'Lekken van gevoelige infrastructuur riskant'

De lijst met internationale zwakke plekken van de VS die WikiLeaks lekte, brengt weinig nieuws maar kán gevaar opleveren , zeggen terrorismedeskundigen. „Een onverstandige zet.”

Het pleidooi voor absolute transparantie van WikiLeaks heeft een nieuwe lading gekregen door de publicatie van een overzicht met wereldwijde „gevoelige infrastructuur” voor de Verenigde Staten. Witte Huis-woordvoerder P.J. Crowley sprak gisteren van een „onverantwoordelijke” actie die de belangen van vele landen en regio’s in gevaar brengt.

WikiLeaks, die eerder onthulde dat diplomaten VN-personeel bespioneerden, ziet het als nieuw bewijs dat Amerikaans ambassadepersoneel „inlichtingen verzamelt”, zei woordvoerder Kristinn Hrafnsson. Verder geeft WikiLeaks bij de strategische doelen „geen informatie over exacte locaties, de beveiliging en gaten daarin”, aldus Hrafnsson.

Hoe gevoelig de informatie is en welk doel de publicatie van zondagavond dient, is onderwerp van debat. Nederlandse terrorismedeskundigen zeggen: het openbaren van de zwakke plekken brengt weinig nieuws, maar kán schadelijk zijn. Sommigen keuren de actie sterk af.

Het diplomatieke kabelbericht van februari vorig jaar betreft een jaaroverzicht uit 2008 van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid met circa 300 objecten. Verwoesting van deze faciliteiten zou de „volksgezondheid, economische stabiliteit en nationale veiligheid” van de VS in gevaar brengen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken vraagt diplomaten de lijst te actualiseren.

De objecten zijn onder te verdelen in drie categorieën: fysieke verbindingen met de VS (pijpleidingen, telecomkabels) en objecten in de grensregio’s (stuwdammen), overzeese leveranciers met schaarse producten en belangrijke transportroutes zoals het Panamakanaal. Voor Nederland worden de Rotterdamse haven en de onderzeese telecomkabels Atlantic Crossing-1 bij Castricum en de TAT-14 bij Katwijk genoemd – plus de Americas II-kabel bij Willemstad op Curaçao. Andere locaties variëren van de ‘Nadym-pijpleiding’ in Rusland („de belangrijkste gasinstallatie ter wereld”) tot de Argentijnse producent van een vaccin tegen mond- en klauwzeer. De conflictgebieden van de VS hebben blijkbaar weinig gevoelige locaties. Irak heeft maar één vermelding, de olieoverslag in de haven van Al Basrah. Afghanistan komt niet een keer voor.

De Britse krant The Times noemde lijst gisteren een „cadeautje voor terroristische organisaties”. „Dat cadeautje hebben ze niet nodig”, zegt Erwin Muller, hoogleraar Veiligheid en Recht in Leiden en directeur van het COT Instituut voor Veiligheid en Crisismanagement. „Het zijn locaties waar de iets slimmere terroristen zelf wel op kunnen komen. Met een simpele bom in een volle metro in Amsterdam krijg je ook alle media-aandacht. Maar voor mensen die in een opwelling kwaad willen aanrichten, kan zo’n lijst wel bruikbaar zijn.”

De eerste indruk van de Leidse hoogleraar contraterrorisme Edwin Bakker, verbonden aan Clingendael, is ook dat het overzicht „niets nieuws” is. „De eerste aanslagen in Nederland waren op ‘kritieke infrastructuur’”, mailt hij. Bakker herinnert aan de aanslagen op de verdeelstations van de Gasunie in Ravenstein en Ommen in 1972, opgeëist door de Palestijnse splintergroepering Zwarte September. „Al met al hebben deze ‘spectaculaire’ aanslagen weinig indruk gemaakt”, aldus Bakker. „Uiteraard kunnen bepaalde lieden door de ophef over deze lijsten natuurlijk wel op ideeën worden gebracht.”

Bob de Graaff, tot begin dit jaar hoogleraar Terrorisme en Contraterrorisme, ziet een zeker risico: „Tot nu toe was ik niet zo heel erg onder de indruk van wat WikiLeaks heeft gepubliceerd”, zegt de Graaff, „maar dit vond ik een onverstandige zet. Niet alle doelen in het overzicht zijn even gemakkelijk te bereiken, maar een aantal wel. Je vestigt extra aandacht op die locaties en brengt zo de veiligheid in gevaar.”

Defensiespecialist Ko Colijn van Clingendael keurt de laatste actie van WikiLeaks af: „Tot nu toe heeft WikiLeaks drie soorten bronnen gepubliceerd. De documenten over de oorlog in Irak en Afghanistan, dat is vooruit geschoven geschiedschrijving. Dat vinden regeringen niet leuk, maar daarmee breng je niemand in gevaar. Dat is verdedigbaar.’

„De diplomatieke stukken van nu zijn individuele beleidsopvattingen. Meestal komen ze pas na 25 jaar vrij, maar daarbij kun je een afweging maken op basis van publiek belang – al heeft diplomatie een zekere mate van geheimhouding nodig. Sommige vredesakkoorden waren anders nooit gesloten. Het publiceren van dergelijke stukken vind ik een grensgeval, en soms dom”, zegt Colijn.

„Het lekken van kwetsbare locaties, wat Wikileaks nu heeft gedaan, is categorisch fout. Er is geen sprake van het onthullen van hypocrisie, dubbelspel of van drogredenen om ten oorlog te gaan. Het is alleen het bekend maken van gevoelige infrastructuur. En daarmee breng je de nationale veiligheid in gevaar.”