Kwetsbaar racebeest

Ranomi Kromowidjojo (20) wordt een grote toekomst als zwemster voorspeld.

Een slimme en eigenzinnige sportster die precies weet wat ze wil.

Ranomi Kromowidjojo staat bij het EK kortebaan in Eindhoven van afgelopen weekeinde de media te woord. Foto Merlin Daleman Nederland, Eindhoven, 26-11-10 Ranomi Kromowidjojo met goud van de womens 100m Freestyle. © Foto Merlin Daleman

Ik heb nu een badpak aan, dus kan ik zwemmen, moet ze hebben gedacht. En dus sprong ze het zwembad in. Er was één probleem: ze was nog geen drie jaar oud. Netty Kromowidjojo kan er nu wel om lachen als ze vertelt over het incident met haar dochtertje, zeventien jaar geleden op een camping in Sa Riera aan de Costa Brava. „Ranomi zonk als een baksteen. Ze kwam proestend boven toen ik haar van de bodem had gevist. Ik dacht: ze zal nu wel genezen zijn. Maar wat riep ze? Nog een keer!” Dat ze als kind al ‘watervrij’ was, zoals haar moeder het uitdrukt, is een understatement. Iets meer dan een jaar later had Ranomi Kromowidjojo al haar zwemdiploma’s.

Inmiddels kijkt de hele internationale zwemwereld met ingehouden adem toe als de Groningse op het startblok verschijnt. Als ze zwemt, lijkt het water als een warme deken om haar heen te sluiten. Eén met het water – zoals het Chinese karakter op haar pols verraadt.

„Wow”, zegt Britta Steffen over de zwemcapaciteiten van haar concurrent. „Ranomi is het grootste talent van de wereld”, zegt de Duitse, die in Peking (2008) olympisch kampioen werd op de 50 en 100 meter vrije slag. Precies de nummers waarop Kromowidjojo het heeft gemunt. „Ze is nog zo jong, maar zwemt al zo volwassen, met zoveel uitstraling. Heel indrukwekkend. Ze is net 20. Wahnsinn. Zij wordt de grote vrouw op de 100 vrij, zegt mijn gevoel. Als ze doorgaat met wat ze doet, krijgt ze succes. Absoluut.”

Olympisch estafettekampioen was ze al, met de andere ‘Golden Girls’ Marleen Veldhuis, Inge Dekker en Femke Heemskerk. Maar ze maakte er nooit een geheim van dat ze ook alleen op het podium wilde staan. Afgelopen weekeinde, in haar eigen bad in Eindhoven, kwam de verwachte doorbraak: Europees goud op de 100 vrij en de snelste vrouw tot nu toe (51,44), in een badpak van textiel.

Voor de hand lag het niet dat een meisje uit het plattelandsdorp Sauwerd de zwemwereld zou veroveren. Haar vader, van Surinaams-Javaanse afkomst, heeft een karateschool waar Ranomi als kind les kreeg. Maar bij zwemclub Ducdalf in Bedum, en later bij Trivia in Groningen, keken de zwemtrainers hun ogen uit.

„Ze is hoogbegaafd in de sport”, vertelt Jeanet Mulder, die Kromowidjojo tussen haar twaalfde en zeventiende trainde in het Helperbad in Groningen. „Ze heeft dit niet bereikt door hard te trainen, maar door slim te trainen. Ze heeft een heel goed watergevoel, is mentaal sterk en weet precies wat ze wil. Ze is vooral slim: serieus als ze hard moet trainen, maar niet bezeten. Ranomi wil de beste worden, maar blijft toch ontspannen.”

In de vakantie komt Kromowidjojo ook echt niet in een zwembad, zegt haar moeder. „Dat doet ze heel bewust: vrij is vrij.” Die ontspanning houdt ze vast tot aan haar wedstrijden. Zo twittert ‘Kromo’ – verslaafd aan sociale media, biechtte ze op aan haar huidige coach Jacco Verhaeren – het liefst door tot op het podium. „Laatste tweet voor het vuurwerk. Veel plezier vanavond mensen! Ik ga nu het water in”, twitterde ze afgelopen vrijdag vrolijk in Eindhoven, vlak voor haar gouden race.

