De onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat

De politieke frontvorming is begonnen. Waar liggen de ideologische scheidslijnen? Tot voor kort waren velen van mening dat links en rechts niet meer bestaan. In de meeste politieke partijen zijn standpunten te vinden van links en rechts. Volgens sommige politicologen leidde juist de vermenging van links en rechts tot electorale verwarring. Wat zijn de grote thema’s die links en rechts van elkaar scheiden?

Dat zijn de toekomst van de welvaartstaat en de immigratie (inclusief het islamdebat). Ik gebruik hier opzettelijk het woord verzorgingsstaat niet. Dit woord impliceert immers dat er een staat is die voor de mensen kan zorgen. Burgers zijn geen patiënten. En de samenleving is geen groot ziekenhuis waarin naar zorg zoekende mensen bivakkeren.

In linkse kringen was het woord sociale verzorgingsstaat zeer populair. Links, eveneens het historische, institutionele christendom, kan niet bestaan zonder zieligen, zieken, zwakken, en behoeftigen. Aan deze rampspoed ontleende het linkse kamp zijn legitimatie. Sinds de radicale afname van zieligen en behoeftigen in Nederland zoeken de linkse heiligen hun toevluchtsoord in de Derde Wereld. Daar zijn nog vele rampspoeden te vinden.

De crisis van de linkse ideologie hangt samen met de historische overwinning van het liberalisme. En de bankencrisis dan, vraagt u zich af? Een liberale economie is niet een weerspiegeling van de perfecte staat. Niet een utopie, maar een economische en sociale realiteit is noodzakelijk voor de democratie als maatschappijvorm. De democratie zonder vrije burgers die hun eigen leven mogen en kunnen inrichten, bestaat niet. De liberale economie en de liberale rechtsstaat veronderstellen elkaar. De liberale economie, zoals een democratische rechtsorde, is van tijd tot tijd onderhevig aan crises – alleen in de dood bestaat geen crisis. Crises, en de antwoorden daarop, zijn kenmerkend voor een dynamische, open samenleving. In dit opzicht lijkt de liberale economie op haar specifieke politieke vorm, de democratie.

Een democratie zonder crisis is geen democratie. Waarom? Omdat de democratie leeft bij gratie van conflicten, zij institutionaliseert zelfs conflicten. De vrije markt en de vrije concurrentie zonder een statelijke planeconomie zullen van tijd tot tijd in crises komen te verkeren. Er is geen almachtige God of Staat die de behoeften van de participanten in een liberale economie definitief en voor de eeuwigheid kan bevredigen. Waar stopt geldzucht? Dat weet niemand, althans, zolang we in een vrije samenleving willen leven. Maar we weten wel dat wie alle mogelijke crises binnen een liberale economie wil uitsluiten, altijd met de utopie van een staatseconomie komt opdraven.

De staatseconomie had en heeft geen toekomst ook al streven links-populistische partijen zoals de SP daarnaar. De Socialistische Partij, als neo-communistische beweging, streeft naar een utopie, naar een toekomst zonder de vrije markt en vrije concurrentie, zonder de liberale economie en dus ook zonder de dynamiek en grilligheid en talenten en zwakten van vrije individuen.

Kan een liberale economie functioneren zonder een welvaartstaat? Nee. Omdat een samenleving zonder een stevige infrastructuur op een aantal belangrijke gebieden conflicten en crises niet langer vreedzaam kan beslechten. Daarbij denk ik aan veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg, en het bestrijden van absolute armoede. Ontbreekt dit infrastructurele geheel dan komt de democratie in de gevarenzone. En als de democratie niet werkt, zal de liberale economie ook niet meer optimaal en veilig functioneren. De tirannie zal voor korte tijd zekerheid bieden, maar op lange termijn zal ook de tirannie een bron van onzekerheid worden.

In Nederland kan het sociale zekerheidsstelsel, gelet op de huidige toestand worden teruggebracht tot drie belangrijke gebieden: de toegankelijkheid van onderwijs voor iedereen ongeacht inkomen, ras, religie, afkomst; de toegankelijkheid van gezondheidszorg voor iedereen; en de ouderenzorg.

En de rest? De kunsten? De subsidieontvangers moeten minder hard schreeuwen. Leonardo Da Vinci en Rembrandt hebben het gered zonder de staat. De staat heeft helaas te veel middelmatige burgerkunstenaars aan subsidies verslaafd gemaakt. Sorry, vrienden, enige vorm van tragedie zal wellicht een heilzame werking hebben op de echte kunstenaars. De rest gaat gewoon werken en niet op kosten van anderen leven.

Zou het sociale zekerheidsstelsel zich in grote lijnen moeten beperken tot deze drie domeinen? Ja, want de rest kan door de burgers zelf worden geregeld. De overheid moet de spelregels met de nodige wetgeving bepalen. De staat wordt de scheidsrechter. Onder deze omstandigheid blijft natuurlijk veel geld over, en dat kan door structurele verlaging van belastingen aan de burgers worden teruggeven. Hierdoor zijn de burgers zelf in staat om alle andere zaken die zij belangrijk vinden te regelen, zoals het steunen van kunstenaars.

De meeste politieke partijen hebben in mindere of meerdere mate gekozen voor een liberale economie; van GroenLinks tot de PvdA. Eén partij vormt een uitzondering. Dat is een links-conservatieve partij. De SP is tegen de hervorming van de verzorgingsstaat in een welvaartstaat. Dat is kortzichtig. Een liberale economie binnen een goed functionerend sociaal zekerheidsstelsel schept de noodzakelijke voorwaarden voor de integratie van immigranten. Wie niet kan integreren, keert vanzelf huiswaarts. De economie ordent en selecteert de immigranten.

Terecht stelt Femke Halsema dat de PvdA een keuze zal moeten maken tussen het sociaal-economisch conservatisme van de SP en het links liberalisme van D66 en GroenLinks. Drees senior was ook geen voorstander van een verzorgingsstaat. Hij wilde een waarborgstaat die „de bestaanszekerheid waarborgt indien die tekort gaat schieten”. De verzorgingsstaat zoals we die kennen, zal echter op een dag onbetaalbaar worden. De PvdA moet daarom niet blindelings achter de populistische avonturiers van de SP aanlopen. De sociaal-democraten moeten met wijsheid en kracht kiezen voor sociale en economische hervormingen.

En hoe zit het bij rechts? Het lijkt wel of dit kabinet door de PVV belemmerd wordt om de noodzakelijke hervormingen van de verzorgingsstaat door te voeren – is de PVV eigenlijk wel rechts? Is de PVV eigenlijk niet het zusje van de SP en het nichtje van de PvdA?

Niet de toekomst van de banken maar de toekomst van de verzorgingsstaat is een ingewikkelde en zorgwekkende zaak.