Spaanstaligen geven met pijn in het hart hun 'll' en 'ch' op

Het Spaans is niet alleen een rijke taal, het alfabet heeft ook meer letters. Naast de 26 letters die bij voorbeeld het Nederlands kent, heeft het Spaanse alfabet drie ‘eigen’ letters: de ‘ch’, de ‘ll’ en de ‘ñ’. Althans, tot afgelopen zondag. De Koninklijke Academies van 22 Spaanstalige landen stemden die dag unaniem in met een nieuwe spelling, tijdens een bijeenkomst in de marge van de boekenbeurs van Guadalajara in Mexico. Alleen de ñ mag blijven.

Bij een vorige spellingswijziging, in de jaren negentig, was al bepaald dat de ‘ch’ en ‘ll’ in woordenboeken geen beginletter meer zouden vormen. Hiermee waren ze in de praktijk al afgeschaft. Zondag kwamen ze pas formeel te overlijden. Het abecedario telt voortaan ‘slechts’ 27 letters.

Zoals het hoort bij een spellingswijziging ontstond al voor invoering woede over de nieuwe regels. Het scherpst was de kritiek in Latijns-Amerika. Zo klaagde de linkse Venezolaanse president Hugo Chávez dat hij voortaan ‘Avez’ zou heten. De brulboei uit Caracas legde de spellingswijziging uit als zoveelste voorbeeld van Spaans neokolonialisme. Het was inderdaad de Spaanse Koninklijke Academie (RAE) die begin deze maand de eerste voorstellen naar buiten bracht. Dit terwijl van de circa 450 miljoen mensen die het Spaans als moedertaal hebben, slechts 10 procent in Spanje woont. De academie verdedigde zich met het argument dat ze dit voorstel deed na jarenlang overleg met de academies van Latijns-Amerika.

Afgelopen zondag werden de door Madrid gepresenteerde voorstellen zeker niet integraal overgenomen. Zo had de RAE voorgesteld bepaalde letters (de ‘b’, ‘v’ en ‘y’) voortaan eenduidiger te benoemen.

Dat klinkt minder vanzelfsprekend dan het is. De letter ‘b’, bij voorbeeld, is lastig te onderscheiden van de ‘v’, die in de Spaanse uitspraak ook een b-klank heeft.

Dit maakt dat de b ook wel door het leven gaat als ‘be grande’ (grote b) in Mexico of ‘be larga’ (lange b) in veel Zuid-Amerikaanse landen. En in Spanje zelf spreken Catalanen over de ‘be alta’ (hoge b) terwijl de rest van het land hem gewoon ‘be’ noemt. In Guadalajara werd bepaald dat iedereen zijn letters mag blijven benoemen zoals hij wil.

Ook een ander omstreden voorstel werd afgezwakt. Dit betrof het schrappen van accenten op woorden waarbij de juiste uitspraak ook uit de context van de zin kan worden opgemaakt.

Meeste ophef was er hierbij over het woord solo (alleen). Zonder accent is dit een bijvoeglijk naamwoord, met accent (sólo) is het een bijwoord. Bijna altijd valt uit de rest van de zin wel op te maken op welke lettergreep de klemtoon komt. Maar niet in 100 procent van de gevallen. Veel taalliefhebbers, onder wie opmerkelijk veel dichters, rebelleerden daarom tegen afschaffing van het accentteken. Na alle ophef werd zondag besloten dat het ‘overbodige’ accent niet wordt geschrapt. De spellingswijziging doet wel suggesties over het gebruik ervan, maar bevat geen verboden. Daarmee wisten de Academies de opwinding over deze gevoelige kwestie voor een deel te sussen.