Een onmogelijke klus voor Leers

Vandaag behandelt de Kamer de begroting van Gerd Leers (Immigratie en Asiel). Hij moet behendig opereren. Vijf vragen over evenwichtskunst.

Voordat Gerd Leers (CDA) minister kon worden voor Immigratie en Asiel, moest hij door de ballotage van Geert Wilders. Leers heeft misschien wel de ingewikkeldste klus van het kabinet: hij moet het door de PVV-voorman geprezen anti-immigratiebeleid uitvoeren, terwijl hij zelf eerder waarschuwde voor de anti-islamistische politiek van de PVV – en voor Wilders persoonlijk.

1 Wat moet Leers exact doen?

Inhoudelijk is het simpel: het nieuwe migratie- en asielbeleid invoeren en daarmee immigratie verminderen. Zijn politieke doel is ook helder: Wilders de wind uit de zeilen te nemen én hem tevreden houden. De PVV-leider gedoogt het kabinet vooral om zijn ideeën over immigratie te realiseren.

Dat kan tot complicaties leiden. Zo wil het kabinet illegaal verblijf strafbaar stellen, net als minister Verdonk in 2005. Dat ging toen niet door uit vrees voor overbelasting van justitie en een dreigend cellentekort. Ook werd celstraf voor mensen die het uit land moeten tegenstrijdig gevonden, en overbodig: een aantal van hen zit al in vreemdelingenbewaring.

2 Hoe groot is de migratie?

In de eerste negen maanden van dit jaar registreerde het CBS een nettomigratie van 26.000 mensen (immigranten minus emigranten). De immigratie van geboren Marokkanen en Turken lag iets boven de 1.500. Volgens Wilders levert hun „massa-immigratie” de grootste problemen op.

3Op welke problemen mag Leers zich voorbereiden?

Het begint al bij de doelstellingen die hij moet bereiken. Volgens het regeerakkoord moet de immigratie „substantieel” worden beperkt. Volgens Wilders betekent dit dat de migratie moet halveren.

Interne formatiedocumenten laten zien dat het bijna onmogelijk is de gevolgen te voorspellen van de voorgestelde immigratiemaatregelen. Migratiestromen zijn moeilijk te voorspellen. Bovendien kan deel van de maatregelen alleen met hulp van andere EU-landen worden gerealiseerd.

4 Hoe belangrijk is Europa?

Zeer. En niet alleen voor arbeidsmigratie uit EU-landen, waar Wilders zich ook tegen verzet. Een aantal Europese richtlijnen moet worden aangepast, wil Nederland het al zeer restrictieve migratiebeleid aan de EU-buitengrenzen kunnen aanpassen. Leers moet voorzichtig opereren, omdat hij andere landen moet overtuigen zonder hen te beledigen.

Dat pakt dan zo uit: toen Leers in Brussel instemde met opheffing van de visumplicht voor Albanezen en Bosniërs, was Wilders woedend. Maar een veto van Leers had alleen maar ergernis opgewekt bij andere EU-landen.

5 Gaat het Leers lukken?

De noodzaak tot medewerking van de EU maakt Leers’ kans op succes ongewis. En ook het Europees Mensenrechtenverdrag kan wel eens een rem zijn op de hoge ambities van het kabinet. Verder moet de CDA-minister opletten dat hij de steun van zijn ‘eigen’ Kamerleden niet verliest. En hij dient te vermijden dat zijn migratiebeleid wordt geïnterpreteerd als een poging Nederland te de-islamiseren. Geert Wilders zal er tegelijkertijd alles aan doen om dat juist wel te doen. Hier wordt een evenwichtskunstenaar gevraagd.