Permanent opgejaagde slaven van de versnelling

Hartmut Rosa onderzoekt de tirannie van het hier en nu. „Alles moet sneller en efficiënter. Het kapitaal scheurt het hardst. De politici staan machteloos.”

Zelfs in het leven van Hartmut Rosa eist het fenomeen ‘versnelling’ nu zijn tol. Een van de medewerkers van deze Duitse socioloog stapte laatst op met de woorden: „Ik vertrek naar Thailand. Ik word gek van dat gejakker en gejaag.”

Ook heeft Rosa met enige tegenzin, op herhaald verzoek van zijn secretaresse, een telefoon aangeschaft waarop e-mails hem permanent achtervolgen. In een Elzasser restaurant vlakbij het Parijse Gare de l’Est kijkt hij, uit angst een bespreking op het Franse ministerie van Milieu te missen, soms steels op zijn horloge.

Als iemand al jaren waarschuwt dat mensen op een dag een hoge prijs betalen voor het steeds moordender tempo waarin zij leven, is het Hartmut Rosa. Als hoogleraar aan de universiteit van Jena bestudeert hij het effect van deze versnelling op de maatschappij.

In 2005 schreef hij er een dik wetenschappelijk boek over: Beschleunigung. Die Veränderung der Zeitstrukturen in der Moderne. Daarin beschrijft hij hoe de versnelling mede door de economische en financiële liberalisering van de laatste decennia zó’n vlucht heeft genomen, dat burgers en politici hun greep op de samenleving zijn kwijtgeraakt.

De financieel-economische crisis, zegt hij, is hier een regelrechte manifestatie van. Rosa zoekt de oorzaak niet alleen bij politici, bankiers of falende computermodellen in de derivatenhandel, maar in de diepere drijfveren van mens en samenleving.

Rosa reist de wereld over voor lezingen op ministeries, universiteiten en bij bedrijven. Overal stellen ze de hamvraag: hoe kunnen zij in een samenleving die schreeuwt om instantbeslissingen, nog ruimte maken voor de reflectie die nodig is voor beleid op langere termijn.

Wat heeft de crisis met snelheid te maken?

„De crisis is een gigantisch verkeersongeluk, veroorzaakt doordat sommige auto’s veel harder rijden dan andere. Kapitaal, dat scheurt het hardst. Het gaat met één muisklik de wereld over. Iets kopen en verkopen kan sneller dan ooit. Dat komt doordat technologische ontwikkelingen elkaar steeds sneller opvolgen. Vroeger zorgde innovatie ervoor dat het leven elke twee generaties structureel veranderde. Nu begrijpen sommige ouders de wereld van hun kinderen al niet meer: binnen één generatie voltrekken zich meerdere radicale transformaties. Dit is één kant van het fenomeen: de versnelling die er altijd is geweest, gaat harder dan ooit. Maar de andere kant is dat produceren en consumeren, twee andere cruciale elementen in de economie, minder of helemaal niet zijn versneld. Je kunt als een dolle piano’s verkopen, die je een beetje sneller dan vroeger in China laat maken, maar mensen hebben nog steeds tijd nodig om te leren spelen. Er zijn mensen die met financiële transacties in één minuut een fortuin verdienen, terwijl de consumptie van hun product nog niet eens begonnen is. Er worden steeds meer boeken verkocht en steeds minder boeken gelezen. Financiële markten hebben een ander tempo dan de echte economie. De connectie tussen die twee is verbroken. Ze lopen uit de pas. Die mismatch veroorzaakte de kredietcrisis en daarna de economische crisis.”

Konden we dit niet stoppen?

„Jawel, maar we zagen het gevaar te laat. Sinds de Verlichting hebben wij ‘versnelling’ als iets positiefs beschouwd. Het bracht dynamiek, onze economieën groeiden ervan. Van groei neemt de welvaart toe. Welvaart zou de mens autonoom, vrij en gelukkig maken. Tot voor kort hebben we hierin geloofd. Snelheid leidde tot goede dingen en vormde de kern van ons vooruitgangsdenken. Maar de crisis bewijst dat we een grens hebben overschreden. Er is nauwelijks groei meer. Daardoor wordt snelheid een doel op zich. Wij rennen ons te pletter – niet om vooruit te komen, maar om niet achteruit te gaan. We rennen alsmaar harder om ons huidige welvaartsniveau op peil te houden. Iedereen wil zijn baan houden, in zijn huis blijven wonen. Dat maakt ons helemaal niet vrij en gelukkig. We zijn de slaaf geworden van de versnelling. Ik zie overal in de maatschappij uitvalsverschijnselen. Versnelling is geen belofte meer, maar een dreiging. Steeds meer mensen raken gedeprimeerd – depressie is hét ziektebeeld van deze tijd. Anderen zonderen zich af en beginnen een bed & breakfast op het platteland om aan de versnelling te ontkomen. Ze vragen zich af: ‘Waarvoor doen we dit eigenlijk?’ ”

Voorspelde de internationale arbeidsorganisatie ILO niet ooit dat we vier uur per dag zouden werken? Wat is er gebeurd?

