Opinie

Vertrouwen

„Ik hoop dat ik op vertrouwen kan rekenen.” Zijn adem wolkt in de kou, als ik de voordeur geopend heb op zijn bellen. „Mijn tante, hier verderop, is niet thuis en mijn benzine is op. Kan ik wat geld van u lenen?” Hij herhaalt zijn hoop op vertrouwen, maar zijn blik herinnert me aan een

„Ik hoop dat ik op vertrouwen kan rekenen.” Zijn adem wolkt in de kou, als ik de voordeur geopend heb op zijn bellen.

„Mijn tante, hier verderop, is niet thuis en mijn benzine is op. Kan ik wat geld van u lenen?”

Hij herhaalt zijn hoop op vertrouwen, maar zijn blik herinnert me aan een van de hilarische personages van Kees van Kooten. Ik weiger mijn hulp en wens hem sterkte.

Gelaten loopt hij weg.

Als ik met een lichte wroeging – laat ik hier een man letterlijk en figuurlijk in de kou staan? – de ontsnapte poes binnenroep, kijk ik hem na.

Twintig meter verderop stapt hij op de fiets en verdwijnt om de hoek.

Rita Bruning