Bomaanslag of ongeval

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding is vanaf volgend jaar ook de rampen- en calamiteitenbestrijder.

Je weet nooit meteen of het een ongeluk of een aanslag is.

Een Nigeriaan met explosieven in zijn onderbroek op een vlucht van Amsterdam naar Detroit. Een verijdelde bomaanslag op de woonboulevard in Amsterdam. De aanslag van Karst T. op de koninklijke familie op Koninginnedag in Apeldoorn.

Kijk, dát zijn nou onderwerpen waar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding zich graag mee bezighoudt. Terrorisme, dat staat garant voor spanning en sensatie. Een vastgelopen veerboot op Schiermonnikoog of een tekort aan strooizout klinkt dan toch een stuk minder aantrekkelijk.

Toch zullen de circa honderd medewerkers van de landelijke antiterrorismeorganisatie zich vanaf volgende maand óók met dit soort – heel wat minder spannende – incidenten bezighouden. Vanaf 1 januari is de NCTb ook verantwoordelijk voor rampen- en calamiteitenbestrijding, zo blijkt uit een interne e-mail van secretaris-generaal Joris Demmink aan de medewerkers van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Bij rampen en crises is de NCTb voortaan de instantie die de politie, brandweer en ambulancediensten aanstuurt.

Op het eerste oog is de samenvoeging van de diensten vooral ingegeven vanuit een praktische overweging. Daarvoor moeten we even terug naar het begin. De NCTb werd in 2005 opgericht om een einde te maken aan de praktijk van langs elkaar heen werkende inlichtingen- en opsporingsdiensten als het om terrorismebestrijding ging. Op de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken was er het besef dat Nederland niet in staat was om een terroristische aanslag het hoofd te bieden. Een professionele organisatie onder verantwoordelijkheid van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie was het antwoord. Een eliteclub van zo’n honderd professionals die gerekruteerd werden bij diensten als de marechaussee, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

Maar de praktijk bleek toch weerbarstiger. Want hoe wist je, als er bijvoorbeeld een vliegtuig neerstortte, of het om een noodlottig ongeluk ging of om een terroristische aanslag? Dat lijkt wellicht een detail, maar dat was het niet. Want ingrijpen na een ongeluk was de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Bij een terreurdaad moest de minister van Justitie in actie komen. En tussen deze twee departementen boterde het slecht, wat de samenwerking ook niet ten goede kwam.

Dat twee ministers de baas waren van de NCTb, veranderde toen het kabinet-Rutte in oktober het nieuwe ministerie van Veiligheid en Justitie introduceerde. Maar bij een incident bleef de cruciale vraag of het een terroristische aanslag was of een ongeluk. Alleen in het eerste geval bemoeide de NCTb zich ermee. Althans, in theorie. In veel gevallen was natuurlijk niet onmiddellijk duidelijk of er sprake was van terreur en zo kwam de antiterrorismeorganisatie vaak toch nog in beeld.

Als straks de rampenbestrijding en de terrorismebestrijding in één organisatie zijn ondergebracht, is het in crisissituaties voor iedereen duidelijk wie coördineert. Ongeacht de aard van de rampspoed.

Maar de medewerkers van de NCTb stonden niet te juichen bij deze herverkaveling van verantwoordelijkheden. Volgens ingewijden hebben de reorganisatieplannen voor onrust gezorgd op de werkvloer. „NCTb’ers zien zichzelf nog steeds als een chic terreurclubje”, zegt een betrokkene. „Zij willen zich echt niet bezighouden met de aanrijtijden van de brandweer.”

Eén ding is zeker: vanaf volgende maand houdt de NCTb zich niet meer uitsluitend bezig met terrorismebestrijding. Maar hoe crisis- en terrorismebestrijding precies geïntegreerd worden, is nog onduidelijk. De huidige NCTb, Erik Akerboom, moet voor 1 juli een plan presenteren. Het lijkt erop dat binnen de nieuwe organisatie een aparte coördinator blijft bestaan voor terrorisme. De Tweede Kamer heeft de laatste jaren laten blijken daar veel waarde aan te hechten.

De woordvoerder van Akerboom wil nog niet reageren op de plannen. „We moeten nu bekijken hoe de nieuwe organisatie eruit komt te zien. Het is te voorbarig om daar al iets over te zeggen.”