Van Hove haalt Gorki naar de politiek van nu

Theater Kinderen van de zon van Maxim Gorki, door Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien: 28/11, Stadsschouwburg Amsterdam. toneelgroepamsterdam.nl ***

Regisseur Ivo van Hove heeft in Maxim Gorki’s Kinderen van de zon (1905) een parallel gevonden met de politieke actualiteit in Nederland. In zijn nieuwe voorstelling voor Toneelgroep Amsterdam klinkt dat vooral door in het eerste deel: chemicus Pavel (Jacob Derwig) en zijn ontwikkelde vrienden Dimitri, een kunstenaar, en Boris (Gijs Scholten van Aschat), veearts, bediscussiëren de beschaving, de vooruitgang, kunst, techniek. Ze praten over de verheffing van het volk, maar het is engagement op afstand: ze hebben zich verschanst in hun hagelwitte huis, hun ivoren toren, en staan niet echt in contact met het volk buiten de deur – totdat dat zich letterlijk een weg naar binnen beukt.

De onmacht van de elite, het geloof in kunst als middel tot beschaving, tekortschietende goede bedoelingen, en een boze massa die daar volstrekt geen boodschap aan heeft – het zit er allemaal in.

Pavel heeft een ongebreideld geloof in de wetenschap. Zijn woning wordt gedomineerd door wetenschappelijke attributen, op het aanrecht is geen plaats voor brood. Het is duidelijk: hier zegeviert de geest over aardse noden. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. In zijn naïeve gedrevenheid bemerkt Pavel niet hoezeer zijn vrouw Helena van hem vervreemdt; zij zoekt troost bij de kunstenaar. Evenmin heeft hij oog voor de rampen buiten zijn laboratorium, zoals de snel oprukkende cholera die de armen treft. Algauw blijkt Pavels idealisme hol, zijn liefde voor de mens hypothetisch: als de vrouw van de smid ziek wordt, is hij niet bezorgd om haar lot, maar enkel om het besmettingsgevaar. In huis vlucht hij weg voor de toegenomen mondigheid van zijn personeel – de opstand der horden vindt op kleine schaal al binnenskamers plaats. Zijn zus Lisa (Halina Reijn) is de enige die de dreiging voelt – maar zij wordt te laat geloofd.

In het eerste deel geeft de regisseur veel ruimte voor kolder en karikatuur – bij vlagen zeer komisch. Het speelplezier spat van de topcast; Derwig transformeert verbluffend tot de verstrooide professor, en er zijn mooie rollen van Reijn, Elsie de Brauw en Scholten van Aschat; ingetogen en aards in zijn debuut bij TA. Maar zodra het serieus wordt, schieten de meeste typetjes tekort. Dan ontbreekt er een laag – mede door de beperkingen van de tekst; in het menselijke toont Gorki zich toch altijd Tsjechovs mindere.

De rode draad uit het begin verdwijnt in het tweede deel naar de achtergrond, ten faveure van veel zwakkere liefdesperikelen. Als de horden dan uiteindelijk voor de deur staan om de ivoren toren te slopen, komt dat eigenlijk uit de lucht vallen. Van Hove zet met zwaar effectbejag in op de mokerslag, maar de wraak van het volk is nu te zeer losgezongen, en de scène daardoor wat absurd. Dat de kunst de chaos doorstaat en overleeft wordt al te simplistisch verbeeld: de kunstenaar blijft tekenen op de wanden, terwijl om hem heen het huis instort.

Mooi is wel de slotmonoloog van Reijn, waarin ze zich rechtstreeks tot het publiek richt. Zo worden wij medeverantwoordelijk aan de puinhoop. Is Kinderen van de zon als voorstelling niet geheel geslaagd, de maatschappijkritiek erin komt aan.