'Waarnemers in recreatievoetbal'

In het recreatief voetbal worden kaarten vaak niet doorgegeven. Ongepast stelt de belangenvereniging voor scheidsrechters.

Het niet opgeven van gele en rode kaarten aan de voetbalbond is gebruikelijk op een laag niveau. Evenals molestaties. „De KNVB wordt flink belazerd in het recreatievoetbal”, bevestigt Johan Dollekamp, voorzitter van de belangenvereniging voor scheidsrechters COVS. „Dat gebeurt vanaf de reserve derde of vierde klasse. Daar zullen dus ook niet gerechtigde spelers voetballen. De cijfers die de KNVB opgeeft zijn niet objectief en geven alleen een goed beeld over het jeugd- en prestatievoetbal.”

Het is volgens Dollekamp „uitzonderlijk” dat in de reserveklassen molestaties van scheidsrechters worden doorgegeven, omdat het daar ontbreekt aan eerlijk ingevulde wedstrijdformulieren. „Stijlloos dat het gebeurt, geen kaarten doorgeven. Ik schrik daar echt van. Zie het als een verloedering van de voetbalsport. Dat geldt ook voor het spelen zonder pasjes.”

Dollekamp vindt dat er een belangrijke taak is weggelegd voor clubbesturen. „In het recreatievoetbal is voor de verenigingen en de bond nog een hoop werk te doen. Zij hebben met hun kader een belangrijke opvoedkundige taak. Verder vind ik dat de KNVB in het hele land waarnemers moet inzetten in het recreatievoetbal. De regels moeten worden nagevolgd, die bepalen de grens. De KNVB is bezig met de digitalisering van wedstrijdformulieren. Er komt een moment dat die landelijk worden ingevoerd. Dan kun je daar niet meer mee sjoemelen.”

De spelers, zegt Dollekamp, weten tijdens duels dat ze na afloop met elkaar een biertje drinken en dat de kaarten niet worden doorgegeven. „De scheidsrechters die op dit niveau fluiten [meestal van de club of een speler van een van de twee elftallen] beseffen niet dat zij op dat moment een KNVB-functionaris zijn en vallen onder het tuchtreglement van de bond. Als ze geen kaarten doorgeven riskeren ze dat ze een paar jaar geen wedstrijden mogen fluiten.”

In de afgelopen twintig jaar is er op recreatieniveau een verruwing opgetreden in het amateurvoetbal. Dollekamp, die clubvoorzitter is geweest, kan wel verklaren waarom. „Een aantal medelanders en ook autochtonen krijgt tegenwoordig een steeds korter lontje. Medelanders hebben het lontje wat korter dan de gemiddelde Nederlander. Dat weten ze, dat geven ze zelf toe. Dat escaleert nog wel eens. De scheidsrechters kunnen daar niet altijd mee omgaan.”

Het aantal allochtone teams in Nederland wordt door de KNVB niet bijgehouden, zegt Dollekamp, omdat ze bang zijn voor discriminatie. „Daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar als je de uitspraken van de tuchtcommissie volgt en je kijkt naar de namen van spelers die twaalf weken en langer gestraft worden, dan weet je wel hoe laat het is. Nee, die heten meestal geen Jansen of De Vries.”

Zwaardere straffen door de KNVB zou volgens Dollekamp een middel vormen tegen de toenemende verruwing en wanorde op amateurvelden. „Vijf jaar schorsing of royement. De KNVB zou vaker de maximumstraf moeten opleggen. Na twee of meer keren dat een wedstrijd uit de hand loopt, zou een team uit de competitie gehaald moeten worden.” En over het ‘medelandersprobleem’: „Ik ben een voorstander van geïntegreerd voetbal. Geen elftallen voor Marokkanen of Turken bijvoorbeeld. De samenstelling van een team kan ertoe leiden dat excessen worden voorkomen.”

In het jeugdvoetbal botsen scheidsrechters vaak met mensen die langs de kant staan. Dollekamp: „Trainers en ouders maken veel stuk bij de jeugd. De scheidsrechter heeft geen grip op een vader of moeder. Ik heb begrepen dat in het westen aan ouders de zwarte kaart wordt uitgedeeld. Zij mogen zich dan drie weken niet op het complex vertonen. Het is goed dat steeds meer jeugdspelers als scheidsrechter worden opgeleid en ingezet. De weerbaarheid moeten ze in de wedstrijden leren.”