Opinie

Kamerleden hebben al het beste platform van heel Nederland

De ombudsman

De krant is een experiment begonnen met een wisselcolumn voor drie politici. Veel lezers toonden zich bezorgd.

Kamerleden hebben de beschikking over het mooiste podium van Nederland: de vergaderzaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ze kunnen daar het woord richten tot ministers, vragen stellen waar antwoord op moet komen, terwijl hun woorden ook nog eens worden vastgelegd voor het nageslacht. En in de tussentijd kunnen ze voor de camera de show stelen.

Waarom zou je zulke bofkonten dan ook nog een column in de krant geven?

U begrijpt: toch nog even over Bosma.

Nou ja, niet over hem maar over de wisselcolumn die hij met Femke Halsema (GroenLinks) en Ton Elias (VVD) sinds kort op woensdag in deze krant schrijft. Ruim honderd lezers hebben sinds de komst van die nieuwe columnisten per e-mail hun ongenoegen kenbaar gemaakt, velen hebben ook gebeld. Waarom moest dat nu? En waarom juist Bosma, ideoloog van een beweging waar de krant zich – in het hoofdredactioneel commentaar – scherp tegen afzet?

Die keuze is een zaak van de hoofdredactie. Op deze manier hoopt die het politieke debat in de krant een nieuwe impuls te geven, legt de plaatsvervangend hoofdredacteur nog eens uit. En wat Bosma betreft: ruim 15 procent van de kiezers koos voor de PVV, dus waarom zou die partij niet ook aan bod mogen komen in zo’n wisselcolumn?

Dat is natuurlijk zo: als je eraan begint, kun je maar beter zo breed mogelijk zijn.

Niet alle lezers blijken overtuigd. Natuurlijk moet ook de PVV op de Opiniepagina kunnen staan, vindt bijvoorbeeld Jan Dirk Snel, zelf een regelmatige gast op die pagina. Hij schrijft geen enkel bezwaar te hebben tegen losse opiniestukken van Bosma, of Wilders, mits die aan dezelfde voorwaarden voldoen als andere. Maar een column is in zijn ogen iets heel anders. Dat is vooraf een motie van vertrouwen van de krant: we vinden u zo’n relevante of interessante auteur, dat we u de vrije hand geven. Dat is bij Bosma misplaatst, vindt Snel, vooral door het antirechtsstatelijke karakter van de PVV, dat haaks staat op de beginselen van de krant.

Volgens de hoofdredactie is van zo’n volledige vrijheid nu ook weer geen sprake. Er is met de drie politici (onder wie trouwens twee oud-journalisten) tevoren overlegd wat de bedoeling is – niet het geijkte partijstandpunt afdraaien maar een persoonlijke visie geven en met elkaar in debat gaan – en er is hun ook gezegd dat het gaat om een experiment van een half jaar. Mei is evaluatiemaand.

Een ander argument om juist Bosma te vragen, is dat de lezer zo een inkijkje krijgt in zijn manier van redeneren. Een aantal lezers blijkt dat op prijs te stellen: dank, u leert ons de denkwereld van de PVV kennen.

Dat is mooi meegenomen. Maar zulke schedellichting is natuurlijk niet het eerste doel van een krantencolumn, dat is het formuleren van inzichten en standpunten. Het zou ook een beetje een zwaktebod zijn als we pas via een column achter de opvattingen kunnen komen van deze politicus, die zich normaliter toch ook al weinig wollig uitdrukt. Er ligt trouwens ook een aardig uitgesproken boek van hem in de winkel.

Hoe je het ook beoordeelt, dit initiatief is een breuk met een traditie. Sinds het begin van NRC Handelsblad in 1970 is het gebruik geweest columnisten te nemen die in alle vrijheid hun mening kunnen geven. Maar politici moeten rekening houden met de lijn van de partij, de achterban, of het enige lid. Soms zijn ze geheel afkerig van debat. Wat dat betreft is het ironisch dat Bosma zich verheugd toonde dat ‘de luiken bij de krant opengaan’, 24 uur nadat hij ze bij zijn eigen partij stevig had dichtgeklapt.

Enkele lezers vroegen zich bovendien af hoe representatief de selectie brieven was die vorige week donderdag in de krant werd afgedrukt over de column. De teneur was: slechte column, maar goed dat de krant dit afdrukt. Maar waren de meeste reacties nou positief of negatief?

Volgens de plaatsvervangend hoofdredacteur, die de selectie maakte, waren de meeste brieven na de column negatief – wat niet zo verwonderlijk is: boze lezers schrijven eerder dan blije. Er kwamen ook enkele tientallen opzeggingen van abonnees binnen (waaronder die van Snel).

Negatief waren de briefschrijvers ofwel over het feit dat Bosma een column had gekregen ofwel over de inhoud daarvan. Er is toen voor gekozen voorbeelden van die eerste categorie niet op te nemen omdat die op de brievenpagina al aan bod waren geweest (bij de aankondiging van de column een week eerder), maar wel van de inhoudelijke reacties. Daarbij is geselecteerd op inhoud, argumentatie en ook een beetje op geografische spreiding (alleen maar brieven uit Amsterdam, of uit Middelharnis, zou vreemd zijn). De selectie gaf dus inderdaad kwantitatief geen representatief beeld.

Dat hoeft natuurlijk ook niet. Een brievenpagina moet zelf ook interessant zijn om te lezen, en dat was deze zeker: sommige lezers stegen tot grote hoogte in hun repliek aan Bosma. En volgens de chef Opinie gaf de selectie een goed beeld van de inhoudelijke reacties. Alleen, het was wel beter geweest als er ook een kader bij had gestaan waarin de selectie werd uitgelegd. En waarin for the record ook was vermeld hoeveel reacties er waren binnengekomen, en van welke aard. Die simpele feiten willen lezers ook weten.

De plaatsvervangend hoofdredacteur zegt dat hij best geschrokken is van de heftige brieven. Het geeft volgens hem weer eens aan, hoe gepolariseerd het debat in Nederland is.

Inderdaad. Daarom is het ook jammer dat Bosma bij zijn tirade tegen (een karikatuur van) de NRC-abonnee alleen een paar kinderen noemt. Had hij wat meerderjarige linkse kerkgangers aangesproken (zoals hij in zijn boek gretig doet), dan hadden die ook iets terug kunnen zeggen.