Eigen handen voelen droger aan als handenwrijfgeluid kunstmatig wordt verhoogd

Den Haag : 7 juni 2010 Rob van Wijk. foto © Roel Rozenburg
Den Haag : 7 juni 2010 Rob van Wijk. foto © Roel Rozenburg

Als mensen hun handen tegen elkaar wrijven en onderzoekers sturen het geluid dat dat maakt vervormd terug hun oren in, dan voelt het wrijven voor die mensen anders dan normaal. Maar het gekke is: bij veel blinden is dat niet zo. Hoewel bij de illusie alleen gehoor en tast zijn betrokken, reageren veel mensen met een visuele handicap dus afwijkend (Psychological Science, 2 december online).

De ‘audiotactiele illusie’ van het handen wrijven met vervormd geluid was al bekend en wordt de parchment skin illusion genoemd, de illusie van de perkamenten huid. Proefpersonen wrijven hun handen tegen elkaar vlak voor een microfoon; het geluid wordt met een equalizer en een mixer razendsnel vervormd en direct naar de in-ear koptelefoontjes gestuurd die de proefpersonen dragen. Worden de hoge tonen extra versterkt, dan voelen de handen droger aan; worden de hoge tonen juist gedempt, dan voelen de handen vochtiger.

Het is een klassiek voorbeeld van het door elkaar halen van zintuiglijke waarnemingen. Daar zijn meer voorbeelden van. Zo blijken mensen aan wie je één lichtflits laat zien terwijl er tegelijkertijd twee keer een toon klinkt, twéé lichtflitsen te zien. Of neem het McGurk-effect: er zegt iemand ‘ba’, precies tegelijk is er een filmpje te zien waarop iemand ‘ga’ zegt, en – hey presto – je hoort ‘da’. Op YouTube zijn er filmpjes van te zien.

Zo verwarren mensen ook gehoor en tast – maar veel blinden niet. In het nieuwe onderzoek werd de perkamenten-huidillusie onderzocht bij 9 mensen met normaal gezichtsvermogen, 10 mensen die nooit hadden kunnen zien en 8 mensen die gemiddeld rond hun twintigste blind waren geworden. Alle zienden vielen ten prooi aan de illusie, maar de helft van de blinden voelde niets anders aan de handen als het bijbehorende geluid veranderde. Zelfs nadat de illusie aan hen was uitgelegd, zodat ze wisten welke verandering ze konden verwachten, merkten ze nog niets.

De onderzoekers denken dat alle zintuigen bij blinden minder samenwerken, dus dat hun zintuigen zelfstandiger opereren, en dat dat de resultaten verklaart. Of vroegblinden van laatblinden verschilden, was in dit onderzoek niet duidelijk te zien. De hersenfuncties van mensen die later blind worden, reorganiseren zich ook nog, dus in theorie hoeven er geen grote verschillen te zijn. Ellen de Bruin