Industriële ambachtelijkheid

Het is eigenlijk wel interessant dat ons eten met steeds hoogwaardiger technologie wordt geproduceerd, terwijl wij er steeds meer behoefte aan lijken te hebben om net te doen alsof alles van de meest ouderwetse boerenerven komt. Op elk pak melk staan koeien in de wei, op de vleesverpakkingen zien we bloeiende weilanden, allerlei voedsellijnen krijgen een gezellige boerennaam: Bart of Gijs of Bakker Bartels.

Intussen zijn boerenbedrijven wonderen van technisch vernuft en ook de levensmiddelenindustrie kan van alles: yoghurt zonder een grammetje vet die toch niet schraal smaakt, worstvel uit algen fabriceren, semi-verse producten maken, gasverpakkingen die sla dagenlang onverwelkt houden.

En ondanks dat, of juist daardoor zijn we enorm gespitst op vers, ambachtelijk, regionaal, van het platteland enzovoort. We willen altijd vooral dàt wat schaars is en de markt geeft het ons ook nog – zonnige weiden, boerenrust, ambachtelijke producenten, ‘verse’ waren die toch lekker lang bewaarbaar zijn.

We hoeven bijkans helemaal niet meer te koken. En volgens sommigen zouden we dat dus ook beter niet meer kunnen doen. Het is achterlijk om zelf je eten te willen klaarmaken, ‘middeleeuws’ zelfs, zoals zaterdag in deze krant werd beweerd.

Het zou middeleeuws zijn om nog op een open vuur te willen koken in een grote kookpot – wat een enorme vooruitgang was destijds niet de uitvinding van het fornuis! En die eerste fornuizen waren echt nog niet de geweldige types die we vandaag de dag in onze keukens hebben, waar we niet meer zelf hout of kolen in hoeven te stoken. We praten dan nog niet eens van de magnetron, de stoomoven, de keukenmachine, de staafmixer, de ijsmachine – al die dingen die eten bereiden vandaag de dag tot zoiets eenvoudigs maken.

Dus middeleeuws, middeleeuws…

Sommige dingen, het is niet anders, zijn gewoon goed zoals ze zijn. En lekker zoals ze zijn. Hoe knap ook dat de industrie spaghetti kan maken die wel iets weg heeft van verse – verse is toch oneindig veel lekkerder. Wie zegt: dat kan me niet schelen, ik ga echt niet de moeite doen om mijn spaghetti zelf te maken, heeft mijn zegen, maar die moet niet beweren dat die supermarktspaghetti even goed is. Of dat aardappelpuree uit een pak eigenlijk ook heel lekker is. Het is een oplossing. En soms heeft men een oplossing nodig, bij tijdgebrek of gebrek aan kooklust. Of gebrek aan smaak.

Aardappelpuree uit een pak kan soms heel nuttig zijn – je kunt het als een soort meel gebruiken voor razendsnelle blini’s die heerlijk smaken. Maar je kunt ook lekker omslachtig aardappelen vullen met hun eigen puree.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Bak de schoongeboende aardappelen in de schil gedurende een uur op een bakplaat. Haal ze uit de oven en snijd de bovenkanten van de aardappelen af. Hol ze voorzichtig uit en wrijf het kruim door een zeef. Roer er de boter en de room door en breng op smaak met peper en zout. Vul de aardappelen met dit mengsel en maak in elke aardappel ene kuiltje waarin wat geraspte kaas en nog wat boter gaat. Bak ze dan nog tien minuten in de oven tot ze een lichtbruin korstje hebben.

Oeh wat lekker..