We kunnen zonder die FIFA, hoor

Rusland en Qatar mogen het WK 2018 en 2022 organiseren.

Wel zo makkelijk voor de FIFA, die zal daar niet gehinderd worden door pers of lastige politici.

Met de keuze voor Rusland en Qatar als gastlanden van het WK voetbal in 2018 en 2022, heeft de FIFA twee vliegen in één klap geslagen. Ze heeft de wereld laten zien dat ze de mondialisering van het voetbal serieus neemt door te kiezen voor twee geografische gebieden die vroeger geen schijn van kans maakten om een WK te mogen organiseren. En ze heeft twee landen gekozen waar de leden van het FIFA-bestuur (het ‘Exco’) hun dubieuze bestuurspraktijken kunnen voortzetten, zonder veel risico gehinderd te worden door vragen van een kritische pers of lastige politici.

Beide keuzes sloten logisch aan bij de agressieve ontkenning van de beschuldigingen van massale omkoping in BBC’s Panorama – een programma dat nog meer schade toebracht aan de slechte reputatie die de FIFA al had na de onthulling van The Sunday Times dat twee Exco-leden bereid waren hun stem te verkopen. Wie de uitsluiting van de twee lichtgewicht FIFA-politici Adamu en Temarii – die alleen maar geld vroegen – vergelijkt met de FIFA-weigering om op te treden tegen de vier zwaargewichten Teixeira, Leoz, Hayatou en Warner – die daadwerkelijk grote sommen geld hebben aangenomen – constateert dat de zero tolerance tegen corruptie die de FIFA heeft afgekondigd, van zero waarde is. Voorzitter Blatters dilemma is duidelijk: als hij deze vier hebzuchtigste FIFA-leiders, die zijn eigen politieke basis vormen, ten val probeert te brengen, sneuvelt hij ook.

Bij de keuze voor Rusland, dat bekendstaat om zijn ondoorzichtige zakelijke en publieke sector, droomt bovendien een deel van de creatieve mensen aan de FIFA-top misschien wel van nieuwe winstgevende handeltjes. Daarentegen heeft het jongste overgebleven Exco-lid, Michel Platini (55), opgeroepen tot de vorming van een sportpolitie tegen de corruptie, omdat hij beseft dat de voetballeiders niet opgewassen zijn tegen de georganiseerde misdaad die het voetbal binnendringt. Nogal opvallend vond ik zijn lichaamstaal vlak voordat de keuze voor Rusland werd aangekondigd. Hij keek als iemand die gebukt ging onder onoverkomelijke toekomstige beproevingen.

De keuze voor Qatar moet Blatter zijn bevallen. Niet alleen omdat het ontroerend was de emotionele en verbaasde reactie van de Qatarese delegatie te zien toen de naam van het land uit Blatters envelop kwam – alsof deze mensen, die thuis tot een onaantastbare elite behoren, echt het gevoel van een bescheiden, onverwachte winnaar beleefden. Maar Blatter moet ook zeer voldaan zijn geweest over de mogelijkheid een dergelijk geschenk te geven aan de Qatarese president van het Aziatische voetbal en Exco-collega Mohammed Bin Hammam, die ooit nog de verkiezingscampagne van de FIFA-voorzitter bekostigde en Blatter zijn privéjet ter beschikking stelde, maar die onlangs dreigde het de komende jaren bij verkiezingen tegen Blatter op te zullen nemen. Uit de woestijn heeft Blatter voorlopig niets te vrezen.

Er is misschien veel wat op een toekomst wijst waarin de FIFA-praktijken ongewijzigd kunnen blijven. Maar het is nog te vroeg voor de FIFA-leiders om een zucht van verlichting te slaken. De beslissing om twee WK-bids te combineren brengt een nieuwe en interessante politieke situatie: we beginnen nu aan een lange periode totdat het volgende WK-besluit moet worden genomen, een periode waarin sceptische regeringsleiders en nationale bonden niet voortdurend de FIFA-top hoeven te vleien en voor kritiek hoeven te behoeden. Verliezende landen als de VS, Australië, Engeland, Nederland, België en mogelijk ook Spanje en Portugal zullen misschien niet meteen woedend reageren op een procedure die onwaardig en onbetrouwbaar is gebleken. Maar algauw zullen de leidende politici voor de onmogelijke taak staan om hun belastingbetalers en kiezers uit te leggen waarom ze tientallen miljoenen dollars en euro’s hebben weggegooid in een spel dat allesbehalve professioneel, open en eerlijk was. Ook zou in alle landen die veel publieke middelen in sport steken, weleens een groeiend aantal politici kunnen eisen dat het voetbal zelf orde op zaken stelt.

Opmerkelijk is de groeiende bezorgdheid onder politici in Zwitserland, die beseffen dat de vrijstellingen die sportorganisaties in de anti-corruptiewetgeving genieten, in feite worden misbruikt. Aanscherping van anti-corruptiewetgeving in het thuisland van 50 sporten zou een grote stap vooruit zijn, al zou een aantal organisaties dan misschien zijn heil elders zoeken.

Rusland en Qatar mogen dan het recht hebben zich een tijdje te verheugen, maar een veel groter aantal landen zal somber gestemd raken, in het besef dat de reputatie van de FIFA misschien wel onherstelbaar is beschadigd. Waar hebben we, zonder WK in het verschiet, nu eigenlijk nog een FIFA voor nodig? We hebben behoefte aan voetbal, ja, aan spelende kinderen op een grasveld, ja, aan juichende supportersscharen, ja. Maar aan een twintigtal bejaarden dat zichzelf verrijkt en de rest van ons voorliegt, zogenaamd ten bate van de sport en van de wereld?

Het is duidelijk dat de FIFA van de wereld en de sport afhankelijk is. Maar het is geen gegeven dat de wereld en de sport de FIFA nodig hebben. Pak een bal, zoek een vriend, en kijk hoe makkelijk het voetbal zonder kan.

Jens Sejer Andersen is internationaal directeur van Play the Game, een Deense organisatie die opkomt voor de democratie, transparantie en vrijheid van meningsuiting in de sportwereld.