The Pink Factor

Vrouwen zijn hier machtiger én meisjesachtiger dan ooit. Met dank aan Disney, zegt de schrijfster van ‘Cinderella ate my daughter’.

Mijn dochter (6) zingt luidkeels een commercial na om mij, of misschien Sinterklaas, iets duidelijk te maken.

„Moxie Téénz, living our dreams!”

,,Moxie Téénz, mixmatch trends, fashion choice that never ends!”

Moxie Teenz zijn poppen en ze zijn hier hot. Zo zien ze er ook uit. Een beetje té hot.

„Je moet hun haar kleuren of zo, echt ontzettend stom”, meldt mijn zoon (8).

,,En het is zó glitterend!”, werft mijn dochter juichend, tegen beter weten in.

Als voormalig kind dat geen Barbie mocht, had ik me voorgenomen zelf nooit moeilijk te doen. Tot ik hier kwam wonen. Dat komt door Disney.

Disneyfilms mogen mijn kinderen zien, maar de merchandise koop ik niet. Omdat die vaak wordt vervaardigd door onderbetaalde Chinezen, die nu en dan in elkaar worden geslagen. Omdat vriendinnen de Disneyprullaria hier op verjaardagen toch wel binnendragen. Maar vooral koop ik geen Disney-spullen, en ook geen Moxie Teenz, om alles wat de schrijfster Peggy Orenstein een paar jaar geleden in The New York Times samenvatte onder de kop ‘What’s wrong with Cinderella?’. Eén Disney-prinses is niet zo erg, was haar conclusie. Anders wordt het nu ze hier overal zijn, in de vorm van 25.000 verschillende producten (omzet voor Disney per jaar: 3 miljard). Nu meisjes door de dominantie van Disney nauwelijks nog een ander rolmodel dan een prinses weten te kiezen. Nu het gewoon werd om ze met ‘prinses’ aan te spreken. Ook andere fabrikanten meisjes alleen nog maar meisjesachtige spullen willen verkopen. En meisjes zodoende meisjesachtiger worden gemaakt dan ze in decennia zijn geweest.

Peggy Orenstein verwoordde wat veel ouders al vermoedden. Haar verhaal was dagenlang het best gelezen op de website van de krant. Orenstein heeft de invloed van de Disneyprinses en de nieuwe meisjesachtigheid daarna verder uitgezocht en er een boek over geschreven, dat hier volgende maand verschijnt onder de titel ‘Cinderella ate my daughter. Dispatches from the Front Lines of the New Girlie-Girl Culture.’

Ik bel haar thuis op, in Berkeley, Californië. Ik vertel dat mijn dochter nu ook al denkt dat leuke lego alleen voor jongens is weggelegd. Want meisjeslego, stomme lego, is tegenwoordig roze. ,,Ken je die legoreclame uit de jaren zeventig, met gewoon een meisje dat een zelfgemaakt bouwsel vasthoudt?”, vraagt Orenstein. ,,Nergens is daarop roze te bekennen. Maar zo gaat het dus niet meer.”

Het komt, leerde Orenstein, door ‘the Pink Factor’, zoals fabrikanten het noemen: Omzet verdubbelt als je aparte spullen voor meisjes maakt. Speelgoed. Tandpasta. Badschuim. Meubels. Beddengoed. Alles, eigenlijk. Sinds de jaren tachtig was het al wel geprobeerd, maar het succes van de Disneyprinsessen veroorzaakte een domino-effect. Iedereen, zelfs lego, ging de laatste tien jaar plotseling afzonderlijke producten voor meisjes maken.

Maar is dat nou zo erg? Adverteerders voeren hier de laatste tijd steeds vaker mondige vrouwen op in commercials, vergezeld van inspirerend bedoelde, Sarah Palin-achtige teksten als ‘avontuur is de moeite waard’. Bewijst dat niet juist dat de nieuwe meisjesachtigheid de vrouwenemancipatie geen strobreed in de weg heeft gelegd? ,,Welnee”, zegt Orenstein. ,,Voor jezelf opkomen, dat staat in die commercials gelijk aan iets kopen. Meer niet.”

Vrouwen doen het in Amerika anders de laatste tijd wel veel beter dan mannen. Mijn feministische achterbuurvrouw Hanna Rosin schreef daar deze zomer een daverend verhaal over in The Atlantic, getiteld ‘The End of Men’: Vrouwen studeren vaker af, promoveren vaker, ze hebben vaker een baan dan mannen. En van de ouders die hier bij reageerbuisbevruchtingen soms het geslacht van hun kind kunnen bepalen, heeft zelfs driekwart de voorkeur voor een meisje.

Dat klopt, zegt Peggy Orenstein. Maar ook maakte de Amerikaanse Academie voor Kindergeneeskunde onlangs bekend dat het aantal meisjes onder de twaalf jaar met een eetstoornis de afgelopen tien jaar verdubbelde. Precies in de periode dat ‘the Pink Factor’ meisjeskamers overnam. Volgens haar kan het nauwelijks toeval zijn. Ook tienermeisjes zeggen in onderzoeken steeds vaker dat ze zich overstelpt voelen. Niet zozeer omdat ze hoge cijfers willen halen. Maar omdat ze óók lief moeten zijn. En mooi gekleed. En slank. En een beetje sexy, maar niet té. ,,Vroeger moesten meisjes bewijzen dat ze slim kunnen zijn. Tegenwoordig moeten ze bewijzen dat ze ook nog meisjesachtig zijn.”