Diplomatie gedijt niet in de openbaarheid

Het grote gevaar van de publicaties van WikiLeaks is dat landen voortaan geen betrouwbare informatie meer van hun diplomaten krijgen.

Het is de olie van de diplomatieke machine: de rapportages ofwel de berichten die functionarissen die naar verre landen zijn uitgezonden, aan hun hoofdstad sturen. Veelal zijn die voorzien van het stempel ‘vertrouwelijk’.

Sinds zondagavond lekt de olie volop. Klokkenluiderswebsite WikiLeaks maakte een begin met de publicatie van een kwart miljoen documenten die oorspronkelijk nooit voor de openbaarheid bestemd waren. Nu weet iedereen hoe Amerikaanse diplomaten echt denken over politici als de Russische premier Poetin, de Italiaanse premier Berlusconi, de Afghaanse president Karzai, de Duitse bondskanselier Merkel of de Franse president Sarkozy. Weinig vleiend allemaal.

Na de eerste opwinding volgt de bezinning. Het was smullen, al die ongepolijste kwalificaties die diplomaten neerschreven over politieke leiders in hun gastland. Maar nu de eerste honger is gestild, komt er ruimte voor de meer principiële vraag. Het is leuk en soms zeker ook nuttig om het allemaal te weten. Maar móéten we het ook weten?

Zal de schade van dit kijkje in de keuken van de internationale diplomatie uiteindelijk niet veel groter blijken te zijn dan de voordelen?

Ja, zeggen niet alleen de ontmaskerden, de Amerikanen, maar ook talloze politici in andere landen.

Premier Mark Rutte bestempelde publicatie van de rapportages als „heel schadelijk voor de diplomatieke verhoudingen”, gisteren na afloop van zijn kennismakingsbezoek aan de Franse president Sarkozy – de man met de dunne huid, aldus de Amerikaanse ambassade in Parijs. Eerder op de dag had minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) zich in gelijke bewoordingen uitgelaten en gewezen op de mogelijke gevolgen voor de diplomatie als instrument. „Het kan ertoe leiden dat landen minder duidelijk met elkaar gaan communiceren dan zinnig zou zijn”, zei hij.

De communicatie mét elkaar is niet zozeer het probleem. Zeker als het om bevriende landen gaat – en in het internationale circuit is iedereen om allerlei redenen al heel snel met elkaar bevriend – weet men elkaar altijd netjes te bejegenen. Niet voor niets kent de taal het begrip ‘diplomatieke bewoordingen’.

Het gaat er juist om hoe men óver elkaar communiceert. De echte taak van de diplomaat bij het schrijven van de rapportages voor het thuisland is het geven van waardeoordelen. Of, zoals dat in Nederlandse Buitenlandse Zaken-termen heet: het geven van een appreciatie. Daarvoor zit zo iemand ter plaatse. Juist in de tijd van internet is die aanwezigheid cruciaal. En de één geeft zo’n appreciatie in bloemrijker dan wel minder verhullend taalgebruik dan de ander.

Ook hierin wijkt de Nederlandse diplomatie niet af van die van andere landen. Diplomaten kunnen vrijuit schrijven, in de wetenschap dat hun stukken voor intern gebruik zijn en slechts een bescheiden onderdeel vormen van de oordeelsvorming op beleidsniveau.

Of liever: ze konden vrijuit schrijven. Het gevaar is dat in het vervolg elke interne memo wegens het gevaar op uitlekken in de meest veilige bewoordingen zal worden opgesteld.

Oud-diplomaat en oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (CDA) weet al wat het gevolg zal zijn van die voorzichtigheid, zei hij gisteren tegenover BNR Radio: „Je krijgt dan een minder reëel en betrouwbaar beeld.”

Zo’n onbetrouwbaarder beeld kán gevaarlijk zijn als in een verre hoofdstad het gedrag van een andere regering moet worden beoordeeld en beantwoord.