Een met Lyme besmette teek is extra vet

Teken: larve, nimf, mannetje, vrouwtje. Foto Fedor Gassner

Teken die besmet zijn met de ziekte van Lyme zijn zwaarder en actiever dan niet-geïnfecteerde teken. Geïnfecteerde teken zijn groter, hebben een hoger vetgehalte en overleven langer onder uitdrogende omstandigheden. Dat blijkt uit het promotieonderzoek waarop entomoloog Fedor Gassner gisteren aan de Wageningen Universiteit promoveerde.

De bevindingen van Gassner zouden kunnen verklaren waarom het aantal gevallen van de ziekte van Lyme bij mensen de laatste jaren zo snel toeneemt. Geïnfecteerde teken zijn actiever, waardoor de kans op een beet van een besmette teken groter is dan een onbesmette. Volgens het RIVM gingen in 2009 ongeveer 22.000 mensen met de eerste verschijnselen van de ziekte van Lyme naar de huisarts, 5.000 meer dan in 2005.

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia burgdorferi. Via teken, een soort parasitaire mijten die veel in bosgebieden voorkomen, wordt de bacterie overgebracht van dier naar mens. Besmetting door teken vindt vaak plaats tijdens wandelingen in de natuur, maar volgens Gassner wordt eenderde van de beten opgelopen in eigen tuin. In de Nederlandse natuurgebieden die de promovendus onderzocht bleek gemiddeld 24 procent van de teken geïnfecteerd met de Borrelia-bacterie

Gassner ontdekte ook dat in bosgebieden waar voor landschapsbeheer Schotse hooglanders, paarden of schapen worden ingezet, de tekendichtheid aanmerkelijk lager was. Daarmee is ook de kans kleiner dat iemand in deze gebieden de ziekte van Lyme oploopt. De grote grazers verjagen bosmuizen en rosse woelmuizen uit de gebieden. Deze kleine knaagdieren zijn de gastheren voor jonge teken. Ook woelen grote grazers de strooisellaag om en houden zij het gras en andere ondergroei in bossen kort, waardoor teken hun natuurlijke leefgebied verliezen. Overigens veranderde het infectiepercentage van de teken niet door grote grazers.

Gassner pleit voor maatregelen die tekenbeten zoveel mogelijk voorkomen. Dat zou kunnen door in natuurgebieden meer grote grazers in te zetten, maar ook door bijvoorbeeld op recreatieplaatsen waar veel mensen komen de vegetatie kort te houden.