„Er waren mensen die dachten dat we toe konden met vier uur per wéék. Met technische snufjes als wasmachines en auto’s zouden we zoveel tijd besparen, dat we konden zwemmen in de vrije tijd. Sommigen waarschuwden dat we tevéél vrije tijd zouden krijgen. En kijk nu: het exacte tegendeel is gebeurd. Ik kan tien e-mails schrijven in de tijd die ik vroeger nodig had voor tien brieven. Maar ik schrijf wel vijftig of honderd keer meer e-mails dan ik brieven schreef. Ik kom met een hogesnelheidstrein naar Parijs. De afstanden die ik afleg nemen toe, en mijn aantal reizen ook. Zo gaat het met alles. Niet alleen omdat ik het wil, maar ook omdat ‘men’ het verwacht. Gevolg: ik kom elke dag tijd te kort. Ik heb constant het gevoel dat ik word opgejaagd. Dat ik geen seconde vrije tijd heb.”

Wat is de oplossing: minder snel gaan?

„Individuen kunnen niets. Het systeem is krachtiger dan jij. Je verzetten heeft geen zin. Je kunt je beter laten drijven en goed prioriteiten kiezen om niet aan stress ten onder te gaan.”

En de maatschappij?

„Zelfs collectief staan we machteloos: we hebben in de jaren tachtig en negentig onze economie drastisch geliberaliseerd. Dat zou innovatie en bedrijvigheid ten goede komen. We geloofden, ondanks de les van de Grote Depressie, dat ‘de markten’ zichzelf zouden corrigeren. Maar de liberalisering kwam óók voort uit het onvermogen van onze westerse democratieën, toen al, om deze kapitalistische krachten bij te benen. Besluitvorming in een democratie vergt tijd. Nu problemen grensoverschrijdend worden en de samenlevingen meer multicultureel en dus complexer´zijn, heb je méér tijd nodig om tot afgewogen beslissingen te komen. Politici en ambtenaren kunnen de versnelling van de vrije markteconomie daarom al heel lang niet bijbenen. Dit was destijds een extra reden om te dereguleren. Ons probleem is nu dat de remmen weg zijn en dat we niet meer bij het stuur kunnen.”

Is het probleem met de euro dat de ‘markten’ aan het stuur zitten, niet politici?

„Politici zijn machteloos. Dit is een crisis van de democratie.”

Regeringen proberen toch de Europese financiële sector opnieuw te reguleren?

„Ja, maar dit is wel ironisch. Als iets heeft bijgedragen aan de deregulering, was het de Europese Unie. Ook met het competitiebeleid heeft zij de vrije markt ruim baan gegeven.”

Wat is er mis met competitie?

„Tot op zekere hoogte is het gezond. Maar het is te ver doorgeslagen. Wetenschappers worden beoordeeld op het geld die zij binnenhalen, nauwelijks meer op onderzoek en publicaties. Dat vind ik verkeerd. Gevaarlijk zelfs.”

Europees competitiebeleid is er om te zorgen dat landen nationale bedrijven niet voortrekken. Hef je dat op, dan dondert de hele interne markt toch in elkaar?

„Ik zie de logica. Mede daardoor hebben we vijftig jaar vrede en voorspoed gehad. Maar via de achterdeur hebben we met de competitie óók de versnelling binnengehaald, zonder er een rem op te zetten. Alles is nu competitie, alles moet sneller en efficiënter. Nu proberen politici de geest terug in de fles te krijgen door banktoezicht en dergelijke. Maar er zijn twee problemen. Eén: elk land heeft andere oplossingen en het compromis dat 27 EU-landen sluiten is vaak zwak. Twee: Europese politiek is nog trager dan de nationale. Er is geen federaal Europa. Alles draait om de natiestaat. Eerst bepalen 27 democratieën hun eigen mening, daarná gaan politici met die meningen naar Brussel. Kijk naar de eurocrisis. Ministers nemen beslissingen die zes maanden geleden ondenkbaar waren, zoals over hulp aan Griekenland en Ierland. Maar de financiële markten lachen erom. De hulpeloosheid van de politici is niet om aan te zien.”

Bent u een marxist?

(Grinnikt) „Nee. Maar juist nú Marx’ Manifest lezen is fascinerend: hij schrijft dat kapitalisme fantastisch is, maar ons op een dag overmeestert.”

En daarna zouden we allemaal communist worden, toch?

„Ja. Maar Marx’ theorie gaat alleen over de economie. De versnelling die ik bestudeer, strekt zich over de hele samenleving uit. Vandaar het speeddaten, vandaar Facebook: mensen hebben geen tijd meer om in elkaar te investeren. Maar omdat ze niet zonder sociale resonantie kunnen, doen ze het instant en oppervlakkig. Media draaien om soundbites van twintig seconden; voor verhalen, geschiedenis en achtergrond is steeds minder plaats. Zelfs de taal wordt getransformeerd: we tweeten met medeklinkers en chatten met symbooltjes.”

Een geweldige tijd voor sociologen?

„Absoluut. Mijn werk is fascinerend en dankbaar, omdat je mensen die geen tijd meer hebben voor reflectie een spiegel kunt voorhouden. Tegelijkertijd ben ik zeer pessimistisch, omdat uiteindelijk de maakbaarheid van de samenleving een illusie blijkt. Het leven zou steeds beter worden, dachten we, en de mens steeds vrijer. Maar ons jachtige leven is uiteindelijk een vorm van totalitarisme. En in dat totalitaire systeem leven wij zonder al te veel hoop. De vooruitgang is bezig zijn eigen kinderen op te eten.”