Ben Knapen ziet diplomaten graag als marktkooplui

De Nederlandse diplomatie moet niet wedden op alle paarden, maar specialisaties zoals ‘water’ en ‘voedsel’ uitbuiten. Deze ommekeer in het buitenlandbeleid adviseert Ben Knapen (voormalig WRR-lid) aan Ben Knapen (staatssecretaris Buitenlandse Zaken).

De Nederlandse diplomatie moet niet wedden op alle paarden, maar specialisaties zoals ‘water’ en ‘voedsel’ uitbuiten. Deze ommekeer in het buitenlandbeleid adviseert Ben Knapen (voormalig WRR-lid) aan Ben Knapen (staatssecretaris Buitenlandse Zaken).

Knapen was tot oktober lid van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid en schreef in die hoedanigheid het rapport Aan het buitenland gehecht, dat gisteren door zijn voormalige collega’s aan hemzelf werd aangeboden. “Op het marktplein van de internationale betrekkingen is het simpelweg te druk geworden om overal te kunnen zijn”, concludeert de rapport.

Minder statelijk, meer netwerken

Ambassadepersoneel moet zich zorgen maken. Want als het advies uitgevoerd wordt zullen er ongetwijfeld wat posten dicht gaan. De WRR wil dat Nederland verdwijnt uit landen waarin we geen nationaal belang te behartigen hebben. Water, voedsel en internationaal recht noemt de WRR gebieden waarop Nederland zich kan profileren. Dat zou het profiel, de zichtbaarheid en de invloed van Nederland vergroten. Bovendien wil de WRR dat Buitenlandse Zaken ‘minder statelijk’ opereert en flexibel gaat netwerken met bedrijven, ngo’s en belangenorganisaties.

Het WRR-rapport weerspiegelt de visie van Thomas Friedman, auteur van de bestseller The World is Flat (2005). De platte aarde gebruikt hij als metafoor voor individuen, bedrijven en landen die geen geografische beperkingen meer hebben dankzij internet. Friedman vindt dat landen zich daarom moeten richten op wat ze het beste kunnen. Frankrijk wijn, België bier.

Dat is naïef en gevaarlijk, zegt een filosoof

Friedmans criticaster is de filosoof Nassim Nicholas Taleb die bekend staat als de voorspeller van de kredietcrisis. In zijn boek On Robustness and Fragility (2010) noemt hij het idee van specialiserende landen “naïef en gevaarlijk”. Het is volgens hem onnatuurlijk, omdat specialisten nergens op terug kunnen vallen. Dat beargumenteert hij biologisch (het is inefficiënt om twee longen te hebben, maar wel veilig) en economisch: als de prijs van wijn keldert, heeft het wijnland een probleem.

De WRR buigt dat nadeel om met een interessante theorie van de politieke wetenschapper Andrew Cooper. Een land dat veel kennis, aandacht en geld aan een exclusief thema besteedt, maakt zichzelf onmisbaar op dit terrein, betoogt deze Brit in het boek Niche Diplomacy: middle powers after the Cold War (1997). De WRR interpreteert Cooper als volgt: “Deze centrale positie en de bijbehorende status kan het land vervolgens uitspelen in onderhandelingen met andere staten, ook wanneer deze onderhandelingen zich op een ander specialisme afspelen.” Kortom: de wereld als marktplaats.