 miljard euro voor Fortis ABN Amro onvoldoende was, dat de kopers geen financieel onderzoek hadden gedaan en dat de investering van inmiddels 30 miljard euro met de kennis van nu nooit meer zal worden terugverdiend? Nee.

Erin gezogen.

Wellink stond daar om vertrouwen uit te stralen na een week van alom uitbrekende nervositeit. Want ook een centrale-bankpresident is een politicus, hij werkt voor de publieke zaak, met als enige verschil dat hij niet is gekozen. Alle geld is politiek. De prijs van geld (de rente). De waarde van geld (wisselkoers en geldontwaarding). En de zekerheid van geld, veilig bij solvabele banken. Bij een bankroet trekt niet Wellink de portemonnee, maar de minister van Financiën, de politieke afgevaardigde van de belastingbetaler. De onafhankelijkheid van de centrale bank is nooit absoluut, maar altijd deel van een politiek raamwerk.

Erin gezogen.

Zijn zelf betreurde optreden klinkt als metafoor voor de hele kredietcrisis. Op 3 oktober kwam het in volle omvang over hem. Vluchten kan niet meer. Minder dan een week later stond hij opnieuw in Den Haag, naast minister Bos op de binnenplaats van Financiën, met een steunpakket van 20 miljard euro voor de financiële wereld. Daarna volgden reddingsacties en debacles (DSB, Icesave). Politici twijfelden openlijk aan zijn werk. Het was het misselijke gevoel na een rit in de achtbaan van de kredietcrisis die al te lang had geduurd.

Hij was erin gezogen.

Dat klinkt als: was ik daar maar nooit geweest. U en ik denken dat ook wel eens. Maar wij zaten niet aan de knoppen toen politici en centrale banken de sluizen openzetten voor de ongeremde en ongetemde financiële sector. Hij wel.

MENNO TAMMINGA