Boerkaverbod? Krijg je je nooit voor elkaar

Het kabinet heeft weinig aandacht voor integratie.

Het gevolg: de allochtonen die wel voorspoedig integreren verliezen het vertrouwen in dit land.

Vandaag behandelt de Tweede Kamer de begrotingen van de ministers Donner (CDA, Integratie) en Leers (CDA, Immigratie). Terwijl minister Verdonk destijds nog stevig inzette op integratie van ‘oudkomers’ en van de tweede generatie allochtonen, concentreert het nieuwe kabinet zich vooral op beperking van de instroom. De aandacht voor integratie is miniem. De algemene lijn is dat de migranten zelf verantwoordelijk zijn voor hun integratie. Ze moeten zelf de kwalificaties bemachtigen om volwaardig te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. De overheid is slechts de toetsende partij, met name bij het verlenen van een permanente verblijfsvergunning of bij naturalisatie. De nieuwkomer dient zelf zijn inburgering te bekostigen, de juiste cursusprogramma’s te vinden en zo nodig hiervoor een lening te sluiten.

Evaluaties van het inburgeringsbeleid uit het verleden hebben laten zien dat van zo’n losse benadering weinig valt te verwachten. Toen begin 2007 dezelfde maatregelen werden ingevoerd bleven de klaslokalen leeg. Binnen enkele maanden moesten die maatregelen worden teruggedraaid. Het verschil met 2007 is dat nu ook nog eens wordt voorgesteld om nieuwkomers die niet slagen voor het inburgeringexamen het land uit te zetten. Andere aangekondigde maatregelen zijn: beëindiging van het diversiteits- en voorkeursbeleid, het stopzetten van subsidies op het gebied van integratie, een boerkaverbod, aanscherping van de naturalisatie-eisen, verruiming van de mogelijkheden tot denaturalisatie en het verscherpen van de criteria voor uitkeringen aan personen die buiten Nederland wonen. Dat klinkt nog eens anders dan ‘softe’ doelstellingen als het bevorderen van arbeidsdeelname, het tegengaan van schooluitval onder jonge allochtonen of het bestrijden van discriminatie!

De voorgestelde maatregelen hebben een symbolisch karakter, vooral vanwege het geringe aantal gevallen dat erdoor zal worden getroffen. Het korten van uitkeringen in situaties waar gedrag of kleding de arbeidsmarktkansen beperken, is onder de bestaande regelgeving al mogelijk, en is maar in een zeer beperkt aantal gevallen van toepassing. Het aantal boerkadraagsters dat getroffen gaat worden door het boerkaverbod (als dat al haalbaar is) is bijzonder laag. Ook het aantal gevallen dat getroffen zal worden door de denaturalisatiemaatregel (bij een misdrijf waarop meer dan twaalf jaar staat en dat binnen vijf jaar na toekenning van het Nederlanderschap moet zijn begaan) is naar verwachting buitengewoon klein. Omgekeerd zal het bezit van een dubbele nationaliteit op basis van dit akkoord nog steeds mogelijk zijn als een nieuwkomer simpelweg geen afstand kan doen van de oorspronkelijke nationaliteit en als iemand twee ouders met verschillende nationaliteiten heeft. Het gaat hier om de meerderheid van de gevallen.

De kabinetten-Balkenende zagen beperking van de immigratie nog als een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle integratie van degenen die al in Nederland wonen. Het kabinet-Rutte gaat verder en wil domweg minder immigratie, behalve dan van kennismigranten. Over de strijdigheid van dit voornemen met diverse EU-richtlijnen en internationale verdragen is al veel geschreven. De conclusie is dat de meeste plannen niet of nauwelijks uitvoerbaar zullen blijken, tenzij Nederland erin slaagt op internationaal vlak substantiële wijzigingen af te dwingen.

Door een slecht uitvoerbaar immigratiebeleid te koppelen aan een weinig effectief integratiebeleid neemt het kabinet grote risico’s. Het loopt het risico dat de rechtse achterban verder zal radicaliseren, omdat veel beloften niet kunnen worden waargemaakt of nauwelijks effect hebben. Het loopt ook het risico dat de grote meerderheid van de allochtonen bij wie het integratieproces wel voorspoedig verloopt het vertrouwen in dit land verliest. Deze mensen herkennen zich niet in het beeld van ‘kansarme massa-immigratie’ en ‘mislukte integratie’ dat het regeerakkoord uitstraalt. Toch worden velen hierop aangesproken.

Het kabinet maakt een onjuiste analyse van het verloop van integratieprocessen. Het ziet integratie uitsluitend als een probleem van de nieuwkomer, terwijl het een samenlevingsvraagstuk is. Hoezeer nieuwkomers zich ook inspannen, een samenleving die niet bereid is om ruimte te bieden zal er niet in slagen hen te integreren – ook niet met dwang. Vroeg of laat zullen Donner en Leers ervaren dat er een kloof gaapt tussen het regeerakkoord en de werkelijkheid.

Han Entzinger is hoogleraar migratie- en integratiestudies en Peter Scholten is docent beleid en politiek, beiden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.