Walkietalkies in het aards paradijs

Vanuit zijn oude koloniale villa in Abidjan volgt Jean-Paul dag en nacht de bewegingen van de politie en het leger. Hij hoopt op een machtsomwenteling.

Hij is in lange tijd niet zo vrolijk geweest. Goed, hij kan amper de deur uit, want hij heeft geen geld om de tank van zijn oude Mercedes te vullen. Maar in feite zit Jean-Paul (62), een lange Fransman met een bolle buik en onverzorgd grijs haar, toch het liefst thuis. Achter een bureau, met zijn walkietalkies en pistolen onder handbereik. De laatste keer dat hij zijn geboorteland zag, was in 1983. Juni 1983 om precies te zijn. Ach, daar heeft hij niets meer te zoeken.

De presidentsverkiezingen geven Jean-Paul weer hoop. De regering is hem nog tienduizenden euro’s schuldig voor software die hij jaren geleden leverde. Maar onder president Laurent Gbagbo werd hij niet betaald. Jean-Paul heeft een gruwelijke hekel aan Gbagbo, niet alleen omdat hij zijn geld nooit zag, maar omdat het volgens hem een misdadiger is. „Ivoorkust is een schurkenstaat geworden”, zegt hij vaak tegen Rosalie, zijn vriendin. Ze is een blanke Française maar hier geboren.

Vroeger was dit land een paradijs op aarde, vindt Jean-Paul, terwijl hij zichzelf nog maar eens een koud glas Pastis inschenkt. „De wegen werden onderhouden, het vuilnis werd gewoon opgehaald.”

Jean-Paul wandelt af en toe door zijn tuin. Want daar liggen zijn zeven geliefde Boxers begraven, elk met een grafsteen die getuigt van het voortreffelijke karakter van het betreffende dier.

De dagen van president Gbagbo zijn geteld, denkt Jean-Paul. Hij bleef de afgelopen week vaak de hele nacht op om de communicatie van politie en leger af te luisteren. Jean-Paul beschouwt zichzelf als een agent van de geheime dienst. Hij „weet” dingen.

Blieperdebliep, gaan de walkietalkies op zijn bureau, en Jean-Paul belt kennissen om te vertellen dat er ergens in de stad schoten zijn afgevuurd of een dode is gevonden. Maar pas op, want Jean-Paul noemt Gbagbo nooit bij naam. De telefoon kan worden afgeluisterd.

Rosalie laat hem zijn gang gaan. Ze tolereert zijn paranoia en maakt af en toe grapjes over zijn obsessie met de Ivoriaanse politiek. „Dit is ons land niet”, zegt ze tegen hem. „Laat hen het zelf maar uitzoeken.”

Minder grappig vindt ze zijn collectie vuurwapens. Overal in hun koloniale villa ligt schiettuig. Op de salontafel een revolver, bij de wc een geweer. Handenwrijvend zal Jean-Paul de inbreker tegemoet sluipen die dom genoeg is om bij hem ’s nachts over de muur te klauteren. Zijn waakhonden zijn met Duitse precisie afgericht. Een staatsgreep zou nu helemaal mooi zijn, vindt Jean-Paul. Laat de revolutie maar komen. Blieperdebliep.

De namen van de hoofdpersonen zijn om veiligheidsredenen veranderd.