Staatssecretaris is dol op 'moderne kunst'

Hij had, op zijn eigen website, al eens onthuld dat hij niet zo van ‘zware boeken’ houdt en liever Tom Clancy en Dan Brown leest. Sinds deze week weten we ook welke beeldende kunst de voorkeur geniet van staatssecretaris voor Cultuur Halbe Zijlstra. „Ik houd van hele moderne schilderijen, daar hangt mijn huis redelijk vol mee”, zei hij maandag tijdens de uitzending van Pauw & Witteman.

Van wie dan precies, wilden de presentatoren weten. En toen kwam de coming-out van de staatssecretaris: „Ik heb bijvoorbeeld werk van de Amerikaanse kunstenaar Michael Wayne, die maakt hele expressionistische schilderijen. En van Eline de Jong, een opkomende kunstenares, die schilderijen maakt van silhouetten in beweging.”

Persoonlijk had ik nog nooit van deze twee avant-gardisten gehoord. Maar afgaande op hun websites zou ik ze allesbehalve ‘heel modern’ noemen. Eline de Jong maakt impressionistische doeken van Parijs en New York, inderdaad met silhouetten die schuifelen onder de Eiffeltoren of zich door Grand Central Station spieden. Precies zoals de Franse schilder Gustave Caillebotte ruim een eeuw geleden ook deed.

De Texaan Michael Wayne spettert er anno 2010 nog net zo lustig met verf op los als Jackson Pollock in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Net als De Jong kopieert Wayne, van wie vorig jaar nog doeken te zien waren bij Galerie Lambèr uit Valkenswaard, klakkeloos zijn grote voorgangers uit de kunstgeschiedenis, zonder daar al te veel aan toe te voegen. Vandaar misschien dat hun namen me zo onbekend in de oren klonken. Geen Nederlands museum dat hun werk tot nu toe heeft aangekocht.

Gelukkig maar dus, dat het de Raad voor Cultuur is, en niet de staatssecretaris zelf, die straks gaat beslissen welke kunstenaars nog subsidie verdienen. De broodschilders waar hij van houdt, die redden het wel met hun gemoedelijke retrokunst voor boven de bank. Het zijn de échte avant-gardisten waar ik me meer zorgen om maak.