Gister reed ik mijn B-weg op met 30

Het winterweer zorgt voor overlast, maar nog lang niet zo veel als vorig jaar. NRC-redacteur Hans Wammes vertelt hoe het toeging in Groot-Ammers.

Bij garagebedrijven is grote vraag naar winterbanden. Foto WFA WFA19T:WINTERBANDENDRUKTE :AMSTERDAM;24NOV2010-AMSTERDAM Garagebedrijven hebben het momenteel druk met het plaatsen van winterbanden. Reden is waarschijnlijk de lange winter van vorig jaar en de weersverwachting voor volgende week, waarbij al sprake is van vorst en sneeuw.WFA/ee/str.Evert Elzinga WFA;EVERT ELZINGA

871 kilometer file? Niet hier in de polder. De avondspits is lang, jazeker, en besneeuwd. Maar het gaat. Op de ruilverkavelingswegen mag je 80. Iedereen rijdt altijd harder. Niet nu. 40 is de norm, 50 voor de durfals.

Ik houd doorgaande wegen aan, op weg van Rotterdam naar Groot-Ammers (tussen Gouda en Gorinchem). Een stukje om, maar wel zo veilig. De N 216, die is betrouwbaar. Langs de provinciale zoutopslag. Er staan drie strooiwagens te laden, maar de provinciale weg is tegen de verwachting in niet sneeuwvrij.

Mijn vrouw heeft dit jaar winterbanden aangeschaft. Voor het eerst. Dat geeft haar een veilig gevoel, zegt ze. Zeker nu ze weet hoe het is om de macht over het stuur te verliezen op een gladde weg. Dat gebeurt voor je er erg in hebt.

Ze nam die winter een bocht, de zijweg in met het bord ‘geen gladheidsbestrijding’. Heel langzaam, uiteraard. In de tweede versnelling gaf ze wat gas, voelde de achterkant van haar auto uitbreken, liet het gas los, stuurde voorzichtig bij.

Met twee wielen in de berm had ze de auto bijna onder controle, toen daar dat paaltje stond. De auto tolde om zijn as en schoof zijdelings de sloot in. Gelukkig was die niet diep. Ze kon de deur openkrijgen en op de kant komen. Eén natte voet.

Achteraf was ze vooral blij dat de auto niet op z’n kop in de sloot was gekomen. De takelwagen was er snel, net als de fotograaf van brandongevallen.nl. Ze kreeg z’n kaartje. Bibberend liep ze naar huis. Kou en schrik.

De garage kon het meeste repareren. Een tip van de garagehouder: zet je motor uit als je in de sloot ligt. In plaats van lucht zuigt die water aan. En als je auto daarna drie dagen stilstaat, kan je de motor als oud roest afvoeren. Alleen wat elektronica bleek onherstelbaar.

Al tien jaar wonen we aan een B-weg in de Alblasserwaard. Mensen die lokaal bekend zijn, gebruiken de weg als kortste verbinding tussen twee dorpen. Daarom wordt er gewoon gestrooid, bij de eerste vorstwaarschuwing eigenlijk al. Met instemming zien we ’s avonds de oranje zwaailichten voorbijkomen van de strooiwagen, niet zelden een boer uit de buurt die wat bijverdient. Over de uitgestrekte weilanden heen kan je ze op verschillende plaatsen bezig zien.

Strooien is belangrijk – zonder auto ben je hier nergens. Al onze buren hebben ook twee auto’s. Er woont één mevrouw zonder auto, iets verderop, die op de fiets het Reformatorisch Dagblad rondbrengt. Oók als het hard vriest. De eerste bushalte is drie kilometer verderop, de bus rijdt weinig. De trein is ook geen optie. Station Gorinchem ligt het dichtste bij, op 20 kilometer. Dan kan je met je auto net zo goed direct naar Rotterdam rijden.

Tijdens de barre winter van vorig jaar heb ik dat ook gedaan. Mijn vader werkte veertig jaar bij het KNMI. Voor ons gezin was slecht weer eerder fascinerend dan een reden om thuis te blijven. Toch moest ik een dag verstek laten gaan. Door overvloedige sneeuwval kwam ik niet van het erf af.

Verder ging het eigenlijk best goed, ook zonder winterbanden. Alleen de wal van sneeuw voor de parkeerplaats van de redactie leek eenmaal onneembaar. Passerende forenzen uit het nabije station Rotterdam Alexander gaven het duwtje dat nodig was. Op zo’n moment ben je toch blij met openbaar vervoer.

Gisteravond reed ik mijn B-weg op met 30. Mooi, met al die sneeuw. Daarvoor woon je buiten.

Een paar bandensporen voert de zijweg zonder gladheidsbestrijding in. Te donker om ver te zien.

Hans Wammes