Nuanceer studieboetes

Studievertraging wordt duur. De student die meer dan een jaar te laat afstudeert, betaalt voor straf jaarlijks 3.000 euro extra collegegeld, ongeacht of dat uitstel nu komt door groot enthousiasme voor de studie dan wel door bestuurswerk of feesten.

De universiteit betaalt ook. Die wordt per vertraagde student voor hetzelfde bedrag aangeslagen. Dit in het vertrouwen dat die instelling liever de eigen kwaliteitseisen hoog houdt dan dat ze de studenten het in hun laatste studiejaar wat makkelijker maakt om een gat in het budget te voorkomen.

Met dit wetsvoorstel, dat in het regeerakkoord globaal was aangekondigd, overvalt staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) ook de studenten die nu al studeren en dus niet konden weten dat deze nieuwe constructie er aan zou komen. Van hen zal een aantal de studie opgeven. Dat kan de bedoeling niet zijn van een maatregel die juist een hoger studierendement beoogt.

Niettemin, de staatssecretaris kijkt terecht vooruit. Hij moet bezuinigen. Bovendien voorziet de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten tot 2020 een forse aanwas van eerstejaars in het hoger onderwijs.

Langer studeren dan de periode die er voor staat, lijkt nog moeilijk verdedigbaar. Maar het is te simpel om alle langstudeerders identiek te raken. Bètastudenten hebben door de aard van hun studie meestal meer tijd nodig. En niet zelden studeren juist de geslaagde studenten langer, uit zucht om zich dicht bij het vuur maximaal te ontplooien. Hen treffen is verlies.

Maar de potverteerders moeten er wel uit worden gefilterd. Dat gebeurt al een beetje. Sommige universiteiten passen voor populaire studierichtingen ‘selectie aan de poort’ toe via een sollicitatieprocedure voor nieuwe eerstejaars. Over de hele linie zou zo’n toelatingsprocedure ongemotiveerde studenten kunnen weren. Ook is er een verfijnder systeem denkbaar. Voor studies met uitzicht op stevige welstand kan het collegegeld hoger zijn.

Toch is het niet te verdedigen dat bestuursfuncties in studentenclubs of op de universiteit een heel jaar mogen kosten. Verenigingswerk is vrijwilligerswerk, geen baan. Studentenverenigingen kunnen hun structuur het beste zo inrichten dat een student er bestuurslid kan zijn naast zijn studie, niet in plaats ervan.

Bij dat alles geeft het wel te denken dat 80.000 studenten (op een totaal van 550.000) vertraging oplopen. Dat hoge aantal kan er op duiden dat er met de studieduurverkorting van 2002 al te zwaar is beknibbeld op de tijd die hooggeschoolde en academische ontwikkeling nu eenmaal vergt. Daar moet staatssecretaris Zijlstra op zijn minst ook over nadenken.