Kerk studeert op collectieve compensatie

De leiding van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland overweegt een collectieve regeling voor financiële genoegdoening voor slachtoffers van seksueel misbruik.

Bisschoppen en oversten van religieuze ordes en congregaties beraden zich hierover, blijkt uit documenten waarover deze krant beschikt. Ook in andere landen bestaat een dergelijke regeling, of wordt aan zo’n regeling gewerkt.

Bisschoppen en oversten hebben een commissie benoemd om zich te laten adviseren over hun juridische positie „rondom genoegdoening vanwege seksueel misbruik gepleegd door mensen die werkzaam waren in de RK-Kerk”.

De commissie wordt voorgezeten door Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De twee andere leden zijn letselschadeadvocaten.

Een woordvoerder van de bisschoppen laat weten dat eerst de conclusies van de commissie afgewacht worden „alvorens van kerkelijke zijde nader inhoudelijk commentaar gegeven kan worden”. De commissie-Lindenbergh adviseert komend voorjaar.

Volgende week komt de commissie-Deetman met een tussenadvies over hulp aan de slachtoffers. Deetman – die op verzoek van de Kerk het misbruik onderzoekt – zal naar verwachting ingaan op de noodzaak van financiële genoegdoening.

Dat een collectieve regeling wordt overwogen, blijkt uit de documenten over misbruik door zeven priesters, onder wie oud-bisschop Jan ter Schure. Zij misbruikten tussen 1948 en 1953 een leerling van een internaat van de salesianen in Ugchelen. Het misbruik werd in 2003 door de salesianen afgekocht voor 16.000 euro. Een besluit over een aanvullende vergoeding is onlangs door de salesianen aangehouden, in afwachting van de mogelijke komst van een collectieve regeling.

In dezelfde kwestie heeft de hoogste bestuurder van de salesianen, pater Herman Spronck, de betrokkenheid van Ter Schure in twijfel getrokken. Spronck, die weigert deze krant te woord te staan, zei tegen het NOS Journaal dat Ter Schure tot 1951 in Italië verbleef. „Wel is het mogelijk dat hij in vakantieperiodes terugkwam naar het internaat in Ugchelen.” Het slachtoffer verklaarde eerder al dat Ter Schure niet in Ugchelen woonde en slechts af en toe aanwezig was.