Een beetje verliefd op Hans Keilson

Eigenlijk mag ik u hier niet vertellen over woensdagavond. Het is immers niet de bedoeling dat redacteuren verslag doen van manifestaties waar ze zelf aan hebben deelgenomen. Maar nood breekt wet.

Terwijl er een poolstorm over het Leidseplein joeg, vond in De Balie bij de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam de mooiste literaire avond plaats die ik ooit heb meegemaakt (en heb gepresenteerd). Aanleiding was de verschijning van Komedie in mineur van Hans Keilson, de in Bussum wonende Duitse schrijver die sinds een paar maanden zit vastgeklonken aan dit citaat uit de New York Times: ‘Hans Keilson is een genie en zijn boeken zijn meesterwerken.’ Het citaat is waar. Op 12 december wordt hij 101.

Er werden prachtige verhalen over Keilson en zijn werk verteld. Zo had schrijfster Berthe Meijer het ontroerd en ontroerend over In de ban van de tegenstander, Keilsons boek over de opkomst van Hitler. Op haar droevige laag kwam een impressionistisch betoog van filmmaker Frans Weisz. Die combinatie liet meteen het wonder van de schrijver Hans Keilson zien: aan de ene kant de diepe ernst van zijn onderwerpen, aan de andere kant de onweerstaanbare lichtheid van zijn toon.

Zijn boeken zijn vroeger veel bekritiseerd, zei hij me in het interview. „Ik haatte niet genoeg.” Oude mensen gaan vaak in aforismen spreken. „Haat vernietigt uiteindelijk zichzelf.” Waarna hij glimlachend de zaal in keek. „B.”, zoals Hitler in In de ban van de tegenstander heet, „heeft zichzelf vernietigd.” En ik ben er nog, voegde hij er net niet aan toe.

Die zaal lag toen al aan zijn voeten. Hoezeer, bleek na afloop van het programma. Van de 150 aanwezigen vertrokken er een stuk of dertig. Alle anderen vormden een lange rij om hun boeken door Keilson te laten signeren of om hem gewoon even aan te raken. ‘Hans Keilson, ca. 101’ schreef Keilson in een van die boeken, bestemd voor een jongen van zeven.

„Het leek wel of die presentator een beetje verliefd was op Keilson”, zei iemand in de rij.