Het pensioen is een hele opluchting

De heersende opvatting is dat het pensioen de dood dichterbij haalt. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat mensen zich na hun pensionering beter voelen.

Na hun pensionering zijn mensen minder depressief en minder vermoeid dan daarvoor. Dat blijkt uit onderzoek onder ruim 14.000 werknemers van het (enige) Franse gas- en elektriciteitsbedrijf. Het onderzoek is afgelopen zaterdag gepubliceerd in het British Medical Journal. De deelnemers aan het onderzoek werden van zeven jaar voor tot zeven jaar na hun pensioendatum regelmatig geënqueteerd. Dat maakt dit onderzoek uniek.

In de zeven jaar voor hun pensionering (die in dit geval meestal 55-jarige leeftijd plaatshad) voelde 20 tot 30 procent van de mensen zich regelmatig lichamelijk of geestelijk moe. Een jaar na de pensionering was dat gedaald tot onder de 10 procent. En het bleef laag. Depressieve gevoelens daalden minder sterk. Voor het pensioen had één op de vier mensen er last van; een jaar later was het één op de zes.

Chronische lichamelijke aandoeningen die bij het ouder worden vaak de kop opsteken, zoals diabetes, ademhalingsziekten en hart- en vaatziekten namen echter wel gestaag toe.

„Het pensioen is voor veel werknemers kennelijk een hele opluchtig”, schrijft de Rotterdamse hoogleraar publieke gezondheidszorg Alex Burgdorf in een begeleidend commentaar in het British Medical Journal. Vroeger onderzoek wees vaak uit dat stoppen met werken ziekte en dood versnelt. Maar in een sociaal stelsel dat vervroegd uittreden toestaat, stoppen mensen die zich al wat zwak voelen eerder met werken. Het is moeilijk om daar zo voor te corrigeren dat alleen het gezondheidseffect van de pensionering zichtbaar is.

Het onderzoek bij het Franse elektriciteits- en gasbedrijf levert wel mooie gegevens – alleen gingen die Franse werknemers erg vroeg met pensioen: op hun 55-ste. Burdorf verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat juist 46-tot 55-jarige mannen en vrouwen de meeste behoefte hebben aan ‘hersteltijd’ vanwege vermoeidheid. De 55-plussers kunnen er dan weer beter tegen.

Dat werd aangetoond in eerder dit jaar gepubliceerd onderzoek, onder de bijna 8.000 deelnemers aan de Maastricht Cohort Study. De onderzoekers schrijven dat 55-plussers wellicht andere arbeidsstrategieën hebben en niet zo veel conflicten meer tussen werk en gezinsleven. Anders gezegd: de carrièremallemolen is wat tot stilstand gekomen. En privé gaat het wat makkelijker: de kinderen zijn de deur uit, er wordt wat minder gescheiden en de hypotheek is afbetaald.

De onderzoeken laten zien dat de vut-leeftijd in Nederland (in de jaren tachtig) inging op de leeftijd waarop de werknemer het net minder zwaar kreeg: vanaf 57,5. De kans om nog tien jaar of meer wat meer ontspannen te werken, lieten die vroege uittreders lopen.