Koenders: 'Er klopt niets van'

De eerste Nederlandse WikiLeaks-melding leidde meteen tot ophef. Zette Den Haag ontwikkelingslanden wel of niet onder druk voor het klimaat?

Het was pas de eerste ‘Nederlandse WikiLeak’. Maar deze leidde direct al tot de nodige ophef. „Volstrekt onjuist”, noemt oud-minister Bert Koenders (PvdA) voor Ontwikkelingssamenwerking de suggestie van de Amerikaanse ambassade in Den Haag, dat Nederland eind vorig jaar ontwikkelingsgeld zou hebben willen inzetten als drukmiddel om arme landen ertoe te bewegen met een wereldomvattend klimaatakkoord in te stemmen. De strategie van Nederland maakte volgens de ambassade deel uit van onderhandelingen op weg naar de klimaattop in 2009 in de Deense hoofdstad Kopenhagen.

De opmerkelijke Nederlandse positie kwam dit weekeinde in het nieuws dankzij klokkenluiderssite WikiLeaks. Die maakte de eerste ‘cable’ van de Amerikaanse ambassade in Den Haag aan het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington openbaar. Het is een verslag, ondertekend door ambassadeur Fay Hartog Levin, van gesprekken die zij en haar medewerkers met Nederlandse hoofdrolspelers hadden gevoerd.

In deze rapportage wordt gesproken over een „verandering zonder precedent”. Nederland zou financiële steun aan ontwikkelingslanden afhankelijk willen maken van hun instemming met het klimaatakkoord dat in Kopenhagen moest moeten worden gesloten. Sanne Kaasjager, clusterhoofd klimaatbeleid bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, zou dit tegen medewerkers van de Amerikaanse ambassade hebben gezegd. Kaasjager, aldus het memo van de Amerikanen aan ‘Washington’, had een boodschap met deze strekking aan Nederlandse ambassades in ontwikkelingslanden opgesteld.

„Er klopt helemaal niets van”, is het stellige oordeel van oud-minister Koenders, die destijds nauw betrokken was bij de besprekingen. Eerder was volgens hem „het tegendeel” het geval. Nederland had juist voorgesteld extra geld voor de ontwikkelingslanden beschikbaar te stellen, om mee te kunnen werken aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen. Volgens Koenders is juist in de instructies aan de ambassades „expliciet” opgenomen de hulpgelden niet als ruilmiddel te gebruiken.

Dat is ook de officiële lezing die nu vanuit Buitenlandse Zaken wordt gegeven. Volgens een woordvoerder is er nooit sprake geweest van instructies van deze strekking. Wat wel is gebeurd, is dat boodschappen voor de ambassades zijn opgesteld waarin wordt gevraagd te onderzoeken waar precies de problemen met het klimaatakkoord zitten voor de landen waarin de ambassades gevestigd zijn. Voor Nederland was daar extra reden toe, omdat een deel van het ontwikkelingsbudget juist speciaal bedoeld is voor klimaatdoelstellingen.

Een betrokkene weet te melden dat dit geldt voor bijvoorbeeld Bolivia. Dit land lag samen met Cuba en Venezuela langdurig dwars bij de besprekingen voor ‘Kopenhagen’. Bolivia is één van de partnerlanden van Nederland bij ontwikkelingssamenwerking. Een deel van het Nederlandse hulpgeld voor het land is bedoeld voor klimaatbeleid. Dat was voor Nederland reden om met Bolivia over hun opstelling in Kopenhagen te praten.

Maar dat is wat anders dan geld als drukmiddel gebruiken. Dat geeft de betrokken ambtenaar Kaasjager ook min of meer zelf aan, zo blijkt uit de geopenbaarde cable. Hij zou hebben opgemerkt dat het in Nederland „moeilijk” ligt zo’n relatie te leggen. De interpretatie dat hulpgeld als drukmiddel zou worden ingezet, kwam van de opsteller van het bericht. „Amateurisme”, oordeelt Koenders.

Commentaar: Twee