Honingkoekpoppen

De verrassendste surprise die mijn moeder ooit vervaardigde was eigenlijk een foutje. Voor mijn opa die graag een borreltje dronk had ze een met drank gevuld chocoladeflesje gekocht – een kersenbonbon in flesvorm om zo te zeggen. Dat moest verpakt worden als een flesje melk. Daartoe vervaardigde zij een stijve dikke pudding, deed die in een kwartliter melkflesje (die had je toen nog) en liet daar het goed verpakte chocoladeflesje in zakken. Gedicht erbij en klaar.

Wat ze even vergat in de haast was om de pudding af te laten koelen. Opa was niet blij met zijn chocoladedroedel.

Knutselen met Sinterklaas is leuk. Ook als je geen surprises maakt. Daarom heb ik, in navolging van een vriendin, twee honingkoekpoppen gefabriceerd. Een heerlijk werkje, leuk met kinderen en ook leuk zonder kinderen maar met bijvoorbeeld Bach binnen en sneeuw buiten.

Ik dacht aan mijn moeders chocoladedroedel vanwege de niet bepaald volmaakt esthetische vormen die mijn poppen, bedoeld als een Sint en een Piet, aannamen. Maar ze geuren heerlijk, ze smaken goed, en ze zijn op een prettige manier handenarbeidzaam, ook voor degenen die geen Sinterklaas vieren. Of misschien juist, de anderen hebben het vaak tot op het laatste moment te druk met cadeaus en gedichten.

Doe de boter met de honing, de poedersuiker de cacao en de koekkruiden in een pan en verwarm dat al roerend. In het begin is het een beetje droog en stuiverig maar al snel wordt het een vloeibare brij waarin alles is opgelost. Laat die brij afkoelen tot lauw.

Roer de suiker en de eieren erdoor.

Zeef de bloem en het bakpoeder boven het beslag (gebruik voor dat laatste een fijne zeef, een theezeefje is heel geschikt). Voeg een snufje zout toe en de sinaasappelrasp en roer het geheel door elkaar tot alle bloem opgenomen is – misschien moeten daarvoor eventjes de handen gebruikt worden.

Maak een dikke langwerpige plak van het deeg en laat het tenminste een uur in de koelkast liggen, het moet stevig genoeg worden om handelbaar te zijn.

Verwarm intussen de oven voor op 200 graden – wie een ovensteen heeft gebruikt die.

Bebloem het aanrecht en snijd het deeg in twee gelijke delen. Rol die uit tot 1 vingerdikte. En nu komt het leuke fröbelwerk naar eigen inzicht: vorm van die lappen een sint en een piet (of een kerstboom of een vogel – alles kan natuurlijk). Bak de poppen een kwartier in de oven en laat ze afkoelen op een rooster tot ze stevig zijn geworden.

Ik dacht zelf mijn sint nog wat te verfraaien met suikerglazuur. Ik weet niet zeker of het een verfraaiing is geworden, te meer niet omdat de spuitzak uit het spuitmondje schoot waardoor de glazuur onhandelbaar werd. Maar voor wie er wel handig mee is: sla door 100 g poedersuiker 15 g eiwit met een garde tot een stevige witte pasta. Doe die in een spuitzak met een heel fijn spuitmondje en versier de poppen naar eigen inzicht.

En dan is ’t heerlijk avondje gekomen.

Honingkoekpoppen

Voor 2 poppen

100 g boter

250 g honing

125 g poedersuiker

1 el cacao

10 g koekkruiden

25 g suiker

2 eieren

500 g bloem

½ zakje (8 g) bakpoeder

snufje zout

sinaasappelrasp

Honingkoekpoppen

Voor 2 poppen
100 g boter
250 g honing
125 g poedersuiker
1 el cacao
10 g koekkruiden
25 g suiker
2 eieren
500 g bloem
½ zakje (8 g) bakpoeder
snufje zout
sinaasappelrasp