Schade door onthullingen onmiskenbaar

De Amerikaanse minister Gates reageerde laconiek op de onthullingen door WikiLeaks. Maar het vertrouwen is weg.

In de Amerikaanse reacties op de WikiLeaks-onthullingen klinken twee heel verschillende geluiden. Aan de ene kant is er woede: over het ontvreemden en publiceren van de enorme hoeveelheid vertrouwelijke diplomatieke berichten, over de politieke motieven van WikiLeaks-oprichter Assange en over de gevolgen die de kwestie kan hebben voor Amerikaanse belangen en zelfs voor de veiligheid van militairen.

Aan de andere kant proberen bewindslieden van de regering-Obama de ongerustheid over de kwestie juist te sussen. Er zou eigenlijk niet zoveel nieuws bij zitten en de schade moet niet overdreven worden.

„Landen maken afspraken met de Verenigde Staten omdat ze er belang bij hebben, niet omdat ze ons aardig vinden, ons vertrouwen of denken dat we geheimen kunnen bewaren”, zei minister van Defensie Robert Gates nuchter. „Sommige regeringen doen zaken met ons omdat ze bang voor ons zijn, of omdat ze ons respecteren. Maar de meeste omdat ze ons nodig hebben.” Oftewel: daaraan doet de WikiLeaks-affaire niets af.

Het was een duidelijke poging van de ervaren Realpolitiker Gates, die in vele regeringen diende en onder meer directeur van de CIA is geweest, om de ernst van de diplomatieke ramp te bagatelliseren. „Is het genant? Ja. Is het vervelend? Ja. Maar de gevolgen voor de Amerikaanse buitenlandse politiek lijken me bescheiden.”

Ook Amerikaanse bondgenoten relativeren in het openbaar de ernst van de kwestie. Onplezierig, maar we moeten de schade niet overdrijven, was bijvoorbeeld de reactie van Ed Kronenburg, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, zaterdag in deze krant.

Maar niet alle landen doen moeite om dergelijke diplomatieke formuleringen te zoeken. Zo neemt Amerika’s bondgenoot Turkije het buitengewoon hoog op dat premier Erdogan volgens een van de uitgelekte ambtsberichten een onrealistisch wereldbeeld heeft en zich omringt met slaafse adviseurs. De excuses van Washington zijn niet genoeg, aldus een razende Erdogan.

De Turkse woede illustreert waarom diplomatieke post in beginsel altijd geheim gehouden wordt. Het gaat er niet alleen om dat de diplomaten onversneden hun observaties en oordelen moeten kunnen doorgeven aan hun hoofdsteden, dat ze hardop moeten kunnen denken, brainstormen en discussiëren over nog niet helemaal voldragen ideeën. Dat is een belangrijk argument voor geheimhouding, maar niet het enige.

De geheimhouding moet ook voorkomen dat buitenlandse leiders in verlegenheid worden gebracht, zoals nu in tal van landen is gebeurd. Niet alleen de Amerikanen staan voor schut, maar ook al die regeringsleiders die over belangrijke kwesties anders blijken te denken dan ze tot nog toe in het openbaar hebben gezegd.

„Die buitenlandse leiders delen geheimen met ons die ze verborgen houden voor hun vijanden en hun onderdanen”, schreef oud-plaatsvervangend nationaal veiligheidsadviseur Elliot Abrams afgelopen week in een opiniestuk. Als voorbeeld noemt hij de koning van Bahrein, die de Amerikanen in vermeende vertrouwelijkheid had gezegd dat het Iraanse nucleaire programma gestopt moest worden. In het openbaar onthoudt de koning zich juist altijd nadrukkelijk van aansporingen tot militair optreden tegen de grote overbuur.

En president Saleh van Jemen is tegenover zijn eigen bevolking in verlegenheid gebracht, nu blijkt dat hij tegen de Amerikanen gezegd heeft dat hij zal volhouden dat Amerikaanse bombardementen op Al-Qaeda-figuren door zijn eigen regering zijn uitgevoerd.

Zonder vertrouwelijkheid kan de internationale diplomatie niet functioneren. Vertrouwelijkheid stelt diplomaten in staat met elkaar te communiceren zonder voortdurend rekening te hoeven houden met de vraag hoe bepaalde uitspraken of inschattingen bij deze of gene vallen. In vertrouwelijkheid kan meer informatie gedeeld worden, kun diplomaten elkaars posities aftasten en oplossingen uitproberen.

Nu blijkt dat de sluier van vertrouwelijkheid opeens kan worden weggetrokken, zal dat grote gevolgen hebben voor het internationale diplomatieke verkeer. De omvang van de schade is nog niet vast te stellen, al was het maar omdat WikiLeaks nog altijd maar een klein deel van de kwart miljoen Amerikaanse berichten waarover het beschikt openbaar heeft gemaakt. En van de stukken die wel al op straat liggen, is in veel gevallen nog niet te zeggen wat hun openbaarmaking uiteindelijk voor gevolgen heeft.

Maar het vertrouwen dat wat binnenskamers wordt gezegd tegen een diplomaat, een Amerikaanse of een diplomaat van een ander land, is voorlopig weggeslagen. Dat zal zeker ernstige gevolgen hebben voor de Amerikaanse diplomatie, en voor de omgang van diplomaten over de hele wereld – wat Gates daarvan ook zegt.

Extra pijnlijk is dit voor de regering-Obama, die vanaf haar aantreden juist prioriteit heeft gegeven aan het herstel van de Amerikaanse geloofwaardigheid in de wereld. Amerikaanse diplomaten moesten over de hele wereld weer het gesprek aanknopen dat onder de vorige regering in veel gevallen was verstomd. Zonder de smeerolie van een diplomatie die vertrouwelijkheid kan garanderen zal dat onnoemelijk veel moeilijker worden dan het al was.