Held van 1989 morrelt aan democratie

De populaire Hongaarse premier Orbán maakt de grondwet minder liberaal. Intellectuelen zijn bezorgd, de meeste Hongaren nemen het hem niet kwalijk.

Ruim twintig jaar geleden eiste Viktor Orbán in een historische toespraak vrije verkiezingen en het vertrek van de Sovjettroepen uit Hongarije. Nu de charismatische politicus voor de tweede keer premier is, lijkt hij druk doende een deel van de democratische verworvenheden weer ongedaan te maken.

Fidesz, de partij van Orbán, kreeg bij de verkiezingen in mei 53 procent van de stemmen en daarmee een tweederde meerderheid in het parlement. Sinds het aantreden van de regering wordt die macht vrijwel maandelijks gebruikt om de grondwet aan te pasen. Inmiddels wordt gewerkt aan een geheel nieuwe.

Over de kladversie lekken steeds details uit, zoals een indirect verbod op het homohuwelijk en abortus en – in het voorwoord – een verwijzing naar de rol van het christendom in de wording van het land. Volgens parlementsvoorzitter László Kövér blijft alleen de zin dat Boedapest de hoofdstad van het land is ongewijzigd.

Er zijn ook andere maatregelen van Fidesz die, met name onder intellectuelen, tot verontruste reacties leiden. Een aantal dag- en weekbladen verscheen donderdag met lege voorpagina’s uit protest tegen een nieuwe wet waarmee de overheid volgens hen onwelgevallige pers kan muilkorven.

Op ambassades wordt verontrust geregistreerd hoe de regering van het land dat vanaf 1 januari de EU voorzit de bevoegdheden van het Constitutioneel Hof beperkt en hoe de invloed groeit van een groep vroegere studievrienden van Orbán. „Een club die weinig op heeft met de EU. Die zien ze als traag en besluiteloos. Dat geeft te denken,” zegt een diplomaat uit een West-Europees land.

Onder de Hongaarse bevolking krijgt de premier echter een stuk meer krediet dan in de oudere EU-lidstaten. Orbán, een goed gebouwde blonde veertiger, is charismatisch en een sterke spreker. Dat geven zelfs zijn opponenten die hem nu van machtswellust beschuldigen toe. Hij gebruikt heldere taal – „een belastingaangifte moet zo simpel zijn dat hij op een bierviltje past.”

De onderliggende boodschap van veel van zijn maatregelen is al net zo duidelijk: na jarenlang uitvoeren wat de EU of het IMF hen opdroegen, zijn in Hongarije de Hongaren weer aan de beurt.

De daadkracht die de regering uitstraalt wordt door de meerderheid van de bevolking gewaardeerd, blijkt uit peilingen. Orbán is de populairste politicus van Hongarije. Dat hij zich persoonlijk bekommert om de slachtoffers van de overstroming met giftige rode modder, telt voor de meeste mensen voorlopig zwaarder dan gemorrel aan de grondwet. Die werd na de revolutie van 1989 snel in elkaar geflanst, zeggen ze. Het was onderdeel van het totale pakket, toen kritiekloos en gretig het kapitalisme en de democratie naar West-Europees model werden gekopieerd. Vorm zonder inhoud.

De manier waarop de afgelopen twintig jaar invulling is gegeven aan die parlementaire democratie heeft het vertrouwen erin geen goed gedaan.

Een partij die niet op een ruime meerderheid steunt, zoals de vorig regering van oud-socialisten, krijgt weinig voor elkaar. De afgelopen jaren is het ongeduld over het gemodder van politici onder Hongaren gegroeid.

Na jaren met aantoonbare vooruitgang, zoals economische groei en EU-toetreding, zakte de economie vanaf 2006 in elkaar. Tal van corruptieschandalen en keiharde oppositie versterkten het beeld van liegende bestuurders die het land leegroofden. In de winter 2006 leidde het tot dagenlange massale demonstraties en rellen.

In 2008 moest het land als eerste binnen de EU met een noodlening van het IMF en de EU worden gered. Twee jaar van harde bezuinigingen en grote financiële onzekerheid voor honderdduizenden huishoudens volgden.

De voorgaande regeringen onder sociaal-democraat en miljonair Ferenc Gyurcsány probeerden de economie te liberaliseren. Ze hadden de reputatie vooral goed naar buitenlanders en de bazen van multinationals te luisteren en weinig oor te hebben voor de noden van Hongaren zelf of hun klachten over corruptie.

De huidige regering doet het tegenovergestelde. Socialistische bestuurders moeten daarbij op alle ambtelijke niveaus plaatsmaken voor Orbáns eigen mensen. Met een belasting van 98 procent met terugwerkende kracht op gouden handdrukken hoger dan ongeveer 7500 euro probeert hij te voorkomen dat ze bij vertrek nog geld meenemen.

Als het Constitutioneel Hof dat ongrondwettelijk verklaart, perkt hij de bevoegdheden van dat hof in. De meeste Hongaren zien daarbij vooral het doel: socialisten pakken die nutsbedrijven leegroven. Van het middel - machtsmisbruik -bedienen volgens hen alle politici zich als het hun zo uitkomt.

„De controles en beperkingen op de macht stonden de regeringen maar in de weg om de dingen te doen die volgens de bevolking nodig zijn", omschrijft Gábor Takács dat denken. Hij is analist van denktank Nézöpont, die vooral voor de Fidesz-regering werkt en zich als ‘rechts van het centrum’ omschrijft. „Mensen hebben meer belangstelling voor wat effectief gebeurt in het land, dan voor wetgeving.”

Orbán heeft weinig boodschap aan gesputter van de oppositie of politieke schoolmeesters uit Brussel. Zijn leerschool was de revolutie van 1989. Ook daardoor is er bij de meeste Hongaren vooralsnog het vertrouwen dat hij niet van plan is die democratie geheel om zeep te helpen.