Gebruikt Rutte al weer Giroblauw?

Stok zoekt hond. Nee, dit is geen nieuw tv-programma van Yvon Jaspers, maar het spel dat op de Europese financiële markten wordt gespeeld. Ook minder voor de hand liggende eurolanden worden onder de loep gelegd, zelfs Nederland duikt af en toe op als kandidaat voor de volgende slachting. Zo ver zal het waarschijnlijk ook nooit komen. Daarvoor is de rij vóór ons te lang. Maar toch: het Nederlands-Duitse renteverschil bereikte vanmorgen zijn hoogste punt sinds juni van dit jaar.

Maar waar zou Nederland, terecht of ten onrechte, op worden gepakt? Premier Rutte was gisteren op bezoek bij de Franse president Sarkozy, en wist daar de concessie te bemachtigen dat Nederland mag meepraten over de voorbereidingen de G20-bijeenkomsten die volgend jaar onder Frans voorzitterschap worden gehouden. Den Haag heeft een goede troef in handen: de omvang van de Nederlandse financiële sector. Die kaart wordt ook ingezet bij de strijd voor het behoed van een volledige zetel bij het Internationale Monetaire Fonds, of de plek die Nederland inneemt in het invloedrijke Basel- Comité, waar regels voor banken worden afgesproken.

Ironisch genoeg is het diezelfde grote financiële sector die nu af en toe opduikt als stok. Als Ierland in de problemen kwam omdat de staat niet groot genoeg was om de eigen banksector solvabel te houden, dan mag Nederland zich inderdaad enige zorgen maken. Ons land heeft verhoudingsgewijs een enorme banksector. Kijk maar eens naar het gezamenlijke balanstotaal van de banken, afgezet tegen het bruto binnenlands product (bbp). Volgens Deutsche Bank was dat balanstotaal eind 2009 3,87 maal ons bbp. Dat is inderdaad fors. Ministaatjes daargelaten, staat Nederland hiermee in de internationale top vijf. Na Ierland en IJsland, die inmiddels bezweken zijn onder het gewicht van hun financiële waterhoofd, en na Denemarken en Groot-Brittannië.

Nu is het wel zo dat twee kleine banken – de Nederlandse Waterschapsbank en de bank Nederlandse gemeenten – en de reusachtige Rabobank tot de meest betrouwbare instellingen ter wereld worden gerekend. Maar alleen al ING is een moloch, met een balanstotaal van 1.273 miljard euro, inclusief de binnenkort te verkopen verzekeringstak. Dat is al 2,1 maal het bpp..

Riskant? Twee jaar geleden ontsnapte de wereld op het nippertje aan een financiële ramp, waarbij het zeker niet uitgesloten was dat ook het particuliere betalingsverkeer zou vastlopen. Dat maakt het het overwegen waard om een noodsysteem in te stellen: een betaalrekening met pas voor elke Nederlander, op basis van het sofinummer, en voor elk bedrijf, als back up voor het commerciële banksysteem.

In wezen zou het gaan om het in ere herstellen van de giro, waarvan ING zelf na drie fusies overigens de erfopvolger is. Dit is geen oproep voor een terugkeer naar het overheidsbankieren van de Postcheque- en girodienst, Amsterdamse Gemeentegiro en de latere Postbank, die het blauw hanteerden waar Monty Python-acteur John Cleese dertig jaar geleden nog reclame voor maakte (Do you use giroblauw?).

Het instellen van een noodgiro als parallelsysteem zou enkel een manier zijn om te waarborgen dat niet alles stil komt te staan. Jammer alleen is dat het opnieuw inhuren van Cleese, om de Nederlander ervan op de hoogte te brengen, een minder goed idee is. Nog drie jaar geleden maakte de Brit uitbundig reclame voor de IJslandse bank Kauphting. En dat is inmiddels wel een héél erg dode papegaai.

Maarten Schinkel