Een Hollandse kop

Acteur Barry Atsma is overal, in de film en het theater. Op het toneel heeft hij één handicap: zijn perfecte lichaam. ‘Wat zit je nou naar mij te kijken?’

Nederland Utrecht 23-06-2010 Barry Atsma Acteur Foto Marco Bakker/HH
Nederland Utrecht 23-06-2010 Barry Atsma Acteur Foto Marco Bakker/HH Marco Bakker/Hollandse Hoogte

Barry Atsma is via de vluchtstrook filmster geworden. Eerst volgde hij een studie rechten, daarna de toneelschool. De laatste jaren wordt in Nederland amper nog een film opgenomen zonder de blonde acteur uit Leidsche Rijn. Misschien in de eerste plaats door die blonde krullen, die duidelijk maken wat de Nederlandse natie zou willen zijn: daadkrachtig, betrouwbaar en een tikkeltje – maar niet te veel – eigenwijs. Denk aan de Hollandse koppen van Rintje Ritsma, Sven Kramer en Waldemar Torenstra.

In de melodrama’s De Storm en Komt een vrouw bij de dokter speelde Atsma sterke hoofdrollen – en wellicht weer in de film Loft ,die 16 december in première gaat. Hij kroop in de huid van respectievelijk een Zeeuwse luchtmachtofficier en een Amsterdams-Brabantse reclamejongen. Als Zeeuw zette hij zijn ‘g’s’ sterk aan, zodat ze richting de ‘h’ opschoven. De ‘r’ sprak hij op z’n Balkenendes uit. Als Brabander liep hij op veel te dure cowboylaarzen rond. Zijn ‘g’s’ werden zachter, zijn gebaren jovialer. Zo Nederlands blijkt Barry Atsma als acteur dat hij ook in regionale varianten overtuigt.

Om zoiets te kunnen volbrengen, moet je wel in het buitenland geboren zijn. De wieg van Atsma stond in Groot-Brittannië, waar zijn vader werkte voor Unilever. Atsma groeide op in de global village; tussen zijn dertiende en zestiende woonde hij in Brazilië. Het leerde hem naar eigen zeggen altijd voor ‘buitenstaanders’ op te komen. En hij hield er een ontvankelijkheid voor regionale tongvallen aan over. Beluister het kinderluisterboek Project M (2009), waar Atsma de maar liefst 32 verschillende stemmen voor zijn rekening nam.

Filmacteurs acteren met hun gezicht, en dan nog voornamelijk met hun ogen. Het was Clark Gable die stelde dat het allemaal ‘hier’ gebeurde, waarbij hij naar zijn ogen wees. Hij voegde daar nog aan toe: ‘En hoe minder, hoe beter’. Anno 2010 moeten mannen meer emoties tonen. Een acteur dient daarom een expressief gezicht te bezitten, wat bij Atsma beslist het geval is. Als hij verontwaardigd is, spoelen er brede rimpels over zijn voorhoofd en gaan zijn ogen open in het studiolicht. Is hij sprakeloos, dan slaat hij zijn hand voor zijn gezicht; als hij wil nadenken, kneedt hij met diezelfde hand heel lichtjes mond en bovenlip. Heel goed kan Atsma vertwijfeling spelen. Het blonde haar in de war, de kin ietwat in de lucht, ogen zo vochtig dat de wanhoop tastbaar wordt. Het is een pose die hij in de horrorfilm Zwart water lijkt te hebben geperfectioneerd.

Menig schoolmeisje heeft gekird bij het zien van Barry Atsma in een lange witte onderbroek in De Storm. Hij behoort tot de kaste van acteurs die in de kolommen van Story of Privé verschijnen. Met zo’n verschrikte blik van iemand die op een vrije zaterdagochtend bij het autowassen wordt gefotografeerd door een polderpaparazzo. En dat terwijl er een minder omslachtige manier bestaan om deze bekende Nederlander achter de schermen te zien. Men hoeft slechts een toegangsbewijs voor de Amsterdamse stadsschouwburg te kopen. Daar treedt, binnen handbereik, de enige echte Barry Atsma op. Waar je dat aan kunt zien? Aan zijn blozen. Zijn wangen en jukbeenderen vormen het flatscreen van een aangeboren verlegenheid.

Voor het theater heeft Atsma een handicap, namelijk zijn lichaam. De acteur bezit het fysiek van de toptennisser die hij als adolescent hoopte te worden. Op het podium loopt hij soepel en gespierd. Het leverde hem, ook nog eens keurig opgevoed, de reputatie van frisse jongen op. Atsma zelf heeft de schurft aan dit imago. Maar er kleven ook voordelen aan. Het maakt hem bijzonder geschikt om karakters te spelen die achter een gepolijst oppervlak de meest duistere kanten verbergen.

