Israël voelt zich gesterkt

Iran blijkt door Arabische landen als grootste gevaar te worden gezien. Israël is heel tevreden over de publicaties van WikiLeaks.

Gegeneerde leiders van Arabische Golfstaten houden zich na de WikiLeaks-onthullingen vooral stil. Anders ging het in Jeruzalem. Daar belegde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu een persconferentie, waarop hij gebruik maakte van het zeldzame moment dat Israël steun kan claimen van de Arabische wereld.

Netanyahu noemde, misschien wel als enige regeringsleider ter wereld, de onthullingen van WikiLeaks „positief”. Uit de documenten blijkt volgens de premier dat niet alleen Israël, maar vrijwel de hele regio Iran als grootste bedreiging ziet.

Koning Abdullah van Saoedi-Arabië drong volgens documenten zelfs aan op een Amerikaanse aanval op Iran, om een einde te maken aan het nucleaire programma. Netanyahu zei: „Onze regio wordt door zestig jaar propaganda gegijzeld met het verhaal dat Israël de grootste bedreiging vormt. In werkelijkheid begrijpen leiders dat deze visie bankroet is.”

Israël speculeert al jaren op een aanval op Iran, dat volgens de regering-Netanyahu bezig is met de ontwikkeling van kernwapens. Enkele ministers hebben in het openbaar opgeroepen tot luchtaanvallen op Irans nucleaire installaties. Nu uit verschillende diplomatieke memo’s blijkt dat andere landen in de regio Iran óók als bedreiging zien, zegt Israël zich gesterkt te voelen.

Israëlische politici doen in de gelekte WikiLeaks-documenten maar weinig uitspraken die ze niet ook al in het openbaar hebben gedaan. Maar hier en daar zijn subtiele verschillen te lezen. Zo blijkt uit uitspraken van minister van Defensie Ehud Barak en Meir Dagan, het vertrekkende hoofd van de Mossad, de Israëlische geheime dienst, dat de getoonde vastberadenheid van Israël in het dossier-Iran achter de schermen minder groot is. Barak zei in juni 2009 tegen leden van het Amerikaanse congres dat de wereld nog „zes tot achttien maanden” heeft om Iran van nucleaire wapens af te houden. Daarna, zei Barak, „zou iedere militaire oplossing leiden tot onacceptabele collaterale schade” – bijvoorbeeld een groot aantal burgerdoden.

Een hoge ambtenaar van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken wees haar Amerikaanse partners een paar jaar daarvoor al op de beperkte mogelijkheden van Israël. Diplomatiek kan Israël weinig bereiken in de wereld, en directe, openlijke druk op Iran zou Israël zélf schaden, onder meer door een te verwachten golf van steun voor Iran uit de Arabische wereld. Ook zou het kernwapenarsenaal van Israël weer onder de aandacht van de wereld worden gebracht. Israël doet er officieel geen uitspraken over, maar geen deskundige twijfelt eraan dat Israël op dit moment de enige kernmacht in het Midden-Oosten is.

Voor wie het nog niet wist, maken verschillende documenten duidelijk hoe hopeloos de situatie van de Palestijnse Autoriteit van president Abbas is. Uit memo’s komt het beeld naar voren van een kunstmatig in leven gehouden bestuurlijk orgaan, gesteund door Amerikaans geld en Israëls leger en geheime dienst. Israëlische functionarissen achten de kans klein dat Abbas het jaar 2011 politiek overleeft, onder meer omdat zijn eigen bevolking hem niet wil.

Naar de buitenwereld wordt Abbas door Israël en de VS gepresenteerd als de leider van het Palestijnse volk, en de officiële gesprekspartner in het zogeheten vredesproces met Israël. In werkelijkheid gelooft ook Israël niet in de Fatah-leider, zo blijkt. Netanyahu, dan nog oppositieleider, omschrijft Abbas in 2007 als een „aardige man”, aan wie je verder weinig hebt. Israël en de VS kunnen zich volgens Netanyahu beter concentreren op het kort houden van de aanhang van Hamas op de bezette Westelijke Jordaanoever.

In het najaar 2008, vlak voor de Israëlische aanval op de Gazastrook die 1.400 Palestijnse en dertien Israëlische levens zou eisen, blijkt de toenmalige regering van premier Ehud Olmert de Palestijnse Autoriteit te hebben geïnformeerd over een mogelijke oorlog. Olmert polste of de Palestijnse Autoriteit bereid was het bestuur van de Gazastrook over te nemen, zodra Hamas daar afgezet was. Ook aan Egypte werd dit verzoek gedaan. Beide partijen weigerden, maar de gebeurtenis onderstreept hoe zeer het lot van Abbas’ bestuur verbonden is aan Israël. Een groot deel van de Palestijnse bevolking beschouwt Abbas als een collaborateur met Israël, een verwijt dat na WikiLeaks niet zal verstommen.

Netanyahu

Het „propagandaverhaal” dat Israël de grootste bedreiging in het Midden-Oosten is, blijkt in werkelijkheid „bankroet” te zijn.