Oog voor charmante klungels

Monicelli toonde pijnlijk herkenbare karikaturale personages. Zo vermaakte en confronteerde hij generaties Italianen.

(FILES) Italian writer Mario Monicelli arrives for the screening of "Belle toujours" at the Lido of Venice, 08 September 2006, during the 63rd Venice International Film Festival. Monicelli, 95, committed suicide by jumping from a window at the San Giovanni hospital in Rome open November 29, 2010. AFP

De „vader van de commedia all’Italiana”, regisseur Mario Monicelli, is gisteren op 95-jarige leeftijd uit een raam op de vierde etage van een Romeinse ziekenhuis gesprongen. Hij lag daar sinds zondag met een niet meer te behandelen vorm van prostaatkanker.

Monicelli maakte zeventig films, waarvan enkele behoren tot de beroemdste naoorlogse Italiaanse films. Hij liet sterren als Marcello Mastroianni en Claudia Cardinale debuteren, werkte met Sophia Loren, Anna Magniani, Alberto Sordi en Vittorio Gassman. Vier keer werd hij genomineerd voor een Oscar, maar hij won nooit. In Venetië kreeg hij een Gouden Leeuw voor zijn carrière.

Zijn eerste korte film Ragazzi della via Paal kreeg in 1935 een prijs in Venetië. 71 jaar later sloot hij op 90-jarige leeftijd zijn loopbaan af met Le rose del deserto (2006). Intussen vermaakte en onderwees hij generaties Italianen.

„De genialiteit van Monicelli zat hem in de capaciteit om sociale analyse te combineren met het vertellen van een vloeiend verhaal”, schrijft de Corriere della Sera vanochtend. „Niemand heeft de naoorlogse Italianen beter onderzocht en beschreven dan Monicelli”, aldus la Repubblica.

Monicelli, filosoof en zoon van een journalist die eveneens zeldfmoord pleegde, concentreerde zich in zijn films op de eenvoudige mens, diens gebreken en de manier waarop deze zich door het leven rommelt. Zijn meesterwerk I soliti Ignoti (1958) beschrijft een bende van klunzige Romeinse kruimeldieven. In La Grande Guerra (1959) staan twee klungelige soldaten centraal die zich onbedoeld tot helden ontwikkelen. Un Borghese Piccolo (1977) gaat over een ambtenaar die zich ontpopt als beul van de overvaller die per ongeluk zijn zoon vermoordde.

Monicelli was atheïstist, moralist, libertair socialist. Hij zei rechtuit wat hij vond. Hij opereerde als antropoloog, creëerde karikaturen die zo dicht bij de werkelijkheid lagen dat ze behalve vermakelijk, ook pijnlijk herkenbaar waren. „Het is bijna paradoxaal dat een anti-Italiaan als Monicelli die zo trots tegen de stroom inging, zoveel succes wist te hebben”, stelt la Repubblica.

Monicelli zelf vermoedde dat zijn succes voortkwam uit het feit dat hij nooit werd begrepen. „Ik heb bijna altijd monstrueuze personages beschreven. In het buitenland zijn ze verbaasd dat Italianen deze figuren sympathiek vinden.” Op de set van zijn laatste film bekende hij de dood niet te vrezen, maar zijn laatste werkdag wel. De laatste tijd was hij depressief.