Een kenmerk van toptalenten is dat zij in staat zijn hun eigen coach te verbazen – en zichzelf, zegt Verhaeren, die Kromowidjojo na ‘Peking’ met open armen binnenhaalde in Eindhoven. Hij zag dat eerder bij Pieter van den Hoogenband, drievoudig olympisch kampioen. „Die verbaasde mij in het verleden door ineens van Ian Thorpe te winnen. Je kunt trainen wat je wilt, maar dat laatste stukje moet je echt zelf doen. Net als Pieter onderscheidt Ranomi zich daarin ook.”

Verhaeren doelt op het kleine wonder dat hij zag gebeuren nadat Kromowidjojo in de zomer tijdens een trainingskamp op Tenerife was getroffen door een hersenvliesontsteking. „Het was niet zomaar een griepje. Waar ik vooral van schrok is welke impact het had: binnen een paar uur kon Ranomi niet meer staan omdat ze door haar benen zakte – heel dramatisch. Dat ze goed herstelde had ik wel gezien, maar dat ze nu wereldtijden zwemt is echt bijzonder. Ze heeft zo’n acht weken gemist in de zomer.”

Kromowidjojo laat zich niet door tegenslagen afleiden, zegt haar moeder. „Ze gaat niet bij de pakken neerzitten. Ze denkt: als ik negatief word, bevordert dat mijn genezingsproces niet. Je merkte niet aan haar dat ze het verschrikkelijk vond dat ze de EK langebaan in Boedapest moest missen. Ze roept alleen: het gaat heel goed met mij.” Van verzachtende omstandigheden wil ze niets weten. Verhaeren: „Dat is het mooie. Dat maakt de absolute topper.”

Jeanet Mulder merkte dat al toen Kromowidjojo meedeed aan de Europese Jeugdkampioenschappen in 2005 en 2006. „De eerste keer had ze last van een elleboog, de tweede keer werd ze getroffen door een virus, waardoor ze aan de diarree was. Maar daar hoor je haar niet over. Dat vindt ze maar onzin. Geen excuses, alleen concentreren op je taak.”

Kromowidjojo wordt regelmatig vergeleken met Van den Hoogenband, met wie ze in de aanloop naar ‘Peking’ regelmatig trainde. „Ik herken in haar het racebeest, de liefhebber”, zegt Van den Hoogenband. „Het mooie is dat ze haar eigen pad kiest. Je ziet veel kuddegedrag onder de zwemmers. Iedereen traint op dezelfde tijd. Zij trekt haar eigen plan. Ik vond het fijn om 1.500 meter als warming-up te gebruiken. Zij doet helemaal geen warming-up. Zij gaat gewoon met de fysio oefeningen doen op het droge. Dat eigenzinnige maakt dat ze grenzen kan verleggen. Want als je olympisch kampioen wilt worden, moet je grenzen verleggen. Dat moet je durven.”

Groningse nuchterheid gaat bij Kromowidjojo samen met spontaniteit. En eigenwijs was ze altijd al, zegt haar moeder. „Ze weet heel goed wat ze wil. Ik denk dat die instelling haar helpt. Ze koos er ook heel bewust voor om bij Jacco te gaan trainen. Beste zwembad, beste coach.”

Britta Steffen, die maanden aan de kant stond, verheugt zich op de confrontaties de komende jaren met concurrente Kromowidjojo. „Of ik haar kan verslaan in Londen? Zij kan zeker winnen. Maar je weet nooit wat de Australiërs en de Amerikanen doen. En de Olympische Spelen hebben hun eigen wetten. Er valt niets te voorspellen.”