Hij speelde rechter Brak in Hedda Gabler (2006), waarin Brak zich in het tweede deel ontpopt als duivelse chanteur met een plots erg vulgair geluid. Hij spuugt zijn minnares Hedda met plezier een paar slokken cola in het gezicht. In Angels in America (2009) vertolkte Atsma de rol van de Mormoon Joe, die voor zijn vrouw, zijn familie en zichzelf moet verbergen dat hij eigenlijk op mannen valt. En in Antigone/Kreon/Oidipous (2009) van Thibaud Delpeut was hij natuurlijk de naïeve Oidipous – de jongeman die zonder het te beseffen zijn vader vermoordt en met zijn moeder de liefde bedrijft.

Als toneelacteur is Barry Atsma een harde werker. Maar vlijt werkt op het podium contraproductief. Kunst bestaat eruit moeite nooit te laten blijken. Atsma geeft grote woorden soms gewicht mee door bij het uitspreken ervan zijn hoofd licht mee te bewegen – alsof hij die woorden ergens in wil koppen. En zijn dictie, vooral bij klassieke teksten, gaat vaak gepaard met een zacht zuchten. Alsof er sprake is van ademnood.

Als legeraanvoerder Aufidius beklaagde hij zich in Romeinse tragedies (2007) over de opstandige Coriolanus: ‘Tot ik uiteindelijk-uh een volgeling van hem bleek te zijn, geen deelgenoot-uh, en hij mij slechts-uh beloonde met een vriendelijke blik.’ Die zucht hoort de toeschouwer ook wel eens aan het begin van een claus. Alsof de acteur zijn wanhoop of verontwaardiging al op voorhand duidelijk wil maken, zoals verwende pubers dat doen. Het is een zucht die veel gevoel wil overbrengen. Maar in de kunst, ook die op het podium, gaat het om effect, niet om intentie.

De populariteit van Barry Atsma – zou die soms wrevel wekken bij collega’s die zich getalenteerder wanen? Bij Toneelgroep Amsterdam is het Atsma naar eigen zeggen wel eens overkomen dat medespelers in zijn licht gingen staan. En dat ze dwars door zijn teksten heen begonnen te praten. Zou hij daar Hans Kesting mee hebben bedoeld? Die denderde bij aanvang van Angels in America dwars door de vragen en bedenkingen van de door Atsma gespeelde Joe heen – en mocht daar terecht een Louis d’Or voor in ontvangst nemen. Of moeten we aan Halina Reijn denken? Die flikte hetzelfde kunstje bij Atsma’s eerste opkomst in Hedda Gabler. Regisseur Ivo van Hove laat Atsma kennelijk graag fungeren als aangever. In het wielrennen zou hij een meesterknecht heten.

Maar het kan ook anders, zonder de groepsdynamiek van het grote gezelschap. In 2005 schreef en speelde Atsma de voorstelling Denne, gebaseerd op de leefwereld van zijn broer Rimmert, die het syndroom van Down heeft. Atsma’s personage heette Denne en die sprak in een krachtig Rotterdams (Gouds?) accent, zonder enige reciteerzucht. Die stem veranderde veel, en Atsma bedacht er een eigen lichaam bij. Hangende schouders, een hoofd dat te ver naar voren stond, bolle wangen dankzij een gebitje. Denne bewoog houterig en hield zijn rechterhand bij voorkeur in zijn broekzak, twee vingers zichtbaar over de broekzakrand. Die broek had te korte pijpen, en er was een te groot wit hemd in gestopt. Nogal een verschil met de maatpakken die Atsma normaliter op het podium draagt. Aan de handicap van het perfecte lichaam was effectief een einde gemaakt.

Deze Denne was geen gewone mongool, daarvoor sprak hij te gestructureerd, daarvoor was hij te uitgesproken. Misschien belichaamde hij wel het onbewuste van de acteur. Dat wil zeggen: de wens eens niet toe te geven aan de neiging het publiek te behagen. Denne stelde vooraf zijn voorwaarden aan de ontmoeting. Hij beval de zaal bij aanvang niet te gaan verzitten, niet te veel te glimlachen, niet herhaaldelijk te kuchen en zeker niet iets ‘Ontzettend Belangrijks’ tegen de buurman te zeggen. Het klonk behoorlijk dreigend.

Denne leek niet te willen dat men überhaupt naar hem keek. Hij snauwde tegen de eerste rij: ‘Wat zit je nou naar mij te kijken? Je moet niet zo naar mij kijken!’ Hij bedoelde dat de toeschouwers hem niet door een telescoop van louter vooroordelen moesten bekijken. Of beter gezegd: Denne wilde dat de toeschouwers een ander vooroordeel op hem loslieten. Hij wilde zich wentelen in bewondering. Zijn diepste wens was een volle kamer binnen te lopen en dat alle gesprekken dan zouden verstommen. Daar is de beroemde superster!

Zo’n situatie komt in het leven van gewone stervelingen niet voor. Het ironische is dat Alleen alleen acteurs van dat voorrecht kunnen genieten. Elke avond als de zaallichten doven en het doek opgaat. En zij een mongool of een legeraanvoerder spelen.