In Spanje is de paniek teruggekeerd...

Premier Zapatero ontkent dat Spanje in financiële problemen verkeert. Maar investeerders twijfelen aan de kredietwaardigheid. „Spanje kan zich geen misstap veroorloven.”

Aan alarmerende uitspraken over een financiële ondergang van Spanje momenteel geen gebrek:

Spanje is „too big to fail, too big to bail”: te groot om bankroet te laten gaan, te groot om te redden. Dit zei hoogleraar economie en doemdenker Nuriel Roubini eerder deze maand.

Spanje is „een hoofdgerecht” vergeleken met „de tapa’s Ierland, Griekenland en Portugal”. Dit zei Nobelprijswinnaar Paul Krugman deze week in zijn column in The New York Times.

Spanje is „the big elephant in the bail-out room”. Vrij vertaald: iedereen kan het immense probleem zien dat dreigt, niemand doet wat. Dit zei Roubini gisteren.

Deze uitspraken bekken lekker, maar is het ook zo? Vraag het de Spaanse regering en ze ontkent het. Afgelopen vrijdag, toen de koersen waarin de onzekerheid over Spanje wordt uitgedrukt weer een nieuw hoogtepunt bereikten, daagde de Spaanse premier Zapatero de markten uit. Investeerders moesten vooral op een bankroet van zijn land speculeren. „Iedereen die gaat shorten tegen Spanje, komt bedrogen uit.”

Als hij blufte, speelde Zapatero hoogspel. Zo niet, dan is het de vraag of hij een geheime troef achter de hand heeft. Eerder dit jaar wist de regering in Madrid de markten ook te verrassen met haar improvisatiekunst. Toen Spanje afgelopen zomer bijna afgesloten was van de geldmarkten, kondigden de regering aan alle banken aan stresstests te onderwerpen en de resultaten openbaar te maken.

Hierna moest de hele EU dit voorbeeld volgen en eind juli werden de stresstests van 91 banken openbaar. Van de negen onvoldoendes vielen er zeven onder Spaanse spaarbanken. Veel van deze cajas, die de helft van de bancaire sector vormen, zitten met grote hoeveelheden twijfelachtige vastgoedactiva op hun balansen. Maar op het moment van de rapportuitreiking waren de wankelste cajas aangesloten op het herstructureringsfonds dat Spanje voor de financiële sector heeft opgericht.

De verrassingsmanoeuvre met de stresstests nam veel van de onrust over Spanje weg. Ook omdat Spanje strenger en meer instellingen testte dan de rest van de EU. Maar vijf maanden later is de paniek terug. In de opmaat naar de redding van Ierland raakten ook Portugal en Spanje weer in het vizier van de markten. Het Iberische schiereiland is ultiem doelwit om te testen hoe solidair en robuust de eurozone is.

De paniek over Spanje is deels irrationeel, deels het werk van speculanten. Maar ook verstandige en niet-speculatieve investeerders hebben goede redenen te twijfelen aan de kredietwaardigheid van het land. De officiële werkloosheid bedraagt ruim 20 procent. De groei bedraagt volgens EU-prognoses ook volgend jaar slechts 0,7 procent. De concurrentiepositie is verzwakt en een simpele uitweg via devaluatie is er niet langer. „Spanje is een gevangene van de euro”, aldus Krugman.

Tijdens de hausse op de bouwmarkt blies het land bovendien een enorme vastgoedzeepbel op. Zo ligt de staatsschuld van Spanje met 66 procent weliswaar onder het Europees gemiddelde, maar de particuliere schuldenlast (bedrijven, banken en burgers) is met circa 300 procent van het bbp een van de hoogste in de eurozone.

Tot eind 2012 heeft alleen al de bankensector 270 miljard euro aan schulden te herfinancieren. Een groot deel daarvan zit bij megabanken als BBVA en Santander, waarover sinds de stresstests minder onzekerheid bestaat. Maar tientallen andere miljarden euro’s schuld zit bij minder sterke cajas of kleine nationale banken.

Daarvoor geldt dat – ondanks de stresstests en het herstructureringsfonds – de nodige scepsis gerechtvaardigd blijft. Onder druk van de regering en de centrale Banco de España zijn de cajas aangezet tot een ingrijpend proces van fusies en saneringen. De afgelopen maanden raakte hier de klad in, door obstructie van de sector zelf en van regionale en lokale politici. Die laatste hebben grote invloed binnen de cajas en vrezen deze kwijt te raken na een fusie.

De centrale Banco de España – wiens president Miguel Ángel Fernández Ordóñez (bijnaam: Mafo) veel waardering oproept voor zijn houding tijdens de crisis – probeert dit proces nu vlot te trekken. Vorige week kreeg Mafo de regering zover om Kerstavond als ultimatum te stellen voor afronding van de fusies, daarna kan hij zo nodig gaan ingrijpen. Tot nu toe hoefde de toezichthouder dit nog bij twee kleine cajas te doen. Maar na beide interventies bleek het percentage problematische leningen twee keer zo hoog als gemeld.

Op dit moment zou zo’n interventie de markten enorme schrik aanjagen. Een manier het vertrouwen terug te winnen is hervormingen doorvoeren. Economen pleiten ervoor dat de regering meer haast maakt. „Spanje kan zich geen enkele misstap veroorloven en moet zo geloofwaardig mogelijk overkomen”, stelde José Luis Martínez, hoofd strategie bij Citigroup Spanje, vorige week.

Op een vorig hoogtepunt van de eurocrisis, in mei, zegde de regering ook al ingrijpende hervormingen en bezuinigingen toe. Maar de afgelopen maanden raakte de hervormingsagenda in het slop. Na de teruggekeerde paniek probeert de regering te bewijzen dat ze niet stil blijft zitten. Zaterdag riep Zapatero de bazen van de 37 grootste bedrijven in zijn paleis bijeen. Hij zei hun beloofd te hebben eerder toegezegde hervormingen alsnog prioriteit te geven.

Als dit de geheime troef was die de premier nog achter de hand hield, waren de markten er in elk geval minder van onder de indruk dan na de stunt met de stresstest. Ook na het zondag bereikte akkoord over de details van het reddingsplan voor Ierland, kwam Spanje gisteren verder in de problemen. Op de beurs zakten de aandelen van vooral Spaanse banken weg. Het renteverschil tussen Spaanse staatsobligaties en die van de meest veilig geacht Duitse ‘Bund’ bereikte het record van 2,75 procent. En, meest verontrustend: ook de koers van zogeheten credit default swaps, kredietverzekeringen waarmee beleggers kunnen speculeren op een Spaans bankroet, steeg tot historische hoogtes.