Een solidair Europa kan dus toch

Het reddingsplan voor Ierland ter waarde van 85 miljard euro kwam relatief soepel tot stand.

Ineens realiseren politici zich dat Europa nodig is.

Een mix van daadkracht en vertwijfeling. Zo is het reddingsplan voor Ierland het beste te typeren. Het euroland krijgt in totaal 85 miljard euro steun van de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds, zo werd afgelopen weekeinde besloten.

Daadkracht, omdat Europa voor de tweede keer in zes maanden een euroland uit de goot haalt. Daadkracht ook, omdat het eerder dan verwacht misverstanden ophelderde rond het permanente eurovangnet.

Voorzitter Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank, die tot irritatie van de regeringsleiders al weken riep dat ze deze puntjes op de i moesten zetten vóórdat markten ook Portugal en Spanje op de knieën zouden dwingen, verscheen zondag na de vergadermarathon van bijna zeven uur zelf op een persconferentie. Alles was nu „helder”, zei de man die claimt dat hij al twee jaar de euro overeind houdt. Maar op zijn zichtbaar verouderde gezicht stond twijfel te lezen.

1Wat houdt het reddingsplan voor Ierland in?

Van de 85 miljard euro zal Ierland 10 miljard gebruiken als kapitaalinjectie voor de banksector, zo liet de Ierse premier Brian Cowen weten. Daarnaast zal 25 miljard bewaard worden mocht de banksector nog meer steun nodig hebben. Het grootste deel, 50 miljard euro, wordt gebruikt om de openbare financiën op orde te krijgen.

Ierland draagt zelf 17,5 miljard euro bij aan het steunpakket. Onderhandelaars van het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie wilden dat Ierland de pensioenreserves inzet. Tot nu toe was het onder Europese regels niet mogelijk om het pensioengeld direct te gebruiken.

Dat Europa de lening aan Ierland goedkeurde was weinig verrassend, wel opmerkelijk was het akkoord om een steunfonds op te richten. Het huidige fonds voor landen in financiële problemen loopt in 2013 af.

2Hoe kan het dat Europa ineens zo slagvaardig opereert?

Solidariteit binnen de eurozone was altijd een taboe. Zestien landen delen één munt, maar niemand liet zich door anderen disciplineren. Een centraal reddingsmechanisme was ondenkbaar.

Maar nu gingen Griekenland en Ierland onderuit. Portugal lijkt er niet ver vanaf. Ook Spanje is op de radar van de markten verschenen. Voor beleggers is de Europese Unie één speelveld, niet zestien veldjes. Als Ierland zijn schulden niet meer kan afbetalen, krijgen Britse en Duitse banken de grootste dreun. Dát zien de markten: Europese banken zijn er slecht aan toe. Die zwakke plekken worden meedogenloos uitgetest.

Europese solidariteit is geen politieke droom meer, maar een noodzaak die voortvloeit uit een realiteit die politici zelf hebben geschapen: de interne markt. Ineens realiseren politici zich dat méér Europa nodig is. Niet wegens een ideaal, maar om zichzelf te redden.

3En hoe leggen de Europese leiders dit uit aan hun kiezers?

Om uit de financiële en economische crisis te komen, moeten de Europese politieke leiders volgens analist Thomas Klau van de denktank European Council on Foreign Relations de moed hebben aan hun kiezers uit te leggen dat de Europese landen niet minder, maar juist nog veel sterker afhankelijk zullen worden van elkaar.

De rest van de wereld, zegt Klau, lacht Europa uit omdat het zoveel moeite kost te komen tot krachtig politiek en economisch bestuur. „De beslissingen die tot nu toe zijn genomen, voor hulp aan Griekenland en Ierland, worden steeds heel defensief uitgelegd, omdat politieke leiders de moed niet hebben het anders te doen. Maar denk niet dat ze daarvoor beloond worden.”

Volgens de Vlaamse hoogleraar Hendrik Vos wordt het wantrouwen bij burgers alleen maar groter als politici de steeds sterkere onderlinge afhankelijkheid in Europa slecht uitleggen of vermijden als onderwerp. Want of er nou over gepraat wordt of niet: de belastingtarieven in Ierland, het werkgelegenheidsbeleid in Duitsland en de lonen in Griekenland hebben invloed op de lonen en de concurrentiekracht in héél Europa.