Voetbal zonder voorzet

FC Barcelona speelde zo gevarieerd, zo aanvallend, zo subtiel, zo beweeglijk, zo snel, zo wendbaar, zo saamhorig, zo intelligent, zo ambitieus, zo vrolijk en tegelijk zo doelmatig dat ik intussen maar eens ging opletten waar dat nu eigenlijk door kwam. Wat was de kern van dit supervoetbal? Ik concludeerde dat het kwam door iets wat ik níet zag. Zonder het van de daken te schreeuwen blijkt het mooiste team van de wereld een wezenlijk onderdeel van het spel gewoon te hebben afgeschaft. De voorzet.

Tijdens de onwaarschijnlijke exercitie tegen Real Madrid (5-0) bereikte Barcelona maandag een gedroomd niveau: geïnspireerd door de confrontatie met elf gehate withemden in Camp Nou lukte bijna alles. Daarom lijkt de gevolgtrekking op z’n plaats dat hier sprake is van opzet. Dit is wat ze wilden, ze genoten er zichtbaar van. Dus het kan niet anders of er heeft op de trainingen jarenlang een straf gestaan op wat elders heel gewoon is: de bal door de lucht naar een kluwen mede- en tegenstanders voor het doel trappen. Dat kwam maandag namelijk niet voor. Nu valt daar ook iets voor te zeggen: wie een voorzet geeft, verwacht een spits om de bal in het doel te koppen. Die spits ontbrak. Sterker, vaak ontbrak ook nog een tweede aanvaller bij Barcelona. Een enkele keer meende ik helemaal geen aanvaller te zien, waarmee alles kwam te vervallen wat je nodig hebt om tot een voorzet te komen. Zonder trappers en koppers gaat het niet.

Werd vroeger bewonderend gesproken over Johan Cruijff die zich uit de spits liet ‘zakken’ om vanaf het middenveld de aanval op te bouwen, bij Barcelona doen ze het alle drie. Wie zich wanneer laat zakken weet niemand, waarschijnlijk; ze lijken zomaar wat te doen. Dankzij de ‘gezakte’ aanvaller(s) had Barcelona telkens meer mensen op het middenveld dan Real en dan barstte een duizelingwekkend tiktakvoetbal los, uitgevoerd met het duivelse genoegen van een stel gremlins. Vanaf het middenveld sprintten de gremlins naar voren, links of rechts, schuin of rechtdoor, langs stomverbaasde verdedigers op weg naar het doel.

De Real-spelers liepen er tijdens ‘El Clásico’ sneu bij. Ze verlangden zichtbaar naar een voorzet, maar ze kregen de ‘steekpass’: na enig gepriegel op het Catalaanse middenveld ging de bal plotseling over de grond naar voren en werd opgevangen door een medespeler die vanaf de zijkant naar het midden holde, achter de Real-verdedigers langs, en vaak had die medespeler dan een vrije doortocht naar de keeper. Het is de magie van Barcelona: soms zie je haast niemand voorin en toch heb je steeds het gevoel dat je naar een zeer aanvallende ploeg zit te kijken. Reden: de kleine mannetjes broeden op een steekpass, nooit op een voorzet. Die is passé.