De wereldeconomie heeft weinig last van Ierland en Portugal

Eerst Griekenland, dan Ierland en dan Portugal? Het is gemakkelijk om te denken dat de hele wereld ten onder gaat, maar dat is niet het geval. Kleine economieën aan de periferie van de eurozone zitten diep in de problemen.

Spanje is groter en zou – als het land in de afgrond stort – een duurdere en problematischer steunoperatie van de eurozone kunnen teweeg brengen. Maar voor de wereldeconomie is de periferie een nevenprogramma. Op dit moment zien de mondiale economische vooruitzichten er helemaal niet slecht uit.

Zelfs in de kern van Europa is leven te bespeuren. De Duitse economie zal dit jaar met bijna 4 procent groeien. De investeringen in machines en apparatuur bloeien, nu de Duitse export weer aantrekt, de verdiensten daarvan zijn in september met 22,5 procent gestegen. De Duitse consument reageert ook, zij het nog niet al te uitbundig. De consumentenuitgaven zijn in het derde kwartaal met 0,4 procent gestegen.

Het herstel van Duitsland staat in nauwe relatie met de wederopstanding van de grote Amerikaanse consument. De uitgaven van Amerikaanse consumenten aan duurzame goederen zijn in de eerste negen maanden van 2010 op jaarbasis met meer dan 7 procent gestegen.

Nu de Verenigde Staten weer aan het besteden zijn geslagen, loopt het tekort op de handelsbalans ook snel weer op. Het tekort stond in september 2010 op 44 miljard dollar (34 miljard euro), bijna het tweevoudige van de 25 miljard dollar (19 miljard euro) van mei 2009, toen de mondiale economische crisis op het hoogtepunt was. Duitsland, Japan en andere exportlanden profiteren daarvan.

Tot de laatstgenoemde landen behoren ook China en andere opkomende economieën. Het bruto binnenlands product (bbp) van China zal naar verwachting opnieuw stijgen, naar een niveau van 10 procent dit jaar en ook volgend jaar.

Daardoor blijven de grondstoffenprijzen hoog, wat gunstig is voor grondstoffenexporteurs. Het Westen ziet kansen en steekt geld in de opkomende economieën. De uitgifte van obligaties in lokale valuta’s is het afgelopen jaar in Oost-Azië met 17 procent gestegen, en ook India verkeert in blakende vorm.

Het economische herstel gaat uiteraard ook gepaard met een paar risico’s. De ‘kwantitatieve versoepeling’ (lees: het bijdrukken van bankbiljetten) en de lage rente in de ontwikkelde landen gaan schuil achter de nogal buitensporige kapitaalstroom naar de opkomende economieën.

Het risico bestaat dat er nog meer schadelijke zeepbellen zullen ontstaan. En de mondiale afhankelijkheid van het stijgende handelstekort van de Verenigde Staten neemt weer toe.

Maar op dit moment kan de wereld in ieder geval over één zaak blij zijn: het zijn de perifere economieën die worden opgeblazen. Met grote economieën als die van de Verenigde Staten en Duitsland gaat het juist beter.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld