Extra collegegeld is te verdedigen

De studentenvakbonden protesteren wel tegen de bezuinigingen, maar komen niet echt met alternatieven.

Werk liever samen met de politiek en het bedrijfsleven.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Van gewone mensen tot bobo’s van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO): de studentenwereld strijdt tegen de ‘Rutteheffing’. Wat is het geval? Het nieuwe kabinet heeft voorgesteld om studenten die meer dan één jaar studievertraging oplopen extra veel collegegeld te laten betalen: 3.000 euro extra per jaar.

Het bedrag is fiks, maar het verzet is onhandig. Want het gedrag van de studentenbonden is niet gericht op het vinden van alternatieven voor deze bezuinigingsmaatregel, maar enkel op het zo veel mogelijk ruchtbaarheid geven aan hun ‘njet’. En daar zit de pijn. Want door elke hervorming van de manier waarop studenten betalen voor hun onderwijs tegen te gaan plaatsen de studentenbonden zich buiten de maatschappelijke realiteit waarin iedereen een bijdrage aan de bezuinigingen moet leveren.

Daarbij is het een verdedigbare keuze om studenten meer te laten betalen als zij langer dan noodzakelijk gebruikmaken van hun onderwijs. Maar dan moet er wel iets aan het hoger onderwijs zelf veranderen: studenten moeten de gelegenheid krijgen om vlot en flexibel hun studie af te ronden en moeten onderwijs krijgen dat motiveert en uitdaagt.

Om hier vorm aan te geven is de hulp nodig van de politiek, de onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Zo moeten hogescholen en universiteiten studenten de ruimte geven. Niet om te lanterfanten maar wel om te kiezen voor een opleiding die bij hen past, qua inhoud en vooral qua niveau. Dat wil allereerst zeggen: meer kruisbestuivingen tussen het hbo en het wetenschappelijk onderwijs, meer hoogstaande academische opleidingen (bijvoorbeeld honoursopleidingen voor excellente studenten) en selecteren aan de poort op basis van inzet en kwaliteit. Ten tweede zouden werkgroepen die begeleid worden door inhoudelijk kundige en didactisch vaardige docenten die gevolgd worden door gemotiveerde en actieve studenten niet langer een fata morgana mogen zijn.

Een derde voorwaarde is dat studenten de kans moeten krijgen om snel af te studeren: dat door het missen van een of twee vakken door stage, studie in het buitenland of een bestuursjaar direct een jaar vertraging kan ontstaan is in de meeste gevallen enkel aan de inflexibiliteit van opleidingen te wijten. Hogescholen en universiteiten moeten op dat vlak dus harder lopen voor hun studenten.

Daarnaast moet het voor bedrijven, en vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb), aantrekkelijker worden om te investeren in het hoger onderwijs. Niet alleen in instellingen of opleidingen, maar ook in individuele studenten. Studenten komen vaak al vroeg binnen bij bedrijven door bijvoorbeeld hun bijbaan – waarom zouden bedrijven dan niet meebetalen aan de studie? Dit zal niet alleen meer geld beschikbaar maken, maar ook tot een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en nieuwe innovatieve samenwerkingsverbanden leiden.

Ook vanuit de politiek moet er een andere benadering komen. De financiering van hoogwaardig onderwijs moet prioriteit krijgen, zoals honours-opleidingen en University Colleges, multidisciplinaire opleidingen die erop gericht zijn het beste uit de studenten te halen en waar studenten de mogelijkheid krijgen zich breed te vormen. Optimale ontplooiing van toptalent is noodzakelijk wil Nederland een kenniseconomie zijn en daarom zou de overheid dit excellente onderwijs structureel beter moeten bekostigen. Bijvoorbeeld door te garanderen dat twintig procent van het onderwijsbudget naar de tien procent topstudenten gaat.

Dat zou dus de insteek moeten zijn van de studentenvertegenwoordigers: een sociaal akkoord met de onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven en de politiek. Een deal die van alle partijen een bijdrage vraagt: niet alleen een financiële afspraak, maar vooral een akkoord waarin het gaat om onderwijs dat flexibeler is ingericht, eerlijker wordt bekostigd en dat aangepast is op de inzet en kunde van de studenten, ongehinderd door hun medestudenten of hun sociaal-economische achtergrond. Want alleen samen kunnen we de industriële lopende-band-aanpak aan de kant zetten en op weg gaan naar modern hoger onderwijs.

Max Patelski studeert bestuurs- en organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Miguel Gonzalez studeert hbo-rechten aan de Hanzehogeschool in Groningen. Jaap Oosterwijk studeert wijsbegeerte en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.