VVD: geen hoge btw podiumkunst

De VVD-fractie in de Eerste Kamer zal proberen de verhoging van de btw in de podiumkunsten per 1 januari 2011 tegen te houden. De verhoging op korte termijn wordt door de VVD beschouwd als onbehoorlijk bestuur. Ook zal de VVD de regering vragen niet in te gaan tegen de EU-richtlijnen op dit punt. Dit bevestigen bronnen binnen de partij. Met het verzet van de VVD tekent zich een senaatsmeerderheid af tegen de btw-verhoging.

De btw-verhoging van 6 naar 19 procent op podiumkunst en handel in kunstgoederen is onderdeel van de belastingwet, die morgen bij de Eerste Kamer ter goedkeuring voorligt. Complicerend is dat de Eerste Kamer niet het gehele belastingplan wil tegenhouden, maar ook geen amendementen kan indienen. Wel kan de Kamer de regering vragen een bepaling toe te voegen die de btw-verhoging tenietdoet of uitstelt. Die bepaling moet de Tweede Kamer weer goedkeuren. Weigert de regering, dan is er een politiek conflict, in dit geval tussen de VVD in de Eerste Kamer en het VVD/CDA-kabinet.

De VVD-fractie in de Eerste Kamer ziet de kortingen op kunst en te snelle invoering van een btw-verhoging in het licht van „verschraling van de maatschappij”.

Vrijdag kwam minister Van Bijsterveldt al terug op het kabinetsvoornemen om het Muziekcentrum van de Omroep op te heffen. Het intrekken of uitstellen van de btw-verhoging zou de tweede aanwijzing zijn dat bij nader inzien te scherp is gekort op de kunstsector.

Het argument dat de btw-verhoging strijdig is met Europese richtlijnen wordt geleverd door een onderzoek in opdracht van de verenigingen van theaterproducenten uit de vrije en gesubsidieerde sector. Aan advocaat Ruud Hermans van kantoor De Brauw Blackstone Westbroek en de directeur van het economisch onderzoeksinstituut SEO Barbara Baarsma is gevraagd om de voorgenomen btw-verhoging juridisch te toetsen. Zij hebben een notitie opgesteld die ze vanmiddag aan de Eerste Kamer aanbieden.

De Tweede Kamer ging onlangs akkoord met de verhoging van de btw. De maatregel moet 90 miljoen euro opleveren.

Volgens Ruud Hermans zijn er twee argumenten om te kunnen stellen dat de verhoging niet is toegestaan. Er zijn diverse uitspraken van het Europese Hof van Justitie die zeggen dat verlaging van btw op goederen en diensten is toegestaan als er geen concurrentievervalsing optreedt. In het kabinetsvoorstel blijft het lage btw-tarief gehandhaafd voor circussen, attractieparken en bioscopen.

Hermans: „Maar het publiek kan zijn geld maar één keer uitgeven. Het ministerie van OCW heeft zelf onderzoek gedaan waaruit blijkt dat bioscopen en theaters directe concurrenten zijn. De Europese Commissie kan wegens schending van de btw-richtlijn een procedure beginnen tegen Nederland. Dat heeft de Commissie wel vaker gedaan.”

Het andere argument is dat van „onbehoorlijk bestuur”: het onverantwoord snel invoeren van een wet. Baarsma spreekt van „een uiterst onzorgvuldig en willekeurig wetgevingsproces”.

Hermans: „Het werken wordt ondernemers onmogelijk gemaakt door op zo’n korte termijn de kosten met 13 procent te verhogen. Theaterproducenten gaan contracten aan en dat betekent dat er op de korte termijn geen mogelijkheid is om in de kosten te snijden. Het leidt ook tot nodeloze administratieve rompslomp. Er zou ten minste een deugdelijke overgangsregeling getroffen moeten worden.”