Tussen Huygens en Multatuli

Meningen staan in hoger aanzien dan feiten. Overtuigingen worden nog hoger gewaardeerd. Zo hoog, dat gelovigen erin zijn geslaagd speciale bescherming te verkrijgen in de grondwet. Kies toch voor de wetenschap, stelt Vincent Icke.

Illustratie Siegfried Woldhek
Illustratie Siegfried Woldhek

Nog nooit heb ik iemand gevraagd: „Gelooft u in quantummechanica?”, want het quantumgedrag van het Heelal is een feit. Maar mensen vragen mij wel: „Gelooft u in god?” Daarop heb ik een vaste tegenvraag: „Welke bedoelt u?” Dat wekt een heilzame verwarring bij de vraagsteller, die zich er niet van bewust was dat hij of zij eigenlijk bedoelde: „Gelooft u in mijn god?” Ik kan dan opmerken hoe buitensporig veel goden de mensheid zoal heeft aanbeden: Shamash, Jahweh, Quetzalcoatl, Wodan, Marduk, Allah, Rama, Zeus, en dan heb ik het nog niet eens over hun bijkomstige geesten, engelen, nimfen en satyrs. Het lijkt mij terecht om te verlangen dat de vraagsteller er tenminste eentje specificeert, maar dat is nog nooit gebeurd want de gelovige in kwestie snapt dat ik dan doorvraag: „Juist, u bedoelt Jahweh. Waarom niet Venus?”

Het gaat mij niet om geloof als zodanig maar om iets algemeners, dat ik een overtuiging zal noemen: een mening waarvan de overtuigde vindt dat die boven iedere vorm van kritiek, twijfel of discussie verheven is. Daarnaast zal ik het hebben over meningen. Een mening is een opvatting die weliswaar enig contact heeft met de werkelijkheid, maar herzien kan worden in het licht van discussie, logica, of meer en beter contact met die werkelijkheid. Tenslotte gaat het hier ook over feiten. Een feit is een mening die zo goed en zo vaak getoetst is, en zo stevig verankerd in ervaring, proefnemingen en logica dat er nauwelijks aan te ontkomen valt.

De bijdrage van de wetenschap aan de maatschappij bestaat uit tastbare of instrumentele zaken en immateriële. Over de eerste categorie kan ik kort zijn: alles om je heen is wetenschap. Van je contactlenzen tot je schoenzolen, van de vullingen die je gebit redden tot de penicilline die je leven redde, ’t is wetenschap. Hier gaat het om de tweede soort: wat heeft de wetenschap gedaan, en wat kan zij nog doen, voor de ziel van de mens en de maatschappij? Ik vind dat de wetenschappelijke aanpak net zo nuttig kan zijn als de wetenschappelijke ontdekkingen die zijn gedaan dankzij die aanpak.

Een feit is zoiets als ‘de Aarde draait’, en wie beweert dat feiten niet bestaan liegt, tenzij hij onbekommerd water in zijn benzinetank gooit. Een mening is een ‘zwak feit’, die herzien kan worden. Tussen feiten en meningen bevindt zich een breed overgangsgebied. Uiteindelijk kan die mening of hypothese zover naar de kant van de zekerheid opschuiven dat we van een feit gaan spreken. Een overtuiging is een mening die is verhard tot axioma. Dat kan een politiek heilssysteem zijn, geloof in de vrije markt, een godsdienstig geloof of de overtuiging van de voetbalhooligan. Een overtuigde duldt geen tegenspraak, zelfs geen discussie.

Feiten, meningen en overtuigingen worden maatschappelijk heel verschillend gewaardeerd. Feiten worden toegepast, voor kennisgeving aangenomen, verdacht gemaakt of bestreden als ze niet welkom zijn, en soms botweg ontkend. Meningen staan in hoger maatschappelijk aanzien dan feiten, zoals in de media te zien is. Overtuigingen zijn soms zo hoog gewaardeerd dat de overtuigden erin zijn geslaagd om daarvoor een speciale beschermde status te verwerven, zoals in het geval van godsdienst, die in onze Grondwet niet gewoon onder de vrijheid van meningsuiting valt maar een apart artikel heeft. Tussen feiten, meningen en overtuigingen heerst een voortdurende spanning. De eerste twee kunnen vreedzaam naast elkaar bestaan, maar overtuigingen leiden tot tweespalt: een overtuigde is ipso facto een sektariër.

De aantrekkelijkheid van overtuigingen is te verklaren uit de angst voor onzekerheid, die biologisch gezien nuttig is. Maar het Heelal laat zich niet bij de neus nemen. Elke overtuiging is in wezen een struisvogelzekerheid omdat absoluten niet echt bestaan. Gelukkig is er een andere manier om met het onbekende en met onzekerheid om te gaan: absoluten verwerpen, meningen systematisch verbeteren door onderzoek totdat het feiten zijn. Dat wordt soms de ‘wetenschappelijke methode’ genoemd; geen scherp en eenduidig voorschrift om feiten te achterhalen, maar een manier om kennis te verwerven die tot nu toe niet verbeterd is.

De evolutie van wetenschappelijk begrip noem ik de kritische spiraal van vier opeenvolgende stappen waarmee de blinde onderzoekende mol zich door de duistere grond van terra incognita wroet. Stap 1: een waarneming, gedaan met de zintuigen of met een instrument. Stap 2: een opmerking over die waarneming, meestal in verband met andere waarnemingen en theorieën. Stap 3: een veronderstelling over het mechanisme dat die waarnemingen verklaart. Stap 4: een voorspelling over nieuw te verrichten waarnemingen of proeven op grond van die veronderstelling. Stap 5 is weer een waarneming, dus een Stap 1 van de volgende omwenteling van de schroef.

Zo worden resultaten geboekt en is niets in de wetenschap in formele zin absoluut zeker, maar vaak wel bijna. Zegt Christiaan Huygens uit zijn Traité de la Lumière:

„Men ziet hier een soort redenering die niet zo’n grote zekerheid biedt als de wiskunde [...]. Zo liggen de zaken nu eenmaal. Toch is het mogelijk om op die manier een mate van waarschijnlijkheid te bereiken die bijna niet onderdoet voor absolute zekerheid. Dat gebeurt wanneer de berekende gevolgen van de veronderstelde principes precies overeenkomen met de resultaten van experimenten. Vooral wanneer daar erg veel van zijn, en in het bijzonder wanneer men, op grond van de gedane veronderstellingen, nieuwe dingen heeft voorspeld die dan inderdaad blijken te bestaan.”

Overtuigingen leiden onveranderlijk tot onoplosbare conflicten omdat er geen procedure is om onderlinge verschillen bij te leggen of te overbruggen. Dus blijft alleen het bewijs door volledige intimidatie nog over: „Mijn argument telt zes punten,” zegt de overtuigde vanachter zijn revolver.

Multatuli schreef als eerste stelling in Ideeën: „Niets is helemaal zeker, en zelfs dat niet”. Uit het besef van die zwakte put de wetenschap haar kracht. Die kracht heeft inmiddels bewezen immens groot te zijn. Wetenschappelijke producten worden door de maatschappij min of meer in dank aanvaard. Men zou de wetenschappelijke aanpak even graag moeten gebruiken, en beseffen hoeveel meer dan verbluffende verklaringen, nuttige apparaten en prachtige beelden de wetenschap kan bijdragen aan de maatschappij.

Vincent Icke is astrofysicus, beeldend kunstenaar en publicist. Dit artikel is een samenvatting van de Socrateslezing die hij op 30 november hield op uitnodiging van het Humanistisch Verbond en van de Humanistische Alliantie.