Onwaarachtig heilig

Voormalig minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) keek zijn ogen uit toen hij via WikiLeaks las dat een Nederlandse ambtenaar, na het mislukken van de klimaattop in Kopenhagen, druk zou hebben uitgeoefend op ontwikkelingslanden om zich niet langer tegen Europa te verzetten. Op straffe van mogelijke korting op ontwikkelingshulp uit Nederland. „Volstrekt onjuist”, aldus Koenders. Politieke ruilhandel is kennelijk ongepast. Volgens een telegram van de Amerikaanse ambassadeur zou de regering medio januari desondanks hebben gedelibereerd of en hoe arme partnerlanden zouden kunnen worden overgehaald om mee te gaan met het Europese streven de CO2-uitstoot tegen 2020 met 30 procent te beperken.

De Amerikaanse gezant kwalificeerde dit ‘voor wat hoort wat’, gelet op de opvatting van Koenders, als een „ongekende stap”. De ambtenaar, aan wie de ambassadeur refereert in haar bericht aan Washington, onderkende overigens ook dat het „moeilijk” is om voorwaarden te stellen aan ontwikkelingshulp.

Deze beginselvastheid is ongeloofwaardig. Tot ver in de jaren tachtig werd het normaal gevonden ‘gebonden hulp’ te geven. Dat is hulp die de ontwikkelingslanden niet vrij maar alleen in overleg met de gever konden besteden. Sindsdien is hulp allengs opgevat als „morele opdracht”. „Ruw eigenbelang” maakte plaats voor „verlicht eigenbelang”, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in januari schreef in zijn adviesrapport Minder pretentie, meer ambitie. „Schone handen houden is, gegeven de situatie in de meeste ontwikkelingslanden, wel nastrevenswaardig maar ook ondoenlijk”, aldus de raad.

Het kabinet-Rutte heeft vorige maand in zijn ‘basisbrief’ de indruk gewekt dat het nu werkt aan „fundamentele herziening” van het beleid. „Goede bedoelingen zijn daarbij niet genoeg. Ook wederkerigheid is van belang. Tegenover Nederlandse inspanningen staan verplichtingen”, schreef de regering.

Die daadkracht is lovenswaardig. Maar toch ook een open deur. Gelet op het telegram van de Amerikaanse ambassadeur is het eigenbelang immers nooit uit het oog verloren. Er werden in de loop van de decennia hooguit andere en vaak eufemistische woorden voor gevonden. Want ook het Nederlandse beleid wordt niet bepaald door aan heiligheid grenzende altruïsme.

En dat ligt voor de hand. Ontwikkelingssamenwerking is een vorm van politiek. Politiek gaat over belangen. Over belangen wordt strijd geleverd. Bij strijd worden gepaste middelen ingezet. De Nederlandse regering heeft er begin dit jaar dus verstandig aan gedaan te kijken hoe ze arme landen kon bewegen om één lijn te trekken. Verontwaardiging daarover is onwaarachtig. Sterker nog. Als de regering toen níét over politieke actie zou hebben nagedacht, zou dat pas verbazingwekkend zijn geweest.