Fiscale steun scheepsbeleggers ter discussie

De Tweede Kamer vindt dat er een einde moet komen aan de fiscale steun aan beleggingen in schepen. „Dit is oneigenlijke steun aan particuliere beleggers .”

Het lijkt op een cadeautje. Als je nu 15.000 euro investeert in een zeeschip dan heb je eind volgend jaar – amper dertien maanden later – al 2.600 euro boven de inleg terugverdiend. Gegarandeerd, en met dank aan de fiscus.

Met dit lokkertje werft een van de grootste aanbieders van scheepsfondsen in Nederland, De Vereenigde Compagnie, op succesvolle wijze beleggers. Vorige week wist het fonds 4,2 miljoen euro op te halen voor de bouw van een nieuw zeeschip, de ms Anna. En nog voor eind dit jaar moet een ander scheepsfonds van start. „Ons laatste aftrekpostenproject in 2010”, zo staat letterlijk te lezen op de website.

Agressieve wervingscampagnes zoals deze, die stellen dat de Staat meer geld teruggeeft aan investeerders dan de eigenlijke investering in een schip, zijn leden van de Tweede Kamer een doorn in het oog. Dit is misleiding, vindt Farshad Bashir (SP). „Er worden gouden bergen beloofd die niet waargemaakt worden.”

Sinds 2009 kunnen beleggers door een fiscale maatregel die het kabinet heeft ingevoerd, hun inleg in een zeeschip over maximaal twee jaar versneld afschrijven. Particulieren met een jaarinkomen van minstens 72.000 euro kunnen daardoor meer dan hun inleg terugkrijgen. Maar de regeling, die onlangs verlengd werd tot eind 2011, dient in de eerste plaats om investeringen in de economie te stimuleren, niet om beleggers „fiscaal te subsidiëren”, stellen Kamerleden.

Bovendien schetsen deze advertenties een onvolledig beeld, luidt de kritiek. De versnelde afschrijving geldt alleen voor de eerste twee jaar, daarna wordt de volledige winst belast. En net dat laatste aspect blijft veelal onderbelicht. Daarom diende Bashir met enkele collega’s een motie in om particuliere beleggers in scheepsfondsen uit te sluiten van de fiscale prikkel. Het voorstel werd door de voltallige Kamer, met uitzondering van de CDA-fractie, aanvaard.

„Die motie van de Tweede Kamer is populistisch”, reageert Marcus Stevens, deskundige in scheepsbeleggingen bij JR Shipping, een rederijgroep uit Harlingen die het zwaar te verduren kreeg door de recessie. Eind 2008 gingen de chartertarieven voor containerfeeder-schepen (vaartuigen die de lading van grote naar kleine havens vervoeren) hard onderuit. De extreme daling zette begin 2009 door en tot vorige zomer lagen de tarieven tot 75 procent onder het meerjarig gemiddelde.

„Fiscale stimulering is essentieel om het vertrouwen te herstellen”, zegt Stevens. „Een afschaffing zou jammer zijn voor de hele branche.” JR Shipping moest de afgelopen twee jaar ruim 20 miljoen euro overbruggingskapitaal ophalen bij zijn beleggers om zijn scheepsfondsen die in ernstige liquiditeitsproblemen waren gekomen overeind te houden.

Ook De Vereenigde Compagnie heeft zware jaren achter de rug. Voor dertig schepen, een derde van de totale vloot, moest om bijstorting door de vennoten worden gevraagd. De fiscale gunstregeling is een hefboom om investeerders te vinden in tijden van crisis, vindt Arjan Cromwijk, directeur scheepsbeleggingen. „Rederijen kunnen daardoor nieuwe schepen bouwen en dit stimuleert de werkgelegenheid, ook in Nederland.”

Over dat laatste twijfelen Kamerleden. China, dat ruim 40 procent van de mondiale scheepsbouwmarkt controleert, trekt steeds meer orders – en dus ook banen – weg uit Nederland. „We hebben al dertien schepen laten bouwen op een Chinese staatswerf”, zegt Cor Vermeulen, directeur van de Groningse reder Universal Marine, die de derde grootste aanbieder is in Nederland. Zelfs voor de financiering werkt de rederijgroep nu samen met een Chinese bank, terwijl daarvoor voordien beroep werd gedaan op Nederlandse of Duitse financiële instellingen.

Het heeft weinig zin om de fiscale maatregel overeind te houden, als deze vooral dient om beleggers te paaien en weinig bijdraagt aan de economie, zo redeneert de Tweede Kamer. Maar bij de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Reders (KVNR) en Scheepsbouw Nederland wordt dat stellig ontkend. „Er zijn tot nu toe 77 schepen gefinancierd met deze regeling”, stellen beide brancheverenigingen in een analyse die vorige week aan het ministerie van Financiën werd gestuurd. Driekwart van de door Nederlandse reders bestelde schepen wordt volgens hen nog steeds in Nederland gebouwd.

De fiscale aftrekregeling leverde een totale omzet op van 755 miljoen euro in de Nederlandse scheepsbouw, berekenden zij. Daar moet nog eens 135 miljoen bijgevoegd worden van Nederlandse toeleveringsbedrijven, die apparatuur leveren voor schepen die in het buitenland zijn gebouwd. Samen levert dit een gemiddelde werkgelegenheid op van 2.660 banen op jaarbasis. De branche hoopt met die cijfers staatssecretaris Weekers (Financiën) alsnog te overtuigen de regeling niet in te trekken. Volgens Scheepsbouw Nederland zou de staatssecretaris een dief van zijn eigen portemonnee zijn indien hij de motie zou uitvoeren.

Toch is niet iedereen in de sector onverdeeld positief over de gunstregeling. „Ze wordt op een oneigenlijke wijze gebruikt om beleggers te helpen”, zegt Cor Vermeulen van Universal Marine. Het gesteggel over de aftrekregeling is volgens hem is niet de kern van de zaak. Zijn Groningse rederijgroep werft nu volop geld voor de ms Brisbane en de ms Bilbao, twee schepen die zullen worden ingezet voor bulkvervoer op zee. Dit marktsegment is opmerkelijk snel hersteld na de crisis, de meeste vrachttarieven zitten er weer op een gezond niveau en dit geeft zicht op groei. „Wij bouwen een schip om geld te verdienen”, zegt Cor Vermeulen, „niet om steun te krijgen uit de Nederlandse schatkist.”

    • Piet Depuydt