Welke bank gaat Julian Assange slopen?

Julian Assange wil begin volgend jaar via zijn WikiLeaks een grote Amerikaanse bank “binnenstebuiten keren”. Maar in zijn interview met zakenblad Forbes wilde hij nog geen naam noemen.

Een bank die al ervaring heeft met gelekte e-mails,  en de kop van jut was tijdens de kredietcrisis, is Goldman Sachs. Uit correspondentie tussen hoge functionarissen bleek dat de eigen hypotheken omschreven werden als ‘shitty deals’ en sommige producten intern benoemd werden als ‘dingen zonder doel, waarvan niemand de prijs weet’. Veelzeggend is de uitspraak: “We waren net iets kleiner in giftige producten.”

Dat getuigt niet alleen van weinig hart voor de klant, maar ook van een bedrijfscultuur die vele malen losser is dan de diplomatieke wereld. Assange zal ongetwijfeld onthullen dat het vriendelijke gezicht achter het loket slechts schijn is: banken zijn immers geen welzijnsinstellingen.

Maar Assange belooft meer. Hij denkt dat hij het “ecosysteem van de corruptie” kan blootleggen en voorziet een schandaal als destijds bij Enron. Deze Amerikaanse energiehandelaar staat sinds 2001 symbool voor fraude, persoonlijke verrijking, belangenverstrengeling en falend toezicht. De accountant van Enron, Arthur Andersen (die tot de vijf grootste bureaus hoorde), ging in 2001 samen met Enron ten onder. Het kantoor zou een rol gespeeld hebben in het uit de boeken houden van verliezen. Na dit schandaal werd de zogenaamde Sarbanes-Oxley-wet ingevoerd (lees een uitleg op de website van de ING Bank). De passage ‘White collar crime penalty enhancements‘ is het meest afschrikwekkend, benadrukt Francis Bouman in zijn boek Greep op de Zaak (Business Contact, 2009). “Hij bevat namelijk de mogelijkheid om celstraffen tot twintig jaar te geven als het bestuur frauduleuze in-controlverklaringen afgeeft.” Er staat dus nogal wat op het spel voor de banken.

Als WikiLeaks werkelijk tienduizenden documenten lekt waaruit blijkt dat een grote Amerikaanse bank klanten of overheden heeft misleid, dan zal zowel de regering (die banken heeft ondersteund tijdens de kredietcrisis) als de beurs (de aandeelhouders, waaronder ook gewone consumenten) reageren. Nu kunnen we nog lachen om de ‘diplomatieke roddels’, straks gaat het om echt geld. En ook hier rijst de vraag: willen we wel weten hoe hypotheekadviseurs, verzekeringsagenten, fondsbeheerders en leningverstrekkers aan ons verdienen en over ons denken?